Latest News

Een Ladino-moeder houdt van haar kind

 

synagoog

Boven: interieur van de Sefardisch-Joodse synagoge te Rhodos

Deze keer weer eens een echt Antilliaans thema. Maar dan met een ogenschijnlijk vreemde ‘twist’. Door de zelfstandige status van Curacao zal binnenkort ongetwijfeld de discussie omtrent het Papiamento weer oplaaien. Er bestaat veel onduidelijkheid omtrent de oorsprong van deze taal, die uniek in de wereld is omdat het de enige creoolse taal is met Spaans en Portugees als basis.

Het Papiamento, vaak foutief Papiaments genoemd, is sinds 2007 officiele taal geworden op Curacao en vormt een belangrijke factor in de vormgeving van de eigen identiteit van het eiland. Die positie moet Curacao echter delen met de omringende eilanden Aruba en Bonaire, waar dezelfde taal in een iets afwijkende vorm wordt gesproken, overigens zonder dat dit enig communicatieprobleem oproept binnen de Benedenwindse eilanden. In een vorige bijdrage heb ik gemeld dat het eigenlijk spijtig is dat de Benedenwindse ofwel ABC-eilanden ieder hun eigen weg zijn gegaan in de nieuwe Koninkrijksverhoudingen omdat dit het Papiamento als belangrijke creoolse taal niet ten goede komt.

 Overigens hebben de eilanden zelf ook het nodige bijgedragen aan de benarde positie van het Papiamento. Zo heeft Aruba, geografisch en psychologisch het dichtst bij Zuid-Amerika gelegen de historische spelling aangehouden waardoor een woord als ‘competicion’ op Spaanse wijze wordt gespeld. Curacao heeft gekozen voor een fonetische spelling, waardoor hetzelfde woord daar als ‘kompetishon’ wordt gespeld. Voor mondelinge communicatie is dit uiteraard geen enkel probleem. Wel bemoeilijkt dit de ontwikkeling van het Papiamento als een levende geschreven taal. En dat is dodelijk aangezien overal ter wereld orale tradities en dus ook talen zonder een stevige literaire basis dreigen uit te sterven.

Daar komt nog eens bij dat de grote Antilliaanse schrijvers (Cola Debrot, Boeli van Leeuwen, Frank Martinus Arion, Tipp Marugg) allen de Nederlandse taal bezig(d)en. Vanuit hun standpunt bezien is dit begrijpelijk en zelfs wenselijk, want anders waren zij nooit doorgebroken in de Nederlandse literatuur en was de Nederlandse literatuur beperkt gebleven tot Nederland en Suriname.  En toch heeft die keuze van deze grote schrijvers voor het Nederlands iets kunstmatigs omdat het Nederlands en het Papiamento zo ver van elkaar afstaan. Voor de Frans-Antilliaanse dichter en ontdekker van het begrip ‘negritude’, Aime Cesaire, was de overstap van creools Frans naar standaard-Frans veel kleiner, zowel psychologisch als in historisch opzicht. Het creoolse Frans is toch immers nog altijd een loot van de Franse stam. Maar tot welke stam behoort het Papiamento?

 De nieuwe status van Curacao binnen het Koninkrijk maakt de zoektocht naar de oorsprong van het Papiamento en de eigen identiteit wederom zeer actueel. In het verleden hebben vooral Nederlandse taalwetenschappers, vaak mensen die het Papiamento nauwelijks machtig waren, zich beziggehouden met de oorsprong van deze taal. De Curacaose elite richtte zich meer op het Spaans, dat immers nauw verwant was aan het Papiaments en ook gezien de geografische ligging van Curacao voor de hand lag. Deze elite had een zeker dedain voor de eigen taal, die door Spaanstaligen dan ook steevast als dialect wordt gezien. Dit leidt overigens tot grote problemen met de Spaanstalige immigranten op de ABC-eilanden die weinig zin hebben een dialect van hun eigen taal te moeten leren. Dit is enigszins vergelijkbaar met Randstedelingen die zich in Maastricht vestigen en weigeren het lokale ‘taaltje’ te spreken.

Tot niet zo lang geleden (jaren ’50) werd het Papiamento denigrerend omschreven als ‘Negerspaans’ en werd het spreken van deze taal op het schoolplein verboden. Vanaf de jaren ’70 toen een nieuwe Passaatwind was gaan waaien, zochten de taalwetenschappers vooral naar overeenkomsten met andere talen dan het Spaans, zoals het Portugees en Westafrikaanse talen.

Zo kwam men ertoe om neen sterke band met Afrikaanse talen te ontdekken, een vondst die – althans in bepaalde kringen in Curacao- werd omarmd. De veronderstelde banden met Afrikaanse talen zijn echter vooral ingegeven door de klanken van het gesproken Papiamento die de Nederlandse taalwetenschappers ‘Afrikaans’ in de oren klonken. De ‘ta’-ta’-ta’-klanken van het Papiamento klinken inderdaad enigszins Afrikaans, althans voor ongeoefende Europese oren, maar dit heeft niets te maken met een Afrikaanse oorsprong. Het woordje ‘ta’ in het Papiamento betekent eenvoudigweg ‘is’, en komt van het Spaanse ‘esta’. Nu het woordje ’ta’ voor alle vervoegingen (ik ben, jij bent, hij is, wij zijn etc.) wordt gebruikt komt in iedere zin wel de ‘ta’-klank voor die in de Europese oren zo ‘Afrikaans’ (en dus in de ogen van velen zogenaamd primitief) overkomt.

 Blijft over de band met het Portugees. Er zijn zeker sterke aanwijzingen voor een Portugese invloed. Nu de woordenschat van het Portugees sterk overeenkomt met het Spaans is het echter moeilijk te onderscheiden welke woorden nu oorspronkelijk Portugees waren of Spaans. ”Zwart” is in het Papiamento ”preto”, net als in het Portugees, in tegenstelling tot het Spaanse ”negro”. ”Tot morgen” is ”(a)te manan” (Pap.), wat meer lijkt op ”Ate amanha” (Port.) dan op ”Hasta manana”(Sp.). ”Kip” is in het Papiamento ”galinha” en in het Portugees hetzelfde in plaats van het Spaanse ”gallina”. ”Hond” is in het Papiamento ”cacho” wat meer lijkt op het Portugese ”cachorro” dan het Spaanse ”perro” (hoewel het Spaans het woordje cachorro wel weer wordt gebruikt voor ‘pup’).

Een veelgehoorde theorie voor de invloed van het Portugees is dat de eerste slavenschepen die uit West-Afrika naar Curacao kwamen vaak een Portugese bemanning hadden, en dat zo een pidgin ontstond tussen de slaven en de bemanningsleden op de slavenschepen. Die theorie verklaart echter niet waarom het Papiamento dan beperkt is gebleven tot de ABC-eilanden en geen wijdere verspreiding heeft gekend.

Een andere theorie die men niet zo vaak hoort, is dat de Portugese invloed is ontstaan na het verlies van het eveneens Nederlandse Noordoost-Brazilie in de 17e eeuw. De onderdanen van deze Nederlandse kolonie onvluchtten massaal dit gebied toen dit gebied in de tweede helft van de 17e eeuw weer door de Portugezen werd heroverd. Vooral de Joden die in groten getale vanwege de relatieve godsdienstvrijheid in de Nederlandse gebieden in de West naar de Nederlands-Braziliaanse kolonie waren gemigreerd kwamen na de val van Refice en masse naar Curacao. Uit vrees voor vervolging door de katholieke Portugezen naar Curacao gevlucht, leverden zij in de daaropvolgende eeuwen een grote bijgrage aan de ontwikkeling van Curacao.

Terwijl ik zo nog nadacht over de basis van het Papiamento las ik een nieuwe historische reisgids (zie website: www.walkitrodos.nl) over het Griekse eiland Rhodos.  Over de Sephardisch-Joodse geschiedenis van het eiland las ik het volgende:  

 ‘In 1492 vaardigden koning Ferdinand en koningin Isabella van Aragon en Castilie (het moderne Spanje) een edict uit met een bevel aan alle Joden om Spanje binnen een paar maanden te verlaten. De meeste sefardische Joden vonden een nieuw onderkomen in het Osmaanse Rijk, Nederland, Zuid-Amerika en Noord-Afrika.’

Een belangrijke bestemming van de Joden was het noordoosten van Brazilie, dat door de Nederlanders op de Portugezen werd veroverd. De reisgids vervolgt met:

 ’Verdreven of niet, de vluchtelingen bleven Spaanstalig en hielden aan die taal vast. Maar omdat het contact met Spanje verloren ging, ontwikkelde de taal zich los van het Spaans en kreeg steeds meer een eigen karakter. Het Spaans werd Judeo-Spaans en op den duur Ladino genoemd en verrijkt met nieuwe leenwoorden(…).’

In de 17e eeuw liepen in de binnenstad van Rhodos en aan de kades van Willemstad Joden die enkele eeuwen tevoren in Zuid-Spanje woonden en dezelfde taal spraken. Duizenden kilometers van elkaar vandaan ontwikkelden zij zich ieder op hun eigen manier, maar bleven vasthouden aan hun tradities. Het Ladino is tegenwoordig, door verschillende factoren die ook in de voormelde historische reisgids nader worden uitgewerkt op sterven na dood. Maar heeft het Ladino zelf zijn sporen nagelaten op Curacao? Kan het zo zijn dat het Papiamento dus niet van de Portugese slavenhandelaars werd overgenomen, maar van de Joden en hun Ladino? Die taal kende immers ook Portugese leenwoorden.

Een kleine taalkundige aanzet tot een bewijs voor de ‘Out of Spain’-theorie vind ik terug in het woordje ”rood” in het Papiamento. Dat luidt in het Papiamento ‘kora‘. Dit woordje is niet terug te vinden in het Spaans (rood is daar immers ‘rojo‘), noch in het Portugees (‘vermelho’). De gangbare uitleg is dat het woordje komt van de rode kleur van ‘koraal’ ofwel van een ‘kraal’ (hetzelfde woord van oorsprong). Hoe het ook zij, het woordje ‘kora’ is typisch iets uit het Papiamento. En wat schetste nu mijn verbazing toen ik het online woordenboek Ladino (Diksionario de Ladinokomunida:  http://lingua2.cc.sophia.ac.jp/diksionario-LK ) erop nasloeg: ‘rood’ is in het Ladino ‘kolorado‘ met een k zoals ook de Curacaose spelling. Het woord betekent natuurlijk eigenlijk gewoon ’gekleurd’. Kan het zijn dat het Ladino-woord voor rood,  ’kolorado’ , in de loop der eeuwen werd verbasterd tot ‘kora’?

En welke spreker van het Papiamento zou moeite hebben met de Ladino-zin ‘Una madre kere a su ijo afilu si es un bandido’ (Ned. vert: een moeder houdt van haar kind zelfs als het een schurk is). Misschien moeten we deze zin wel overdrachtelijk zien: het Ladino is dan al bijna uitgestorven, als onbekende – en wellicht ongewenste want niet Afrikaanse-  moeder van het Papiamento houdt zij nog steeds van haar kind. Maar houdt het kind ook van zijn moeder indien deze van niet-Afrikaanse herkomst is? Voor de bevolking van Afrikaanse afkomst ligt het Joodse erfgoed op Curacao moeilijk omdat de Joden een erg innige band hadden met het Nederlandse gezag en sommige Joden ook slaven hielden. Gelukkig voor het Papiamento kennen talen niet alleen biologische ouders maar ook stiefouders en adoptie-ouders. Zo zijn de kleurlingen in Zuid-Afrika ondanks discriminatie onder zowel blanken als onder de zwarte meerderheidsregering van tegenwoordig steeds Afrikaanstalig gebleven. Taal en muziek kijken niet naar huidskleur of afkomst.

Is er dan een plaatsje voor het Ladino in de ontwikkeling van het Papiamento? Doet dit af aan de Afrikaanse wortels? Natuurlijk niet. Als een leguaan zijn oude huid afschudt blijft hij dezelfde leguaan. In ieder geval is de ‘Out-of-Spain’-theorie de moeite van het onderzoeken waard. En met enige fantasie ziet iedereen toch wellicht de overeenkomsten tussen de Curacaose muziek van bijvoorbeeld Izaline Calister (zie http://www.youtube.com/watch?v=_ukjQ8AGbqE&feature=related en de sefardische muziek, zoals het liedje Hija Mija van (de overigens Marokkaanse) Amina Alaoui, toepasselijk genoeg over een moeder die haar dochter beweent omdat zij de zee heeft verkozen, zie http://www.youtube.com/watch?v=XAPzqAAvcTc&feature=related. De beweende dochter van eeuwen terug is inmiddels veilig aangekomen op haar eigen eiland en bezingt dit met een kalme trots die alleen kan voortkomen uit een woelig verleden. Vooruitkijkend naar de toekomst.

