Archive | Achtergronden RSS feed for this section

Een plukje Basilicum, een snuifje coke

sospiri 

Het zuchten voorbij… 

De Italiaanse overheid functioneert weliswaar slecht, althans zo is de heersende mening in onze nu zo zompige Rijndelta, ze kunnen niet beschuldigd worden van het gebrek aan ervaring in de omgang met criminelen. In de afgelopen 14 maanden heeft de Italiaanse overheid 15 miljard euro aan crimineel verkregen goederen geconfisqueerd. En niet alleen in het Zuiden, maar ook in Lombardije en Piemonte. (Zie: http://www.bloomberg.com/news/2010-09-14/italian-police-seize-1-9-billion-in-mafia-linked-assets-in-record-haul.html). Dat is natuurlijk ook meteen een uitstekende manier tot reductie van het overheidstekort.

Benoorden de Alpen verlopen de zaken niet per definitie efficienter, al denken we vaak dat dat wel zo is. Neem bijvoorbeeld Amsterdam. Nu schijnt de kersverse burgemeester Van der Laan eindelijk ook de Wallen aan te willen pakken. Na decennialang het troetelkindje van linkse idealisten te zijn geweest, is eindelijk –vele afrekeningen later- het besef doorgedrongen dat de Wallen toch vooral een broeinest zijn voor keiharde criminelen. Het drugsgeld regeert Amsterdam, maar gelukkig levert het toch nog enige metropolitische geur aan onze verder zo provinciaalse hoofdstad. Goh, denkt vrijzinnig Nederland, nooit gedacht dat prostitutie en drugs samen zouden gaan. Nu is het altijd al curieus geweest dat een ordinaire hoerenbuurt als toeristische hoofdattractie geldt. Worden de Wallen binnenkort ook onderdeel van het UNESCO Werelderfgoed? De roodverlichte ramen met Oosteuropese en Afrikaanse moderne slavinnen worden dan officieel en met subsidie van de EU beschermd en dan kunnen we een Open Monumentendag houden in de bordelen. Met een speciale workshop en informatiefolders. Een primeur voor Amsterdam, naast het sexmuseum en het hashmuseum een Bordeel-Museum erbij!

Misschien kan het BOOM (Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie) iets van de Italiaanse misdaadbestrijders leren, want de bedragen die jaarlijks hier te lande worden ontnomen aan criminelen zijn niet erg indrukwekkend, terwijl er toch ook in ons eigen vrolijke landje miljarden worden verdiend in het crimineel circuit. In heel 2008 was de magere opbrengst van het BOOM 23 miljoen euro. Dat is slechts een zakcentje vergeleken met de kosten van de bouw van de Metro en de verbouwing van het Stedelijk Museum.

De discussie over het uitbreiden van de politie heeft echter in Nederland een hoogst beperkt karakter. Meer blauw op straat is niet de enige oplossing. Er moet –juist in deze tijden van bezuiniging- dringend worden geïnvesteerd in goed gekwalificeerde mensen die ervaring hebben met hoe geldstromen lopen. Enkele projecten met oud-bankiers hebben al goede resultaten opgeleverd.

De discussie – of zoals het tegenwoordig steevast wordt genoemd ‘het debat’ -over de bezuinigingen heeft een symbolisch karakter. Er ‘is geen geld meer voor ouderenzorg’ heet het dan. Er wordt niet vanuit gegaan dat investeringen moeten worden gedaan in mensen en middelen om later daarvan te kunnen profiteren. Het verruimen van de bestaande ‘Pluk ze