 

Voor verdere lezing: 

Enkele internetbronnen over de Sefardische Joden:

Rhodos:

Walkitrodos reisgids   www.walkitrodos.nl

Sefardische Joden op Rhodos in het algemeen  http://www.jewishrhodes.org/

Het boek ‘Rozeneiland’, geschreven door Sanne Terlouw, zie

http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/het-rozeneiland/1001004005524954/index.html

 Voor de Sefardisch-Joodse geschiedenis op Curacao:

 http://www.jewishvirtuallibrary.org/jsource/vjw/Curacao.html

http://www.snoa.com/

Voor de Joodse geschiedenis in het Caribisch gebied in het algemeen raad ik voorts aan het uitstekende blog:

http://melbourneblogger.blogspot.com/2010/06/caribbean-jewish-communities.html

Stop de hibernalisering!

tsuname 

Wintertijd is aangebroken. De koude dagen breken aan, de tijd van sneeuw, mist en ijs daalt weer neer over ons land. Ons gematigde klimaat, veroorzaakt door de Golfstroom probeert al eeuwenlang de mens in deze vlakke delta enigszins te troosten tegen de treurnis die van oktober tot eind maart als een deken over het land hangt. Binnenkort zullen we weer een tekort aan strooizout hebben, en onze stoepjes moeten schoonvegen.

Ook de mensen worden langzaam echte winterdieren. De Beren gaan op winterslaap, wij rijden in files op weg naar het werk in het donker.  Als we ‘s avonds als we in het donker thuiskomen wacht een avond onder de lamp en de televisie aan tot de volgende ochtend hetzelfde patroon zich herhaalt. Dit is een patroon van menselijke slaap, in het Latijn en in de biologie hibernalisering genaamd.

De politici die ons land door de crisis gaan bezuinigen strijden tegen dit proces van hibernalisering. De hibernalisering is namelijk niet goed voor de mens, we worden we somber van als het zo lang donker is. De linkse kerk heeft baat bij de ongelukkige mens en probeert zoveel mogelijk deze winterslaap in stand te houden. De wintertijd is een speeltje van de grachtengordel, en van het bureaucratische Europa en de rest van de wereld. De PVV wil er daarom vanaf, weg met die wintertijd. Sporten moeten we. En dat moet in het licht. We hebben immers toch niks te verbergen? Nou dan.

Eigenlijk is de tijd zelf, en het hele stelsel van tijdzones en klokken een groot verzinsel van de linkse kerk. De Koran verbiedt de zomertijd. Moslims willen niets liever dan de wintertijd in stand houden, en als zij dat ontkennen komt dat omdat ze liegen. Dat heeft takiya. Moslims overal ter wereld hebben het namelijk al zwaar genoeg met vijf keer per dag bidden en die willen een beetje langer licht hebben ‘s avonds. Kijk maar naar de Ka’aba in Mekka, die staat hele avonden in de floodlights en dat is bovendien niet duurzaam.

Het voorbereiden van terroristische aanslagen is prettiger als het wat langer donker is in de vroege ochtend als Henk en Ingrid nog liggen te slapen. We moeten alle internationale Tijdverdragen opzeggen, en uit de EU. Net als tijdens de Franse revolutie krijgen we weer decaden en een nieuwe jaartelling die in 2010 begint, het jaar waarin de Grote Leider van het Langere Licht aan het roer kwam. We leven dus nu in het jaar 1 Nationale Nederlandse Tijd (NNT)!

We krijgen een sterker Nederland, met 16 miljoen zielen staan we sterk.  Wat moeten we ook we met die andere 6 miljard idioten op deze planeet: moslims, om geld zeurende negers en allerlei ander vreemd volk,laat ze maar stikken met hun wintertijd! Nee, neem dant de Westoever van de Jordaan, dat is ook een mooi gebied voor een eigen tijdzone. Net als vroeger in de dagen van Piet Heyn zullen we onszelf wel redden. Nederland als lichtend voorbeeld in de wereld! Net als Noord Korea, dat een beter rechtsstelsel heeft dan Nederland, sluiten we de grenzen en maken we onze eigen legenden. De leider van de PVV als de Zoon van de Zonnehemel, de Grote Leider van het Langere Licht.

Als missionarissen gaan de kinderen van het Langere Licht de wereld in, in strijd tegen de Duisternis van de Islam en de portverterende aan subsidie verslaafde Bond voor het Behoud van de Winterslaap. De Animal Cops gaan de Beren wekken uit hun winterslaap. Het kabinet Rutte komt binnenkort met een Commissie die gaat onderzoeken of de Golfstroom wel bestaat, het schijnt dat dat een links fabeltje is. Stop de hibernalisering, voordat het te laat is!

Verbied de Tijdzones! Verbied alles wat ruikt naar internationale samenwerking…weg met het Residentie Orkest, allemaal slaperige muziek voor linkse intellectuelen met witte boekenkasten en Italiaanse kookcursussen, we willen Anton aus Tirol en Hey Baby.. oeh ah, I wanna knoow…Ja sterker nog, Hey Baby moet ons volkslied worden! De Cherso-look wordt standaard. Geen winterslaap maar lekker losgaan! Wij houden het hier wel droog op onze terp! Chersoooo….

Het Universum voor Kannibalen, Mohammed en andere Mijnwerkers

alma

ALMA (bron: www.eso.org)

Chili. Misschien wel het meest geisoleerde land ter wereld. Duizenden kilometers lang en omringd door een eindeloze oceaan in het westen en een schier eindeloos hooggebergte in het oosten. In het uiterste zuiden is het klimaat antarctisch, in het uiterste noorden bevindt zich de droogste woestijn ter wereld, de Atacama-woestijn.

De mijnwerkers die na twee maanden in de mijn in het noorden van het land zijn gered, zijn nationale helden geworden. De bevrijding van de mijnwerkers is gepaard gegaan met welhaast religieuze extase in het zuidamerikaanse land. De Bijbelse woestijnvaders zijn er niks bij.  

 De extreme geografie van Chili heeft al in het verleden tot bijzondere daden aanleiding gegeven. Een zoveelste wonder is geschied, maar nu waren de helden ook eindelijk eens Chilenen en geen buitenstaanders. Het spectaculaire overlevingsverhaal van het rugbyteam dat in 1972 neerstorte in de Chileense Andes, en dat de geschiedenis inging als het wonder van de Andes (El Milagro de los Andes) betrof immers hoodzakelijk Uruguayanen. Dit opmerkelijke verhaal kostte echter ook vele doden en was controversieel door het cannibalisme waartoe de overlevenden noodgedwongen overgingen, zoals we hebben kunnen zien in de film Alive uit 1993.

De Chileense geschiedenis staat bol van spectaculaire verhalen. Al in 1520 bereikte de Portugese zeevaarder Ferdinand Magellaan in Spaanse dienst als eerste Europeaan het huidige Chileense grondgebied na een wekenlangde zoektocht naar een passage naar de Stille Oceaan via Vuurland. Ook deze tocht verliep dramatisch.  Door de vele stormen en na het uitbreken van muiternij was het een wonder dat Magellaan de tocht uberhaupt overleefde.

In 1819 was de Chileense oceaan een decor van een andere ramp. Een walvisvaarder kwam in aanvaring met het schip de Essex. De bemanning had geen andere mogelijkheid dan om in houten kisten voort te dobberen en na drie maanden keerden enkelen pas terug. Ook hier was waarschijnlijk kannibalisme in het spel. Dit vreemde voorval heeft de beroemde schrijver Herman Melville geinspireerd voor zijn boek Moby Dick. Dat deze moderne versie van Jonas in de Walvis religieuze tinten heeft valt moeilijk te ontkennen. Zie ook de link: http://www.independent.co.uk/arts-entertainment/books/reviews/reallife-tale-of-survival-that-inspired-moby-dick-625565.html

Gelukkig kwamen de mijnwerkers in Chili er vanaf zonder het bezigen van kannibalistische praktijken. Ze werden netjes door het Rad van Fortuin uit de mijn getrokken. Het verhaal zal waarschijnlijk al over een paar jaar worden verfilmd. Het beeld van de verbanning in de woestijn en het verblijf in de buik van moeder aarde zelf is te mooi om niets mee te doen. Het Wonder van de Woestijn is wellicht een mooie titel.

Woestijnen en oceanen hebben veel met elkaar gemeen. Tussen de sterrenhemel en de golven of duinen is de mens alleen met zijn gedachten. Dit maakt de menselijke geest rijp voor openbaringen.  En ook de grot is een belangrijke metafoor voor het menselijk streven om de wereld waarin hij leeft te kunnen bevatten. Men hoeft maar de denken aan de Grot-allegorie van Plato, en ook Johannes van de Apocalyps bevond zich in een grot. De afzondering is essentieel voor hoger inzicht. De meeste profeten onder welke Jezus en Mohammed verbleven dan ook in de woestijn. Jezus trok zich terug in de woestijn maar was tegelijkertijd een zeeman, en ook in de Koran wordt veelvuldig de metafoor van oceanen en schepen in woeste baren gebezigd.

In ruwweg dezelfde regio als waarin zich de Chileens mijnwerkers bevonden vindt echter nog een ander wonder plaats. Midden in de woestijn en hoog in de bergen. Een voortdurend wonder dat minder dramatisch is maar toch even spectaculair: het beroemde Alma-project. Dit gigantische astronomische project beoogt de gehele sterrenhemel, althans voorzover deze binnen menselijk bereik is te ontsluiten.  Zie http://www.eso.org/sci/facilities/alma/.

De medewerkers van het Alma-project mogen vanwege de hoge ligging slechts enkele uren achtereen aan het project werken, en moeten tijdig afdalen naar lagere hoogten. Het was Mozes ook niet vergund om lang op de Sinai te verblijven, want die is exclusief domein van God. Niet toevallig betekent Alma tevens ‘ziel’, en dit woord geeft heel toepasselijk al aan dat het hoogtepunt van wetenschappelijk onderzoek direct overgaat in filosofie en raakt aan het wezen van de mens. Hoe bijzonder de redding van de mijnwerkers ook is, de echte openbaringen van de moderne tijd vinden plaats iets verderop in dezelfde Atacama-woestijn.

De droom van de Keizer

faustin

Afbeelding: Keizer Faustin Soulouque  van Haiti , die na van de troon te zijn verstoten gedurende langere tijd op Curacao verbleef. (bron: wikipedia)

De aardbeving in Haiti. Inmiddels zijn vele maanden verstreken sinds deze ramp zich voltrok in het Caribische land. Nederland heeft gul gegeven, maar tegelijkertijd is het gevreesde en verwachte effect ingetreden: de gelden die zijn toegekend zijn niet op de goede plek terecht gekomen. De meeste slachtoffers van de ramp leven nog altijd in primitieve opvangcentra waar de leefomstandigheden bar slecht zijn. Dit leidt weer tot gewelduitbarstingen en de toename van ziekten als cholera. Door het gebrek aan capaciteit in het land worden onvoldoende herstelwerkzaamheden verricht.

Haiti is het schoolvoorbeeld van een ‘failed state’. Op de ‘failed state index’ van 2010 staat Haiti op nummer 11.  Opvallend is dat het andere land dat dit jaar door een grote ramp werd getroffen, Pakistan, op nummer 10 van diezelfde index staat. Dit roept de aloude vraag op van de kip en het ei: zijn de kwetsbare natuurlijke omstandigheden factoren die bijdragen tot het falen van de staat of is het andersom? Ik persoonlijk neig naar het laatste.

Hoewel immers zuidelijke landen in het algemeen vaker worden getroffen door natuurrampen door de aanwezigheid van een risicovolle of fragiele natuurlijke gesteldheid (vulkanisme, aanwezigheid plaattektoniek, tropisch regenwoud etc.), spelen menselijke factoren een grote rol in het verergeren van de situatie indien zo’n ramp zich voordoet. De aanpak van de schade na orkaan Katrina in New Orleans mag dan veel terechte kritiek hebben opgeroepen in de internationale pers, het valt in het niet bij de aanpak van de recente crises in Haiti en Pakistan.

Zowel in Haiti als in de getroffen regio in Pakistan – voornamelijk de Swatvallei-kenmerken zich door een enorme ontbossing. Wie in een vliegtuig boven Hispaniola vliegt (het eiland dat gedeeld wordt door de Dominicaanse Republiek en Haiti) kan met het blote oog de grens tussen de twee staten ontwaren omdat het Haitiaanse deel geheel is gekapt en daardoor oogt als een soort tropisch Schotland naast een welig begroeide Dominicaanse Republiek.

En we weten allemaal dat ontbossing grote gevolgen voor het microklimaat heeft; erosie treedt op en daarmee het risico van aandverschuivingen. De ontbossing op zijn beurt heeft vaak weer te maken met overbevolking en roofbouw. Zowel in Haiti als in Pakistan groeit de bevolking als kool en is de verstedelijkingsgraad in korte tijd enorm toegenomen. De huizen zijn niet goed gebouwd. Gecombineerd met slechte regulering en handhaving van wetgeving leidt dit onherroepelijk van tijd tot tijd tot een catastrofe.

Niet toevallig vinden we in de top tien van de failed states Somalie (nummer 1) en Soedan  (nummer 3) terug. In beide landen vinden zowel religieuze conflicten plaats als economische spanningen omtrent grondgebruik. In Soedan heeft dit tot zowel Darfur als de oorlog met het christelijke en animistische zuiden geleid. In Somalie woedt al bijna 20 jaar een bloedige oorlog. In beide landen bevinden zich afscheidingsbewegingen.

Voor degenen die ieder conflict op de wereld dezer dagen zonder kritische blik menen te kunnen herleiden tot de ”botsing der beschavingen” bieden de genoemde conflicten niet altijd een pasklaar model: immers, de strijd tussen de verschillende clans, stammen of volkeren vindt plaats tussen moslims onderling, maar deze zijn evengoed erfvijanden. In Haiti en Pakistan is er een minder duidelijk conflict tussen bevolkingsgroepen, hoewel ook hier de verschillen tussen de ‘haves’ en de ‘have-nots’ de basis van voortdurende spanningen zorgen.

In vroeger tijden was de hoorn van Afrika inclusief Soedan al een haard van etnische en religieuze spanningen tussen christenen en moslims. De botsing der beschavingen is al zo oud als het bestaan van die beschavingen zelf.  Het recht van de sterkste gold simpelweg, en niemand die zich daarover zorgen maakte. De mens maakt de andere mens nu eenmaal graag een kopje kleiner mits de omstandigheden daartoe gunstig zijn en het doden van die anderen binnen de groep of clan  waartoe de doders behoren voldoende in sociaal opzicht wordt beloond. Wat echter nieuw is aan de genoemde conflicten, is het feit dat deze door de opkomst van moderne media zichtbaar zijn voor de rest van de wereld en andere landen er ook directe invloed van ondergaan.

Het ware conflict in deze streken is dan ook niet a priori zuiver religieus van aard maar betreft de strijd om de schaarse middelen als grond, water enzovoorts. Het is het aloude Homo homini lupus. Maar als de boel daar niet wordt opgelost, heeft dit directe impact op onze streken.

Wat de ‘failed states’ het liefst zouden willen is de westerse rijkdom. Als zij deze niet verkrijgen, zullen de inwoners van deze landen blijven emigeren naar betere oorden. Strengere immigratiewetgeving in de rijke landen is slechts een lapmiddel, een achterhoedegevecht, aangezien de  geharde ‘have-nots’ allles hebben te winnen en de door welvaart week geworden ‘haves’ alleen maar kunnen verliezen wat zij nu hebben.

De droom van de ‘have-nots’ wordt nergens fraaier geillustreerd dan door het lot van de Kroon van Keizer Faustin Soulouque van Haiti. Deze 19e eeuwse ‘Keizer’ van Haiti imiteerde in alle opzichten de contemporaine Keizer Napoleon III van Frankrijk en liet een met diamanten ingelegde Keizerskroon vervaardigen. Hij droomde van een machtig Haiti dat kon rivaliseren met de Europese grootmachten in die tijd. Zijn droom kwam nooit uit. Zijn kostbare kroon lag tot 2007 in het Pantheon van Haiti, maar is sindsdien verdwenen. Al eerder waren de diamanten uit de kroon gestolen. Niemand weet waar de Kroon zich thans bevindt. Wellicht is met het verdwijnen van de Kroon ook de droom van een machtig eigen land voorgoed vervlogen. Niet eens de kleren van de Keizer zijn nog over.

Aan het einde van de 19e eeuw groeide de belangstelling van een andere Keizer voor Haiti, ditmaal de Duitse Keizer Wilhelm II. De Duits-Haitiaanse minderheid op Haiti had hier wel oren naar. Het waren de hoogtijdagen van de klassieke Haitiaanse muziek zoals die van de Duits-Haitiaanse Werner Jaegerhuber, die samen met vele anderen de Europese klassieke muziek trachtte te verenigen met Afro-Caribische klanken, zie  http://www.youtube.com/watch?v=qYTADYwPsEU . Soortgelijke stromingen waren ook in andere delen van het Caribisch gebied te zien, zoals door de Arubaanse familie Lampe, fraai beschreven door Jan Brokken in Hoe zeven Antillianen knielden voor het hart van Chopin.  Zie http://www.youtube.com/watch?v=2uRqVhRB6rc&feature=related

Maar goed, als ware ik een jazzmuzikant wijk ik weleens af van mijn thema maar kom er toch altijd via een omweg op terug en dat was: de Droom. In veel dictatoriaal geregeerde islamitische landen rest voor de ‘have-nots’ nog de droom van de religieuze heilstaat. Ook die droom bestaat al eeuwen en wordt permanent gevoed door degenen die daarbij baat hebben en zullen blijven houden. Ook die droom is nog nooit waargemaakt en zal ook niet in vervulling gaan, althans op eigen bodem. Resteert voor sommigen nog het projecteren van die droom op de rijke landen die tot nu toe worden gevrijwaard van al die natuurrampen. Die zoete droom kan weleens een nachtmerrie blijken te zijn voor het westen. Hoe het ook zij, het ontwaken zal nog  lang duren en tot die tijd zullen vele jonge mannen die thans zijn getroffen door de overstroming ambachtelijk worden getraind in het kopje kleiner maken van de rijke westerlingen. Totdat zij net als Keizer Faustin de kroon op hun eigen hoofd zullen dragen. Maar zodra de islamitische heilstaat is ingevoerd blijkt ook deze niets anders te zijn dan een nieuwe vorm van dictatuur van patriarchale mannetjes met vieze snorren en baarden. Zoals iedere kritische volger heeft kunnen constateren in Iran biedt het Grote Gelijk geen ruimte voor andersdenkenden.

Dus mensheid, van de mullahs tot de mossad…dream on baby. De Droom is er allang vandoor, zat altijd dienstbaar te moeten zijn aan de humorloze dromers van het Grote Gelijk. Hij viert feest tot in de late uurtjes en zingt: http://www.youtube.com/watch?v=549WQGBjMuY&feature=related

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bronnen:

http://www.haitiinnovation.org/en/2010/10/08/refugees-international-haiti-still-trapped-emergency

http://www.lenouvelliste.com/article.php?PubID=1&ArticleID=39824&PubDate=2007-01-31

 

 

De slotakte van een nationale mythe

Het proces tegen Geert Wilders begint onderhand tot een klucht te verworden, zo het dat al niet van meet af aan was. De enige jurist in dit hele spektakel schijnt de raadsman van Wilders te zijn. De andere acteurs van deze schooltoneelvoorstelling komen er nog minder goed vanaf. De rechter lijkt op een barman uit de Amsterdamse homo-scene, de benadeelde partijen zijn charlatans van Allah met quasi-archaisch woordgebruik danwel vieze zwervers met loze praatjes.

De slotakte zal nog lang op zich moeten laten wachten, zeker nu het proces weer opnieuw zal gaan beginnen. De filmrechten over het leven van Wilders zijn inmiddels verkocht. Wellicht dat dit proces dan ook een prominente rol gaat spelen in die film. Een film heeft, hoe je het ook wendt of keert, altijd een uitvergrotend effect omdat de nodige structuur van een relaas van maximaal anderhalf uur de regisseur dwingt tot keuzes. En juist die structuur ontbreekt in de kwestie Wilders, althans van dichtbij bekeken. We zitten immers allemaal zo dicht op deze kwestie dat het voor ons moeilijk is om een structuur te ontwaren in deze hele gang van zaken. Om het maar eens in moderne termen te vatten, valt het de burger zwaar een en ander te ”duiden”.

 De enige persoon die zeker weet waar hij staat lijkt Wilders zelf te zijn. Net zoals de islamo-fascisten die hij bestrijdt. En daarmee heeft hij een voorsprong op allen die om hem heen zwermen, zowel de critici als de voorstanders. Links en rechts Nederland, wie deze mensen ook mogen zijn, buitelen over elkaar heen omtrent Wilders, maar in wezen worstelen zij slechts met hun eigen interpretatie van wat hier gaande is. Het gaat allang niet meer om de persoon Wilders maar het verschijnsel. De context is echter zoek.

Het links-rechts paradigma gaat steeds minder op, de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog dringt zich al te gemakkelijk op en leidt zo tot een schijnbaar zeker moreel referentiekader voor goed en kwaad. Maar ook dat referentiekader is aan slijtage onderhevig nu steeds meer onderzoek wordt gedaan naar het werkelijke gedrag van de Nederlandse bevolking tijdens die oorlog. De meeste Nederlanders zorgden e gewoon voor dat ze overleefden. Terecht. Een klein groepje pleegde actief verzet. En een klein groepje collaboreerde. Onderzoeken waaruit bijvoorbeeld blijkt dat de Rotterdamse scheepsbouw flink heeft geprofiteerd van de Duitse bezetter die oorlogsschepen nodig had, of onderzoeken waaruit is gebleken dat de Duitse krijgsgevangenen door de Nederlanders werden ingezet om mijnen te ruimen.

De Tweede Wereldoorlog die deze mensen als referentiekader dient, betreft dan ook niet de werkelijke oorlog in al zijn gruwelijke facetten, maar berust op een mythe over die oorlog die in de jaren ’70 is ontstaan. De mythe van het Meisje met het Rode Haar, Anne Frank en Oorlogswinter. Het is een mythe die in grote mate heeft bijgedragen aan het beeld dat wij van ons eigen Nederland hebben. Zo zijn er nog andere mythen in het collectieve bewustzijn van de Nederlanders. Die van het tolerante Nederland bijvoorbeeld, dat inmiddels had geleerd van het koloniale verleden en zich daar een beetje voor schaamde. Apartheid was het enige ”Nederlandse” woord dat internationaal bekend was.

Als het verleden een moreel referentiekader kan bieden, lijkt de Spaanse burgeroorlog heel wat geschikter dan de Tweede Wereldoorlog. Dat was een echte oorlog tussen burgers, en nog altijd zijn de wonden van die strijd niet geheeld. Juist ook omdat die oorlog niet rationeel was, maar emotioneel beladen en zorgde voor scheuringen binnen steden, dorpen en families. Het Grote Gelijk van de eigen ideologie stond boven de persoonlijke betrekkingen en verscheurde een hele natie, totdat een dictatuur de rust bracht, net als in huidige tijd waarin de verschillende dictaturen in het Midden-Oosten de kurk op de Molotov-cocktail van de explosieve bevolking houden.

Het gebrek aan context, en daarmee de verwarring en de irritatie die dit proces veroorzaken, zowel bij de rechterlijke macht als bij de televisie-kijkende burger, heeft alles te maken met het vervagen van deze nationale mythen die ons zo lang houvast hebben geboden in vroeger tijden. Het is niet meer zoals het was, we weten nog niet hoe het wordt. Tegelijkertijd ontstaan middenin deze verwarring nieuwe mythen, sagen en legenden waarmee we wellicht weer enkele decennia mee vooruit zullen kunnen. Aan de toekomst te bepalen welke mythe de overlevering zal ingaan. De mythe van de islamisering, of de mythe van de angst voor de islamisering? De mythe van de vrije samenleving of de mythe van het verdwijnen daarvan? De tijd en vooral de demografische ontwikkeling van ons land - een factor die immer doorslaggevend is geweest en het ook altijd zal blijven- zal het leren.

En de heersende opinie van de toekomst zal ons gaan dicteren wie goed en kwaad was anno 2010. Voor grijstinten zal geen plaats zijn, althans totdat de angel uit het toekomstige paradigma van goed en kwaad zal zijn verdwenen. En dan zullen sommige dapperde en onafhankelijke wetenschappers oordelen dat er ook in 2010 vele grijstinten waren, en de mensen niet per definitie goed of kwaad waren, maar vooral in de war.

Maar tot die tijd kunnen we met een gerust hart ons op micro-niveau bezighouden met het schooltoneel van de Amsterdamse rechtbank. Jammer alleen dat ze in de toekomst zullen constateren dat het niveau van de vroeg 21e-eeuwse acteurs zo bedroevend laag was. Ach, folklore heeft altijd iets amateuristisch. Mythes hebben dat niet, dus laten we hopen dat de film over Wilders wel knap wordt gemaakt. Gelukkig zijn de filmrechten gekocht door de BBC en de Britten zijn gelukkig heel wat betere acteurs dan de Hollanders. En het is toch fijn om Wilders echt eens goed Engels te horen spreken?  

 

 

De polyculturele samenleving

De multiculturele samenleving staat onder vuur. De botsing der beschavingen is gaande binnen ons eigen land. Althans zo wil men ons doen geloven. Tegelijkertijd worstelt Nederland met zijn eigen identiteit, waarbij de gevreesde islamisering als katalysator werkt.

 Moeten we somber zijn over de culturele metamorfose die sinds enkele jaren gaande is? Dat hangt af van het perspectief. Oud-hollandse waarden als consensus, overleg en het accepteren van andersdenkenden krijgen staan niet echt ter discussie bij de meeste Nederlanders. Tegelijkertijd is er terechte ergernis ontstaan over de uitwassen van de taboes van de vorige generatie politici en bestuurders, die het immigratievraagstuk hebben laten liggen.

Een denkfout die wordt gemaakt is echter dat de Nederlandse identiteit zelf in het gedrang is. Van culturele assimilatie van de Nederlanders is geenszins sprake. De vrees voor islamisering zorgt zelfs voor een steeds sterker geprononceerde eigen identiteit. Daar de Nederlandse identiteit in het verleden voor een groot deel op een beeld van de eigen tolerantie berustte, krijgt die identiteit nu een andere vorm die is aangepast aan de normen van de moderne tijd.

De immigranten in Nederland passen zich in het algemeen goed aan aan de Nederlandse samenleving. Zij zien geen tegenstelling tussen hun oospronkelijke identiteit en hun relatief nieuwe Nederlandse identiteit. De perceptie dat immigrantien de taal niet goed zouden spreken is overigens ook in de meeste gevallen onjuist.

Zo is het ware conflict wellicht dat de immigranten een dubbele identiteit hebben aangenomen, een acquisitie van Nederlandse normen en waarden. Het verschil tussen de oorspronkelijke Nederlanders en de immiganten is dan vooral dat de oorspronkelijke Nederlanders hun eigen normen en waarden voorheen als vanzelfsprekend zagen, terwijl de immigranten zich deze waarden min of meer door door de situatie gedwongen eigen hebben gemaakt. En in dat proces zijn immigranten bepaalde elementen van de gepercipieerde Nederlandse identiteit zoals deze zich in de afgelopen decennia hebben gemanifesteerd als constante waarden van de Nederlandse cultuur gaan beschouwen. Vrijheid van meningsuiting, emancipatie, iedereen zijn zegje doen: de immigranten hebben deze elementen overgenomen van de Nederlanders in de afgelopen decennia.

 De Nederlandse cultuur is daarmee in een nieuwe fase gekomen die enigszins is te vergelijken met de positie die de Nederlandse cultuur in Nederlands-Indie en de gebieden in de West had: een Leitkultur, iets waarnaar allen streven, maar ieder op zijn eigen manier. Immigranten accepteren die Leitkultur zolang deze letterlijk leidinggevend is. Net zoals het Nederlands de onderlinge communicatietaal is gebleven in Suriname, en het Engels in India, of het Frans in grote delen van Afrika, vindt eenzelfde proces thans plaats in eigen land. Er ontstaat een cultureel ecclecticisme, dat niet moet worden gezien als een multiculturele samenleving, maar ook zeker niet als de melting pot. Er wordt immers niets gemengd. Iedere groep heeft zijn eigen set waarden die worden afgezet tegen de waarden van andere groepen, met de Nederlandse cultuur als Leitkultur. Noem het de Surinamisering van Nederland. De Nederlandse identiteit is niet in gevaar indien de Nederlandse cultuur de overkoepelende Leitkultur blijft.

Wel zullen net als vele andere landen een polycultureel land worden, waarin verschillende groepen die weinig met elkaar gemeen hebben moeten samenleven. Het is het land waarin we inmiddels allang leven, al woedt er nog een achterhoedegevecht om de ”oude” cultuur te bewaren, die allang niet meer bestaat. De discussies over islamisering en dubbele paspoorten raken de kern van deze situatie niet. Het is net als de Oostvaardersplassen: je kunt niet kunstmatig een situatie scheppen die allang niet meer bestaat.

Het Nederland van 2010 is totaal anders dan het Nederland van 1990. Goed of slecht doet er niet meer toe: het is een feit waarmee de oudere generaties moeten leren leven: de jongere generaties zijn er allang aan gewend. Het enige wat de politiek nog kan doen is het stimuleren van de overkoepelende Nederlandse Leitkultur. En daarin is Nederland altijd slecht geweest omdat de Nederlandse identiteit werd geassocieerd met ”spruitjesgeur” en ”provincialisme”. Als Nederland er niet in zal slagen om die Leitkultur op een andere meer zinvolle manier in te vullen, zullen immigranten hun eigen interpretatie geven aan wat die Leitkultur is of moet zijn. De politiek van Wilders werkt alleen averechts en zal het ontstaan van tegenstellingen in de komende jaren alleen maar versnellen todat iedere immigrantengroepering droog op zijn eigen terp zit, goed afgescheiden van de rest. En dan geldt inderdaad het recht van de sterkste en niet de dialoog zoals vaak wordt gedacht. Gingen de Amerikanen met de Indianen in dialoog, of de Australiers met de aboriginals? Met een grote groep islamitische immigranten -die van alle immigrantengroepen ook het meest assertief zijn – zal Nederland dan inderdaad islamiseren, totdat een nieuwe Leitkultur is ontstaan met islamitische elementen daarin opgenomen.

Welk scenario we ook volgen, we zullen leven in een polyculturele samenleving waar een vrij grote minderheid inderdaad met heimwee zal terugdenken aan 1990.  Andere groepen, de huidige immigranten zullen perfect Nederlands spreken en uitstekend op de hoogte zijn van de Nederlandse cultuur: niet valt uit te sluiten dat juist zij de maatschappelijke boventoon zullen voeren. De status van de Nederlandse cultuur zal zelfs toenemen en met het vroegere multiculturalisme is het dan definitief gedaan. Het conservatisme zal juist alleen nog maar toenemen: iedere groep trekt zich terug in zichzelf en waant zich het zout der aarde binnen de overkoepelende Nederlandse kosmos.  

Deze nieuwe polyculturele, multi-etnische Nederlanders zullen met een goed verhuld dedain een zeker medelijden kunnen opbrengen met die vrij grote ”ouderwetse’ minderheid, maar naar verloop van tijd zelfs bewondering hebben voor de ”oude” Nederlandse normen en waarden, zoals zowel de Franken als de Byzantijnen opkeken naar de Romeinen, en beide groepen zichzelf als opvolgers van de Romeinen zagen. De samenleving zelf is dan net als bij de Byzantijnen en de Franken in hun tijd allang een nieuwe fase ingegaan.

Gerrit Schotte: yes you can!

Beoogd premier van Curacao Gerrit Schotte meldde vandaag dat het eiland geenszins klaar is voor de onafhankelijkheid. De verzelfstandiging van het eiland gaat gepaard met een nog altijd grote schuldenlast en aan de noodzakelijke wetgeving en uitvoering schort het nog altijd.

Is een ooit een land klaar geweest voor zelfstandigheid? Waren de aride Kaapverdische eilanden in de jaren ’70 klaar voor zelfstandigheid? Was Singapore in de jaren ’60 klaar voor zelfstandigheid, of de Seychellen? Nee.

Toch hebben al deze micro-landen zich na een harde beginperiode omhooggewerkt tot regionale motors van de wereldeconomie. Aruba, dat zelfstandig werd in 1986 stond er uiterst slecht voor, de olie-raffinaderij was gesloten en de economie uiterst fragiel. Goed bestuur en een gemeenschappelijke visie hebben ervoor gezorgd dat Aruba nu een van de rijkste eilanden is in het Caribisch gebied.

Het is opvallend dat juist de landen die weinig ontwikkelingshulp kregen en die vanuit hun eigen kracht zijn uitgegaan, nu de kampioenen zijn geworden. Singapore stelde niets voor toen het eilandstaatje zelfstandig werd. Toch gaven ze niet de schuld aan Maleisie of aan Engeland voor hun achterstand. De Kaapverdische eilanden zijn zich aan het ontwikkelen tot een regionale motor van West-Afrika. Strategisch gelegen tussen het opkomende Brazilie, Europa en Afrika, groeit deze economie met een indrukwekkend tempo. Geholpen door een goed bestuur en met onder andere grote steun van Luxemburg, dat flink investeert in het westafrikaanse landje. De Kaapverdianen wijzen niet met beschuldigende vinger naar Portugal, maar kijken vol verwachting naar hun grote Braziliaanse broer. De Nederlandse overheid  blijft daarentegen flinke sommen geld sturen aan corrupte regimes. Ook financieren we indirect het instandhouden van islamistische bewegingen in Afrika, die nu een mooie oorlogskas hebben vergaard in hun heilige strijd tegen het perfide, moraalloze Westen. En tegelijkertijd zitten we te prutsen met de status aparte van Curacao en St. Maarten.

Ik zou zeggen: Curacao, kijk in de spiegel. Challenge what the future holds. Bouw een mooi land op, tegen de verwachtingen in. Kijk naar Singapore of naar de Seychellen. Steek de handen uit de mouwen. Nu is het even moeilijk, maar dat is noodzakelijk om te groeien. Steek een dikke middelvinger op tegen Nederland, Venezuela en al die anderen die denken dat Curacao het niet gaat maken. Kijk ook vooral niet (meer) naar Suriname, dat niet van de geschiedenis leert en zo weer voor een dictator heeft gekozen die alleen maar zichzelf en zijn eigen kliek verrijkt.

Niet klaar voor de zelfstandigheid? Zou Betico Croes, de voorvechter van de Arubaanse status aparte ooit zoiets durven hebben roepen? Nee. Hij ging naar de Verenigde Naties en verdedigde zijn zaak met vuur, speelde hoog spel en kon het feit dat hij de lokale verkiezingen verloor niet verkroppen, om zich vervolgens dood te rijden. Talloze minder dramatische voorbeelden in de wereld anno 2010 zijn voorhanden ter inspiratie. Nu alleen nog actie ondernemen, Curacao. En doen! Niet gaan piepelen om geld, zeuren en klagen. Dat gemekker hebben jullie goed van Nederland geleerd maar nu is het tijd voor handelen. Degene die zeurt en klaagt is afhankelijk en niet vrij. Na vier eeuwen lang gedwee te moeten luisteren naar de zalvende woorden van de hypocriete Hollandse dominees, slavenhouders en kooplieden is het bijna zover. De vrijheid lonkt. Een sprong in het diepe. Een diepe, risicovolle vrijheid. Si boso por!

Ambassadeurs van eigen agenda

Enkele dagen geleden zag ik bij De Wereld Draait Door beelden van een interview met Ayaan Hirsi Ali waarin zij kritiek leverde op de Nederlandse mentaliteit. Zij had het over het welbekende maaiveld, met alles wat daarbovenuit steekt dat wordt afgezaagd. Enkele jaren geleden deed Prinses Maxima haar beruchte uitspraak dat ”de Nederlander” niet zou bestaan. Velen vielen over haar heen.

Wat Maxima en Hirsi Ali met elkaar gemeen hebben, en wat kennelijk bij veel Nederlanders slecht aankomt, is dat zij buitenlanders zijn of waren en dus relatieve nieuwkomers in de Nederlandse samenleving. Wat er ook zij van hun kritiek, in binnenlandse verhoudingen is het slechts irritant wat zij doen, niets meer en niets minder.

Schadelijker is het als buitenstaanders vervolgens in het buitenland het beeld schetsen dat er met Nederland veel mis is. Nu heeft Nederland al een tanende reputatie in het buitenland, voornamelijk veroorzaakt door Geert Wilders en trawanten, maar mensen als Hirsi Ali en met haar vele anderen bevestigen dit negatieve beeld nog verder. Een voorbeeld uit de praktijk kan dit wellicht verduidelijken. Een vroegere Engelse collega van mij was op een zakenreis naar New York. Daar kwam zij in gesprek met politiek geinteresseerde advocaten, die goed bekend waren met Hirsi Ali. Mijn collega vertelde vol overtuiging dat Hirsi Ali was gevlucht uit Nederland na een aanvaring met een racistisch politicus. Dat moet dan waarschijnlijk Rita Verdonk zijn geweest, dacht ik dan. Vervolgens meldde mijn collega dat deze racistische politicus had gedreigd haar paspoort af te nemen, dit geheel tegen de wet in. Zo was de sage Verdonk-Hirsi Ali dus overgekomen in het buitenland.

Hirsi Ali heeft faam verworven in de Verenigde Staten en enkele bestsellers op haar naam staan. Terwijl Nederland alles voor haar heeft gedaan, van asiel verlenen tot studiefinanciering, huisvesting, carriere. Toch krijgt ons land geen dank voor de verleende hulp. Nederland was voor Hirsi Ali slechts een vehikel in haar strijd tegen de islam. In het kielzog van haar kruistocht tegen de Islam is zij zelfs tijdens haar Amerikaanse periode Christen geworden.

Het geval Hirsi Ali staat niet op zich. Tenminste voor wat de relatie met Nederland betreft. In het verleden hebben velen die werden vervolgd in het buitenland hun toevlucht gezocht en gevonden in Nederland, aangetrokken door het vrije politieke en culturele klimaat. Van Rene Descartes tot Spinoza en de Pilgrim Fathers: zij hebben zich weliswaar positief uitgelaten over de vrijheden die Nederland bood om hun ideeen te ventileren, maar Nederland was ook voor deze vrijheidsdenkers slechts een vehikel onderweg naar andere, betere bestemmingen. Van de Pilgrim Fathers resteert in Leiden een gedenksteen naast de Pieterskerk met daarnaast een klein museum waar af en toe groepjes Amerikanen komen. Deze Amerikanen behoren tot een kleine groep geinteresseerden, voornamelijk afkomstig het zo Europees aandoende New England. De meeste Amerikanen die internationale lectuur lezen vinden hun weg sneller naar de bookstore met de boeken van Hirsi Ali dan naar de Leidse Pieterskerk.

Nederland smacht dan ook naar buitenstaanders die eindelijk het eigen land eens prijzen. Maar als zij dit doen, wuiven we dit licht gegeneerd weg. We kunnen moeilijk omgaan met prijzende woorden. Complimenten worden gebagatelliseerd, maar heimelijk glunderen we van trots. En het is diezelfde trots die gekrenkt wordt als buitenstaanders dit ingewikkelde sociale spel niet doorhebben. Want pas als een buitenstaander begrijpt dat we trots zijn op ons gebrek aan trots, dat we kritiek verwarren met betrokkenheid, dat we directheid verwarren met oprechtheid, dan heeft die buitenstaander de initiatie tot echte Nederlander ondergaan.

Tot die tijd wordt de buitenstaander nu eens bewonderd voorzover hij kritiek heeft op onszelf en verguisd als hij ons prijst. Zoals Hirsi Ali nu eens wordt bewonderd, dan weer geprijsd naar gelang haar boodschap. Maar ze hoort er niet bij, juist vanwege de stelligheid van haar boodschap en het feit dat zij zichzelf niet wegwuift, niet bagatelliseert. Hetzelfde principe maakt ook Geert Wilders tot een buitenstaander in eigen land, terwijl hij steeds meer een ”insider” wordt in internationale kringen. Laten we hopen dat Nederland voor hem niet slechts een vehikel is. Daar heeft Nederland zo langzamerhand wel genoeg van, van deze ambassadeurs van de eigen agenda.

 

Nogmaals de speech van Wilders

Er zijn al verschillende analyses geweest in de kranten over de speech van Geert Wilders op 11 september 2010 in New York. Er heerste in die analyses vooral opluchting omdat Wilders zijn toon had gematigd om zo de coalitieonderhandelingen niet in gevaar te brengen. Zou Wilders zijn toon echt hebben gematigd vanwege Rutte en Verhagen?

Het lijkt onwaarschijnlijk dat iemand die al jarenlang moet onderduiken wegens doodsbedreigingen en toch stug doorzet opeens concessies doet voor de Haagse coalitie-onderhandelingen. Veeleer lijkt het waarschijnlijk dat Wilders zijn toehoorders niet voor het hoofd wilde stoten. Zijn medestanders in de Verenigde Staten en elders ter wereld hadden op die belangrijke datum geen behoefte aan islam-bashing maar aan een steuntje in de rug. En daaraan heeft Wilders zich keurig gehouden. Maar wellicht was er nog een andere reden waarom Wilders zijn speech niet teveel op het wezen van de Islam richtte.

Wat opvallend is, is dat in Nederland vooral wordt gevreesd dat Wilders weer zou beginnen met moslims af te schilderen als intolerante mensen, oproepen tot Koranverboden en kopvoddentaks. Kortom, alle bekende onzin. Het opvallende is dat moslims stil bleven. Niet zo vreemd, het Midden-Oosten opruiende politici. Jodenbashing is een populair tijdsverdrijf van politici overal in het Midden-Oosten en verder. Moslims worden pas echt geraakt als de Islam zelf in het hart wordt aangevallen. De interpretatie van watnu precies radicaal is, wordt dus fundamenteel verschillendopgevat in Nederland en het overige Westen enerzijds en de Islamitische wereld anderzijds.

Wilders’ speech bevatte veel ware woorden, maar ook enkele vreemde vergelijkingen. Terecht noemde hij de slechte positie van christenen in het Midden-Oosten, vooral die van de Kopten. Hij noemde echter niet dat vooral de Amerikaanse invasie in Irak de nekslag heeft gevormd voor de eens 800.000 man sterke christelijke minderheid in het tweestromenland. Voorts vergeleek hij New York als bolwerk van vrijheid met Mekka, de hoofstad van de islamitische wereld. Schever kan de tegenstelling niet zijn, door een moderne metropool te vergelijken met de meest heilige plek binnen de Islam kan het niet anders dan dat die verschillen enorm zijn. En Wilders raakte met die vergelijking de moslims dan ook niet. Die vinden uiteraard dat hun heilige plaats niet vergeleken kan worden met een wereldse metropool als New York. Wilders had er beter aan gedaan om New York te vergelijken met Dubai of Kuala Lumpur, wereldsteden van de islamitische wereld, waar niettemin geen tot weinig vrijheid bestaat voor andersgelovigen.

Had Wilders de islamitische wereld juist willen raken door de vergelijking met Mekka, dan had hij beter kunnen noemen dat juist de meest heilige plaats van de islam een gigantisch commercieel centrum is geworden. Verzekerd van de toestroom van pilgrims, worden er miljarden verdiend om deze te accomoderen. Binnenkort komt er zelfs een hoge snelheidstrein naar Mekka. Ook had hij erop kunnen wijzen dat de Saoedis op eigen initiatief de Amerikaanse troepen daar hebben binnengehaald. Daar is geen enkele dwang van Amerikaanse zijde vanuit gegaan.

Als Wilders het politieke karakter van de islam had willen benadrukken, had hij moeten zeggen dat de discussie over de aard van de islam overbodig is. De islam is namelijk niet alleen een religie of een politieke ideologie, maar beide. Althans, het is maar hoe de islam wordt ingebed in de staat. De verspreiding van de Islam in grote delen van Afrika en Azie geschiedde deels om de positie van machthebbers te onderstrepen en continuiteit van de heersende elites te waarborgen. De bevolking bleef grotendeels ‘heidense’ praktijken uitvoeren, van de Indische archipel tot in de Soedan. En dit leidde niet zelden tot conflicten en bloedige jihads tegen andere stammen of volkeren die door de oorlogshitsers als ‘nep-moslims’ werden beschouwd. De recente genocide in Darfur vond plaats tegen de achtergrond dat de pastorale bewoners van de regio niet als ‘echte’ moslims worden gezien door de Arabieren. Pas ten tijde van het westerse kolonialisme in de loop van de 19e eeuw werd de Islam ook voor de gewone bevolking een ideologisch instrument om zich te weren tegen de nieuwe vijand: de Europese onderdrukker. Het fundamentalisme was geboren.
In andere delen van de wereld geschiedde de groei van de Islam soms als emancipatie van achtergestelde groepen zoals in India, waar opvallend veel leden van de laagste kasten zich bekeerden tot de Islam om zo aan het verstikkende kastesysteem te ontkomen. Die diversiteit, die overigens ook teruggevonden kan worden in het Christendom en andere religies, wordt niet of nauwelijks onderkend in deze tijd van oppervlakkige kennis. Talloze moslimlanden hebben het democratische stelsel gekozen, zoals Turkije en vele andere landen. Nu is die democratie niet volledig naar westerse maatstaven, dat is bekend.

De tegenstellingen binnen de islamitische wereld tussen orthodoxie en moderniteit zijn net zo groot als die tussen het westen en de islamitische wereld. Hoe kan je dan nog een land als Turkije, dat zichzelf in grote mate heeft gemoderniseerd en nota bene het kalifaat heeft afgeschaft, veroordelen. De islam is vaak vijand geweest van het westen, maar net zo vaak een bondgenoot. De laatste sultan van het Ottomaanse Rijk vocht samen met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije tegen de geallieerden. Zijn oproep tot een jihad kreeg weinig gevolg in de islamitische wereld. In tegendeel vochten veel moslims in geallieerde dienst tegen de asmogendheden. Hitler hoopte op een jihad tegen de Britse bezetting van het Nabije Oosten, maar noemde dit in het enige verboden boek in Nederland Mein Kampf al als een vrij onwaarschijnlijk scenario. Hetzelfde Mein Kampf is overigens een gewild boek in de Arabische vertaling, evenals boeken over het leven van Che Guevara.

Wilders had veel meer kunnen zeggen in zijn speech. Bijvoorbeeld dat Mohammed ook een wereldlijk leider was die Joodse stammen die zich niet wilden bekeren heeft vermoord ´volgens de gebruiken van die tijd´. Ook had hij kunnen noemen dat het werkelijke probleem van de Islam in de huidige wereld is dat deze zich verzet tegen modernisering. Voorts had hij kunnen zeggen dat de bewuste oppositie van de Islam ten opzichte van andersdenkenden niet correct is. Mohammed zag zichzelf als de laatste profeet, maar deze notie was al eerder door een andere profeet, Mani uitgevonden. Het verbod om mensen af te beelden was ook niet een islamitische vondst, maar vond plaats in de bredere historische context van het iconoclasme dat tegelijkertijd in het Byzantijnse Rijk plaatsvond. Het apocalyptische karakter van de Islam kwam in een tijd dat ook binnen byzantijns-christelijke kringen het idee van het einde der tijden werd voorzien. Deze ontkenningen van de absolute, exclusieve aard van de Islam vallen uiterst slecht in de moslimwereld.

Wilders had kunnen stellen dat veelgeroemde islamitische wetenschap in grote mate concepten heeft overgenomen van andere culturen. Hij had ‘bad cop’ kunnen spelen door erop te wijzen dat de islam vanaf de 11e eeuw van onze jaartelling nauwelijks nog enige bijdrage heeft geleverd aan de wetenschap. Hij had erop kunnen wijzen dat ook in de eeuwen na de islamitische bloeitijd maar nog voordat het Europese imperialisme en kolonialisme roet in het eten gooide, ruwweg vanaf de 11e eeuw tot en met diep in de 17e eeuw, de islamitische wereld al stagneerde, ondanks het ontstaan van machtige rijken zoals de Ottomaanse Turken en de Moghuls in India.

Hij had kunnen opmerken dat de ´nul´, zo belangrijk voor de algebra, al eeuwen voor de opkomst van de Islam in India was uitgevonden. De islamitische wetenschap bouwde voort op de Griekse filofosie. Er zijn meerder versies van de Koran gevonden, maar deze worden in het Westen onderzocht omdat men er in de islamitische wereld niet van wil horen. Het is dan ook waarschijnlijk dat dit boek toch echt door mensenhanden is geschreven net als de Bijbel en de Torah. Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.

Tegelijk heeft Wilders kansen laten liggen om positievere zaken te benadrukken. Bijvoorbeeld het feit dat de Joden die uit het christelijk geworden Spanje waren verdreven werden verwelkomd door de Ottomaanse sultan. Dat christelijke Arabieren een vooraanstaande rol hebben gespeeld in de Arabische onafhankelijkheidsbeweging. Dat de islamitische hoofse cultuur een grote invloed heeft gehad op de Europese beschaving tijdens de Middeleeuwen. Dat de achterstand van de islamitische beschaving niet genetisch is bepaald zoals de Duitse querulant Sarrazin heeft beweerd. Dat de voorbeelden van Singapore, China, Japan en India aantonen dat vernieuwing mogelijk is met behoud van eigen identiteit, zonder een ´slaaf´te worden van het Westen.

En zelfs het voorbeeld van Israel, hoe controversieel ook, zou kunnen worden gevolgd. Israel is met al zijn zwakheden en misdaden een levendige democratie. De enige echte democratie in de regio. Arabisch is er officieel erkend als tweede taal, en de Arabieren hebben hun eigen vertegenwoordiging in de Knesset. Israel heeft keer op keer de Arabische wereld de hand gereikt, maar wordt permanent in haar existentie bedreigd. De muur die voor zoveel controverse heeft gezorgd heeft niettemin voor rust gezorgd. De Joden hebben van de Tweede Wereldoorlog geleerd dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Tegelijkertijd bevinden zich onder de Palestijnen ook veel christenen. Yasser Arafat was zelfs getrouwd met een christelijke vrouw.

Als Wilders al deze dingen hadden gezegd had dat waarschijnlijk een vernietigend fatwa opgeleverd. Salman Rushdie kreeg een doodsvonnis voor minder. Die vrees voor een radicaal fatwa (de term fatwa op zich is immers neutraal) was, het karakter van Wilders in aanmerking genomen, eerder een reden waarom hij zijn toon matigde dan Haags geneuzel rondom de coalitie.

 

De fragiele Vrede van Klink

schaak 

Sjah Mat 

Het CDA verkeert in ernstige crisis, en dan in de oorspronkelijke zin van het woord. De aloude tegenstellingen tussen katholiek en protestant spelen een rol, maar ook generatieverschillen kwamen naar boven in een klassiek machtsspel met als dramatisch hoogtepunt de brief van Klink. Een modern J’accuse tegen de opvattingen van de PVV volgens sommigen, een dolksteek in de rug van de coalitiepartners volgens anderen.

Nu de ogenschijnlijke luwte in de vorm van een radiostilte is weergekeerd, blijkt Klink zelf het grootste slachtoffer te zijn geweest van zijn epistel. Het hele gebeuren heeft hem ingehaald, ongewild en onverwacht. Klink staat alom bekend als een integer man, in tegenstelling tot de sluwe onderhandelaar Verhagen. Maar kennelijk ontbeert hij de souplesse om hieruit munt te slaan. Hij beoogde het CDA weer op het juiste pad te brengen, en zo een einde te maken de geestelijke erosie van de middenpartij. Het tegendeel is bereikt: het CDA is intern sterker verdeeld dan ooit.

Toevallig was Palamedes tijdens dit toneelstuk van de politiek een bekend boek over de Pelopponnesische Oorlog aan het lezen van Donald Kagan (2003). Lezing van het verslag van Thucydides over dePeloponnesische Oorlog (431-404 v. Chr.) zou verplichte kost moeten zijn voor ‘staats’-lieden als Klink en Wilders. En wellicht zullen zij zich herkennen in de Atheense politici van de 5e eeuw voor Christus. Zo is Klink onmiskenbaar de moderne variant van de Atheense politicus en generaal Nikias. Wilders doet erg denken aan zijn rivaal Kleon. Beide mannen waren, net als Klink en Wilders ”nieuwe mannen”, dat wil zeggen van niet-adellijke afkomst.

Nikias was een integer en intelligent man, die zoveel mogelijk trachtte de imperialistische geest van de oorlogspartij van zowel Kleon als generaal Alkibiades te temperen. Hij steefde een eervolle vrede met Sparta na. Het contrast was groot met Kleon, een demagoog en sluw volksmenner, die de zwerende onderbuikgevoelens van de Atheense bevolking goed wist te doen ontvlammen. Toen Kleon overleed in 423 v. Chr. was Nikias er snel bij om een vrede met Sparta te bewerkstelligen. Deze fragiele vrede is de geschiedenis ingegaan als de ‘Vrede van Nikias’, en deze term is vervolgens voor de Bolkestein-achtigen onder ons een soortnaam geworden voor iedere vorm van schijnvrede, zoals bijvoorbeeld het 21-jarige Interbellum (1918-1939) tijdens de Grote Oorlog van de 20e eeuw (1914-1945).

Maar goed, terugkerende naar de 5e eeuw v. Chr. bleek dat de Vrede van Nikias geen lang leven beschoren was. De Atheense oorlogsgezinden, met Alkibiades voorp, vatten in 415 v. Chr. een plan op om een expeditie uit te rusten naar Sicilie om zo het gehele eiland onder Atheense vlag te brengen. De machtigste stad op Sicilie, Syracuse, leverde immers graan aan Sparta en Korinthe, de gezworen vijanden van Athene in de Peloponnesiche Oorlog. Syracuse vormde een permanente doorn in het Atheense oog.

Nikias, die weinig zin had in de voortzetting van een ‘totale oorlog’ probeerde de Atheense volksvergadering ertoe te bewegen goedkeuring te onthouden voor de geplande expeditie naar Sicilie. Eerst probeerde Nikias in de eerste instantie de volksvergadering te overtuigen van het gevaar van zo’n expeditie. Immers, zo stelde Nikias, Syrakuse had de beschikking over het achterland om de eigen manschappen te voeden, terwijl de Atheense vloot ver weg van huis strijd moest leveren. En de machtiger Carthagers waren er ook niet in geslaagd de Sicilianen te onderwerpen.

Dit argument sloeg aan bij de mannen van de volksvergadering, maar in tegenovergestelde zin. Nikias bereikte het tegendeel van zijn plannen: de volksvergadering, Alkibiades voorop, besloot dat er nog meer manschappen naar Sicilie moesten worden gestuurd. Een nog grotere vloot werd ingescheept voor Sicilie dan voorheen voorzien. Nikias had geen andere keuze dan om hierin mee te gaan, maar het was tegen zijn zin. De gehele expeditie naar Sicilie werd een fiasco voor zowel Athene als Nikias zelf. In militair opzicht liep het uit op een mislukking. Nikias vreesde dat onverrichter zake terugkeren naar Athene zijn einde zou betekenen. Daarom bleef hij in Sicilie talmen en dralen, totdat hij uiteindelijk door de Syracusianen werd gedood. In die tijd een beter lot dan de schaamte van het verlies thuis te moeten ondergaan.

Klink is net als Nikias een integer man, maar integriteit en machtspolitiek gaan vaak slecht samen. Maxime Verhagen heeft als historicus goed door welke valkuilen een te grote mate van integriteit met zich meebrengt, en hij heeft zich dit eigen gemaakt. Het feit dat hij de CDA-crisis heeft overleefd wekt dan ook weinig verbazing. Het enige wat hem nog zou kunnen opbreken is het feit dat hij teveel een katholieke en Limburgse signatuur heeft. Diep in het onderbewuste van de nog altijd calvinistische Nederlander sluimert een latent antipapisme, dat wordt uitvergroot door de recente seksschandalen in de katholieke kerk. Zo bezien vormt de aanklacht tegen bisschop Gijssen ook een gevaar -weliswaar indirect - voor de toekomst van Maxime Verhagen. Hoe dan ook, de teerling is geworpen.

Een plukje Basilicum, een snuifje coke

sospiri 

Het zuchten voorbij… 

De Italiaanse overheid functioneert weliswaar slecht, althans zo is de heersende mening in onze nu zo zompige Rijndelta, ze kunnen niet beschuldigd worden van het gebrek aan ervaring in de omgang met criminelen. In de afgelopen 14 maanden heeft de Italiaanse overheid 15 miljard euro aan crimineel verkregen goederen geconfisqueerd. En niet alleen in het Zuiden, maar ook in Lombardije en Piemonte. (Zie: http://www.bloomberg.com/news/2010-09-14/italian-police-seize-1-9-billion-in-mafia-linked-assets-in-record-haul.html). Dat is natuurlijk ook meteen een uitstekende manier tot reductie van het overheidstekort.

Benoorden de Alpen verlopen de zaken niet per definitie efficienter, al denken we vaak dat dat wel zo is. Neem bijvoorbeeld Amsterdam. Nu schijnt de kersverse burgemeester Van der Laan eindelijk ook de Wallen aan te willen pakken. Na decennialang het troetelkindje van linkse idealisten te zijn geweest, is eindelijk –vele afrekeningen later- het besef doorgedrongen dat de Wallen toch vooral een broeinest zijn voor keiharde criminelen. Het drugsgeld regeert Amsterdam, maar gelukkig levert het toch nog enige metropolitische geur aan onze verder zo provinciaalse hoofdstad. Goh, denkt vrijzinnig Nederland, nooit gedacht dat prostitutie en drugs samen zouden gaan. Nu is het altijd al curieus geweest dat een ordinaire hoerenbuurt als toeristische hoofdattractie geldt. Worden de Wallen binnenkort ook onderdeel van het UNESCO Werelderfgoed? De roodverlichte ramen met Oosteuropese en Afrikaanse moderne slavinnen worden dan officieel en met subsidie van de EU beschermd en dan kunnen we een Open Monumentendag houden in de bordelen. Met een speciale workshop en informatiefolders. Een primeur voor Amsterdam, naast het sexmuseum en het hashmuseum een Bordeel-Museum erbij!

Misschien kan het BOOM (Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie) iets van de Italiaanse misdaadbestrijders leren, want de bedragen die jaarlijks hier te lande worden ontnomen aan criminelen zijn niet erg indrukwekkend, terwijl er toch ook in ons eigen vrolijke landje miljarden worden verdiend in het crimineel circuit. In heel 2008 was de magere opbrengst van het BOOM 23 miljoen euro. Dat is slechts een zakcentje vergeleken met de kosten van de bouw van de Metro en de verbouwing van het Stedelijk Museum.

De discussie over het uitbreiden van de politie heeft echter in Nederland een hoogst beperkt karakter. Meer blauw op straat is niet de enige oplossing. Er moet –juist in deze tijden van bezuiniging- dringend worden geïnvesteerd in goed gekwalificeerde mensen die ervaring hebben met hoe geldstromen lopen. Enkele projecten met oud-bankiers hebben al goede resultaten opgeleverd.

De discussie – of zoals het tegenwoordig steevast wordt genoemd ‘het debat’ -over de bezuinigingen heeft een symbolisch karakter. Er ‘is geen geld meer voor ouderenzorg’ heet het dan. Er wordt niet vanuit gegaan dat investeringen moeten worden gedaan in mensen en middelen om later daarvan te kunnen profiteren. Het verruimen van de bestaande ‘Pluk ze’-wetgeving is daarom een goede investering, evenals het inzetten van oud-bankiers. Rechters en Officieren van Justitie zouden ook financieel opgeleid moeten worden, in plaats van naast de wet alleen maar het D66-programma te lezen. Toch zijn diezelfde multiculti-helden tegelijkertijd degenen die de rechterlijke macht zoveel mogelijk gesloten houden voor allochtone rechters. Van de rechterlijke macht een werkelijke afspiegeling maken van de bevolking gaat deze profeten van de multiculturele samenleving weer een stap te ver. Kennelijk gaan zij teveel uit van een bepaalde mal waarin slechts gelijkgestemden passen.

Vooral Officieren van Justitie moeten gepokt en gemazeld raken in de financiële wandel in het criminele circuit, waarin niet alleen geld wit wordt gewassen, maar ook zwart en grijs. Met andere woorden: er zijn verschillende technieken om geld dat van oorsprong ‘wit’ is toch aan te wenden voor criminele doeleinden, en dit is tot op heden niet strafbaar. Het is vreemd dat het in het reguliere circuit brengen van crimineel verworven geld wel strafbaar is, maar het investeren van ‘wit’ geld voor criminele doeleinden aan het oog wordt onttrokken. Zo komt het dat tot op heden bijvoorbeeld de wapenindustrie vrijwel niet wordt aangepakt. Wel is op basis van antiterrorismewetgeving hierin de laatste jaren verandering gekomen. Maar het is nog altijd zo dat een kleine klant bij een bank netjes moet aangeven voor welke doeleinden hij of zij zijn persoonlijke lening wil aanwenden, en een groot bedrijf met groot gemak leningen kan aangaan zonder daarover verantwoording af te leggen.

Dit gebrek aan controle heeft er mede toe geleid dat er allerlei financiële producten zijn ontstaan waarvan niemand wist waar uiteindelijk de geldstroom werd gegenereerd. Bij de speurtocht door misdaadbestrijders naar crimineel verworven geld geldt al sinds jaar en dag het adagium ‘follow the money’, maar bij ingewikkelde financiele producten gold dit niet. De economische crisis waarin wij ons nu bevinden heeft aangetoond dat kennis van hoe geldstromen lopen van levensbelang is voor onze economie. Nu de geschatte omvang van de criminele economie vele tientallen miljarden bedraagt, verdient dit thema juist nu meer aandacht dan welke het nu krijgt. Misschien kan Nederland dus toch nog wat anders van de Italianen leren dan culinaire hoogstandjes. De Italianen plukken niet alleen basilicum, ook weten ze als geen ander raad met het oppakken van criminelen. Met de zonnige groeten van Silvio Berlusconi.

Gebroken solidariteit

zee

De Nederlandse Bank (officieel geheten: DNB) heeft gefaald in het toezicht op de Uit de Hand Gelopen Hobby ter Persoonlijke Verrijking van voormalig directeur en grootaandeelhouder Dirk Scheringa (officieel geheten: DSB). Dat is althans de constatering die gemaakt kan worden na het faillissement van deze bank. Weliswaar kan worden gezegd dat DNB gebonden is aan wettelijke regels die te snel ingrijpen moesten waarborgen. Nu komt er een hopelijk eindelijk een echte parlementaire enquete naar de kredietcrisis en zullen Nout Wellink en Wouter Bos, de meesterspelers in het Nederlandse lokale versie van de internationale kredietcrisis onder ede moeten verklaren over de gang van zaken die aanleiding gaven tot het faillissement van de DSB, en – onder andere -de miljardensteun aan ABN AMRO.

Het is vreemd dat drie jaar na het ontstaan van de economische crisis in Nederland geen enkele functionaris, zij het bij de overheid, zij het bij het bedrijfsleven, aansprakelijk of zelfs maar verantwoordelijk is gehouden. De constatering dat iedereen een beetje ”fout” zat, welke de Commissie De Wit maakte na maandenlang onderzoek, heeft veel weg van het rapport van de Commissie Davids over het ingrijpen in Irak: waar allen schuld hebben, heeft uiteindelijk niemand schuld.

De gewone burger, tot voor kort laatdunkend gekenschetst werd als een ouderwets en burgerlijk en naar spruitjes stinkend soort mensen met ”onderbuikgevoelens” moeten, in tegenstelling tot de genoemde functionarissen, wel betalen voor de crisis. Het gehele stelsel van sociale zekerheid is het afgelopen decennium doelbewust in staat van afbraak gebracht. Nu worden de pensioenen ook nog minder en moeten we met zijn allen harder doorwerken tot 67 jaar, terwijl de bonussen van de genoemde functionarissen even hoog blijven als altijd. Wellicht houdt dit niet allemaal met elkaar verband, maar in deze tijd waarin het ”image” zo centraal staat is dit toch een zeer slechte marketing van de overheid. Intussen wordt onze post bezorgd door een bedrijf met de naam TNT waarvan niemand weet wat dit betekent en wordt de HEMA binnenkort, na te zijn leeggezogen door een private equity-firm, verkocht aan een buitenlandse geldschieter. Er wordt bij de HEMA al hard geprobeerd de bestaande werknemers binnen de grenzen van de wet de laan uit te sturen en te laten vervangen door 16-jarige goedkope scholieren.

Het eeuwige argument voor types die beweren dat dergelijke kritiek voortkomt uit reactonair gedrag of onderbuikgevoelens voeren daarmee een grote drogreden aan, die van het argumentum ad hominem, welke drogreden meestal het laatste redmiddel is als andere argumenten niet meer opgaan of geloofwaardig klinken. Ik heb ze in ieder geval nog niet gehoord. Er blijkt uit niets waarom de uitverkoop van ons land zo nodig is. Globalisering? De trend is juist dat nationale overheden diezelfde globalisering omarmen voor zover dit tot hun voordeel strekt en afwijzen zodra dit niet het geval is. In Nederland lijkt de globalisering echter vooral te worden omarmd om onszelf te benadelen, op een kleine elite na, die – niet geheel onverwacht- uit dezelfde rangen komen als de hiervoor genoemde ”functionarissen”.

De kleine pensioenspaarder kijkt daarom met lede ogen naar hoe deze elite zichzelf verrijkt en zijn geld stalt in buitenlandse nep-vennootschappen, terwijl op hun beurt buitenlandse nep-vennootschappen en investeerders met graagte worden binnengehaald in het Nederlandse belastingparadijs. Met als argument dat dit goed is voor de economie, terwijl geen enkele eisen worden gesteld aan diezelfde buitenlandse investeerders ten aanzien van het aantal werknemers dat zij zullen aannemen of enige lange-termijnstragetie binnen Nederland wordt vereist. De belastingwetgeving wordt zelfs aangepast om deze investeerders geheel te accomoderen zoals is gebleken bij het ‘bid’ om de FIFA binnen te halen voor het WK voetbal.

Alles wordt in het werk gesteld om zieltogende banken in leven te houden omdat de managers anders naar Londen of New York zouden vetrekken. De gewone burger wordt echter geacht om braaf in Nederland te blijven en de portemonnee te blijven trekken. Zogenaamd om de solidariteit te waarborgen met anderen, mensen die nog minder hebben. De functionarissen zal het weinig schelen, zij wonen niet in de oude wijken in de grote steden. Zij hebben de band met Nederland allang verruild met een vaag kosmopolitisme en stallen hun geld in Luxemburg of de Antillen en kopen huizen op het Franse platteland. Nederland is niet meer dan een middel, een vehikel geworden voor een elite. Het doet denken aan de Schotse adel vroeger in Londen resideerde en de hooglanden liet verkommeren. Nederland is voor deze mensen een burgerlijk rotlandje geworden en de opkomst van iemand als Geert Wilders bevestigt hun nauwelijks verhulde dedain voor dit curieuze landje aan de delta van Maas en Rijn.

Het doet denken aan de 18e eeuw, toen de Hollandse regenten iedere modernisering in Nederland probeerden tegen te houden. Incompetente stadhouders zorgden voor verdere stagnatie. De Nederlandse vloot werd verwaarloosd en zo kwam een einde aan het Nederlandse overwicht op zee. Het door 2 bijzonder actieve generaties in de 17e eeuw verdiende geld werd opgepot of in verfraaiing van grachtenpanden gestopt zonder investeringen in eigen land te doen. Stadhouders Willem V vluchtte naar Engeland toen de bodem hem de heet onder de voeten werden een droeg alle Nederlandse kolonien met een pennestreek over aan de Britten. Veel Nederlands geld verdween met hem naar Londen. Gelukkig  voor Nederland bleken de Franse bezetters nog niet zo slecht en vooral Koning Lodewijk Napoleon bleek een goed bestuurder. Met Frans elan stichtte hij vele nationale instituten waar het Oranjehuis vervolgens handig gebruik van heeft gemaakt alsof dit hun eigen vindingen betrof. Het rondmarcheren van Willem Alexander in uniform en vervaarlijke sabel is direct terug te voeren op de militaire traditie die is ingevoerd door de Bonapartes.

Wellicht moet Nederland weer door een buitenlandse macht worden bevrijd van haar moderne regentenelite. Het openbaar bestuur is net als in de 18e eeuw doortrokken van oligarchische trekken, zoals de benoeming van burgemeesters, de indirecte verkiezingen van de Eerste Kamer, de grote rol van het staatshoofd in kabinetsformaties, en de politieke onschendbaarheid van leden van het koningshuis, de indirecte Tweede Kamerverkiezingen waarbij de premier niet kan worden gekozen. Het is maar een greep uit vele voorbeelden die meerin de 18e eeuw passen dan in de 21e. 

In Frankrijk demonstreren mensen al massaal vanwege de verhoging van de pensioenleeftijd naar 62 jaar. Wie demonstreert hier te lande nog? Toen in de jaren ’90 neonazis in het Duitse Solingen hakenkruizen schilderden op immigrantenwoningen gingen we massaal de straat op en scandeerden ”Ich bin wutend”. Wie is er anno 2010 nog woedend op mensen die ons eigen land afbreken? We zitten op een breukvlak van de geschiedenis tussen de 20e en de 21e eeuw. Het oude gaat verloren, het nieuwe tekent zich langzaam af aan de horizon. Solidariteit is daarbij het eerste slachtoffer geworden, een holle politieke frase voor links, kleffe praatjes voor het midden, en een scheldwoord voor rechts. Ingeklemd tussen ideologie en de praktijk is dit beginsel allang kapot. En solidariteit gaat net als de kruik lang te water, maar eenmaal gebroken resteert slechts het water dat onverbiddellijk blijft stromen en het rulle zand op de bodem. Om daar te rusten en wellicht eens als archeologisch object ontdekt te worden door een toekomstige beschaving.

Pluriform, niet multiculti

Nieuw Rechts heeft een overwinning behaald in Zweden. Geheel Europa ondergaat een flinke ruk naar rechts. Nieuwe populistische rechtse partijen verschijnen ten tonele en verdrukken zowel de oude extreem-rechtse partijen als de traditionele partijen. Zoals Herman Wijffels zei in het programma Buitenhof is er een nieuwe verticale as aan problemen ontstaan die haaks staat op de traditionale horizontale as met de onderverdeling tussen links en rechts.

De nieuwe problemen immigratie, islam en het milieu, tegenwoordig ‘duurzaamheid’ geheten, trekken zich niets aan van de oude horizontale as tussen links en rechts. Naast de grote problemen rondom immigratie is er echter nog een andere dimensie in het spel die de opkomst van rechts stimuleert. En dat is een reactie op het van bovenaf gelegde multiculturalisme en Europeanisering. Europa heeft zichzelf gepositioneerd als een supranationaal stelsel waaraan de nationale staten ondergeschikt zijn. Het hypocriete aan het EU-project is dat er het hoogste niveau steeds meer macht naar zicht toetrekt zonder aan de voet democratischer te worden. De EU is een bureaucratische Moloch geworden en dat verklaart ook waarom Europa de burger koud laat.

Het van bovenaf opleggen van een verbeeld Europees eenheidsstreven werkt steeds meer averechts omdat het tegen het nationalisme is, en voor internationalisering. De EU probeerde de nationale identiteit van lidstaten te temmen. Een belangrijk punt van Europees beleid is het stimuleren van regionale ontwikkeling en samenwerking, als tegenwicht tegen het nationalisme. Net zoals de absolutistische monarchen de macht van de burgerij versterkten om zo de macht van de adel te breken, koketteren Europese instellingen met grensoverschrijdende initiatieven in de hoop dat de burgers ooit de beperkte nationale identiteit zullen verruilen voor een goedaardige Europees burgerschap. Volgens Europese federalisten heeft de natie-staat al vol voldoende ellende gezorgd in de Europese geschiedenis. Tragische finale van dit zogeheten concert der naties was immers de Tweede Wereldoorlog met als toegift de Bosnische Oorlog.

Nieuw rechts doet niet veel anders dan het terugclaimen van de natie-staat en daar is niets fascistisch of engs aan. Want de nationale staten hebben, althans in West-Europa – en daarin ligt ook het blijvende verschil met de oosteuropese landen- een lange ontwikkelingsgeschiedenis die niet genegeerd kan worden. Frankrijk en Engeland, en ook Nederland, kennen een langdurige parlementaire geschiedenis die geheel een eigen karakter kende. De monarchen die deze nationale staten opbouwden, beseften zich goed dat grenzen moesten worden gesteld aan particuliere groeperingen die de eenheid van de staat bedreigden. Zo scheidde Hendrik VIII van Engeland zich af van de Roomse Kerk om, onder ander, de invloed van de katholieke kerk in Engeland te beperken, waaruit de zelfstandige Anglicaanse kerk ontstond. De Franse Koning Lodewijk XIV schafte het Edict van Nantes af en daarmee de godsdienstvrijheid voor protestanten in het Zuiden van het land. Beide vorsten begrepen dat begrenzing van vrijheid noodzakelijk was. In Spanje waren al eerder de moslims verdreven, maar ook de joden en zelfs de joden die zich formeel tot het Christendom hadden bekeerd was hetzelfde lot beschoren. In de eeuwen die daarop volgden claimden burgers die vrijheid soms geleidelijk en vaak schoksgewijs terug, culminerend in de Franse Revolutie, die een supranationaal karakter had met waarden als vrijheid, gelijkheid en broederschap. Dezelfde waarden die nu ten grondslag liggen aan Europa.

De Franse Revolutie zorgde echter voor een tegenreactie in de vorm van de Romantiek aan het begin van de 19e eeuw. De generatie van na de Franse Revolutie was het gedachtgengoed van Napoleon die met zijn veldslagen het Europese toneel bijna twee decennia lang had bepaald nogal zat. Toch wilden de meeste Romantici niet terug naar het verleden, maar zochten zij vernieuwing door herinterpretatie van datzelfde verleden. Symboliek werd belangrijk. Datzelfde proces is nu weer gaande in Europa als reactie op het Europese internationalisme van een generatie geleden. Dat verklaart ook waarom de leiders van nieuw recht ook vaak jong zijn en energiek. Dit proces afschilderen als de opkomst van fascisme of rasicme doet deze ontwikkeling geen recht.

Het idee van de Europese eenheid gaat in feite terug op de Romeinse oudheid. Dat Rijk was net als de EU een multi-etnische staat en pluriform. Maar het Rijk was niet multicultureel, de Grieks-Romeinse beschaving voerde de boventoon. Als Nieuw Rechts zijn energie op goede wijze zal aanwenden, zal dit hopelijk leiden tot een nieuwe vorm van Europese samenwerking waarin pluriformiteit hoog in het vaandel staat. Waarin alle religies een plaats hebben, democratisch en multi-etnisch. Maar waarin een dominante cultuur bestaat, de Helleens-christelijke Europese beschaving die al sinds het Romeinse Rijk bestaat en die steeds weer vernieuwd moet worden. Andere culturen die inmiddels op Europese bodem zijn geworteld hebben daarin een blijvende plaats maar binnen zekere grenzen, die moeten worden getrokken daar waar zij de dominante cultuur aantasten.

Het is vreemd dat in de afgelopen decennia in het kielzog van het Europese internationalisme zo’n dedain is tentoongespreid voor de wortels van de eigen Europese beschaving. De Arabische beschaving grijpt immers ook en met gepaste trots terug op de bloeitijd van de islam in de 6e-9e eeuw n. Chr. Laat de Arabieren vooral op hun eigen manier zoeken naar de wortels van hun cultuur en zichzelf vernieuwen. De Chinezen noemen zichzelf sinds hun eigen versie van het Romeinse Rijk ”Han”, naar het vroegere Han-rijk (2e eeuw v. Chr.- 2e eeuw n. Chr.). Laat ook de Chinezen inspiratie vinden in dit grote verleden. Waarom zou Europa dan hetzelfde niet mogen doen?
Er zijn wel enkele verschillen tussen de Arabische wereld, China en Europa. Zowel Europa als de Arabische wereld en de Chinese wereld hebben perioden gekend van groei, internationalisering en fragmentering. Maar alleen in Europa heeft het idee van de Europese eenheid zo’n sterke concurrent gehad in het begrip ‘natie-staat’. Het vinden van de juiste balans tussen nationale staten en het eenheidsstreven is wat het Europese project zo uniek maakt. En ook richtinggevend voor de toekomst waarin andere landen ook steeds meer met elkaar moeten samenwerken, juist met betrekking tot thema’s als duurzaamheid en migratie. De Afrikaanse en Zuidamerikaanse politici kijken met grote belangstelling naar wat in het pluriforme Europa gebeurt, juist nu. De oude politieke partijen, van links tot (oud) rechts, doen er goed aan zich te beseffen dat zij binnenkort aan de achterzijde van de geschiedenis kunnen gaan staan als zij zichzelf niet blijven vernieuwen.

Boekencanon voor tijdens de coalitie-onderhandelingen

Geachte lezers,

Na een tijdelijke afwezigheid zullen hier binnenkort weer nieuwe artikelen verschijnen. Tijdens de zomermaanden die in het teken stonden van kronkelige coalitie-onderhandelingen is Palamedes op zoek gegaan naar de nodige literatuur die goed past bij deze periode van politieke en culturele verwarring. Palamedes wil een top tien van literaire boeken samenstellen die de huidige generatie van politici in ons land in de komende maanden zouden kunnen of moeten lezen ter lering ende vermaak. Geheel in de geest van de tijd noemen we dit een coalitie-canon van 10 boeken. Daarbij gaat het niet om boeken als ”Seven habits of highly efficient people” of andere managementboeken maar om fictie. Zo is Palamedes tot een -voorlopige top 2 gekomen. Palamedes nodigt hierbij de lezers van dit blog uit om andere suggesties aan te brengen om zo tot een echte top 10 te komen.

Doe mee met het samenstellen van deze canon en zend uw suggestie naar Palamedeslegal@aol.com!

Voorlopige Coalitie-canon:

1. Stad der Zienden – Jose Saramago. Een prachtig boek waarin wordt beschreven wat gebeurt als meer dan 80% van de bevolking blanco stemt. De overheid weet er geen raad mee. 80% van de bevolking wordt als ”terrorist” bestempeld. De staat van beleg wordt afgekondigd, en vele mensen in het gevang gezet. Tot verbazing van de politici blijkt de samenleving desondanks gewoon door te draaien. De mensen gaan gewoon naar hun werk, doen de was en de kinderen spelen door, de zon gaat nog steeds op en onder.

2. L’homme a la Colombe (vrij vertaald: De Man met de Vredesduif) – Romain Gary. Dit in 1958 geschreven boek gaat over de handel en wandel in de gangen in het VN Hoofdkantoor. Romain Gary was naast schrijver ook diplomaat. Het boek geeft een goede beschrijving van de holle symboolpolitiek van de VN en is tot op heden actueel: Op een dag wordt een man met een duif in zijn hand aangetroffen in een van de vele kamers van het VN gebouw. Daarna verdwijnt hij weer en duikt hij geregeld weer op in een andere ruimte ergens in het gebouw. Intussen groeit de reputatie van de man met de duif uit tot mythische proporties. Hij wordt gezien als een messias – of juist als een bedreiging. De Communisten zien hem als een westers complot. Het Westen ziet hem als een communistisch wapen. Vele vergaderingen worden gehouden om het fenomeen van de man met de duif te duiden. Als ultiem bewijs van saamhorigheid besluiten alle naties van de wereld om uit alle raampjes van het VN gebouw letterlijk vredesvlaggetjes te laten zwaaien. De man met de duif verklaart echter plechtig in een persverklaring dat hij symboolpolitiek zat is en dat hij de wereld echt wil verbeteren. Dit kan natuurlijk niet goed aflopen.

3 ….

Schip zonder stuur

stuur

De procedure tot uitzetting van de Roma uit Frankrijk stelt Europa voor nieuwe vragen en tegenstellingen. De Roma en Sinti, politiek incorrect de zigeuners genaamd behoren tot de laatste min of meer vrijwillige nomaden van Europa. Sinds de Middeleeuwen trokken zij rond, niet gebonden aan grond of landheer en wijdden zij zich net als de Joden die in Oost-Europa die evenmin grond mochen bezitten of pachten, aan het maken van muziek.

De rondtrekkende Jood, ofwel de ´lompenjood´ of in het Frans de ´Juif Errant´ zoals in het liedje ´le Meteque´van Georges Moustaki was een bekend verschijnsel in geheel Europa tot aan de Tweede Wereldoorlog en juist deze grote groep -onaangepaste- Joden zonder vaste verblijfplaats waren het mikpunt van een groeiend antisemitisme in de loop van de 19e eeuw. De Joden in de ghetto´s hadden het relatief veel beter dan degenen zonder vaste plaats, en zorgden voor weinig problemen. De rondtrekkende Joden waren een schamel zooitje dat niet veel verschilde van de Roma van nu en wekten ook de aversie op van de aangepaste Joden, die niets te maken wilden hebben met deze groep.

Toen de Franse journalist en wereldreiziger Albert Londres in 1929 door Centraal-Europa trok had hij al veel van de wereld gezien, van China tot het Midden-Oosten. Hij was toen al aan het einde van zijn carriere als oorlogsverslaggever bijna overal geweest, van het Franse front tot de verschrikkingen in de Sovjet-Unie. Toch was hij zodanig geschokt door de aanblik van de Joden in Tsjechoslowakije, dat hij slechts kon uitbrengen ´zes duizend mensen levend van gebed en van vuiligheid´.

Londres beschreef hun kaftans, baarden, hun lompenzakken op de rug, de gekromde ruggen en de oneindige triestheid van hun blik. Omdat de viool het lichtste instrument was, konden zij dit gemakkelijker meenemen op de vlucht. Want hun leven was niets meer dan een vlucht voor de pogroms. Londres beschrijft ze als wilden, als meelijwekkende verschoppelingen. Het romantische beeld dat Londres had van de ´Juif Errant´ bleek in werkelijkheid doffe ellende. Net zoals het geromantiseerde beeld van de zigeuners als in het boek van Prosper Merime en de latere opera ´Carmen´ van Bizet weinig van doen had met de realiteit.

Londres beschrijft hij hoe de sedentaire bevolking van Silezie tot aan Transsylvanie steevast dezelfde haat tegenover de Joden koestert. Hoe de aanblik van de kaftan, de pijpenkrullen en baarden de bevolking ´elektriseert´ en aanzet tot razernij. De lompenjood had uiterlijk veel weg van een bebaarde Talibaan in djellaba. Antisemitisme was in geheel Europa, en vooral in het Oosten eerder regel dan uitzondering onder alle lagen van de bevolking en niet slechts een bizarre uitwas van de Nazi´s zoals tegenwoordig nog weleens wordt gedacht.

De kloof tussen de gemiddelde lompenjood en mensen als Theodor Herzl was wellicht te vergelijken met die tussen de meest nobele kaste der Ariers in India en de onaanraakbaren, de paria. En zo werden de onaangepasten onder de Joden dan ook gezien, als paria die niet pasten binnen de moderne op eenheid gebaseerde Europese staten. Niet toevallig was de eeuw van het nationalisme tevens de periode waarin antisemitisme ontstond.

De nazi´s hadden het ook gemikt op de zigeuners. De wereldberoemde foto van een uitgehongerd meisje dat met grote ogen tussen de deuren van een trein naar de vernietigingskampen naar de camera staart, bleek tot latere grote consternatie binnen Joodse kringen een zigeunermeisje te zijn. Het wordt weleens vergeten dat ook de Roma en Sinti als ´Untermensch´ werden gezien en ook zij in groten getale zijn omgekomen. Minder rijk en georganiseerd dan de Joden, ontbrak het de Roma en Sinti aan goede belangenbehartigers om hun rechten op te eisen na de oorlog.

Terwijl de Roma nu onderwerp van gesprek zijn, wordt tegelijkertijd duidelijk dat het vrij verkeer van personen binnen de EU ook onder druk is komen te staan. Ook wordt het op pijnlijke wijze duidelijk dat de controle van immigratie naar en binnen de EU hapert. De illegale immigranten uit Afrika en Azie vormen nieuwe en heterogene groepen die buiten de wet en het gewone leven staan. De omgang met de ´oude´ groep nomaden zal dus wellicht een voorteken zijn van hoe in de komende decennia wordt omgesprongen met de ´nieuwe´ nomaden op het Europese continent. Alleen al daarom is het duidelijk dat de discussie over de Roma door Frankrijk iets is wat ons allen aangaat. Want niet alleen zijn grote groepen mensen aan de wandel, Europa zelf is ook op drift. Als een schip zonder stuur.

Bron voor dit artikel was mede de biografie van Albert Londres door Pierre Assouline, 1989.

 

1...45678...12

Enseigner l'histoire au cyc... |
Anglais pour non-spécialist... |
videohistgeo6eme |
Unblog.fr | Annuaire | Signaler un abus | Le Lensois Normand
| Padiri Joseph FRAIPONT NDAG...
| cartes postales du morbihan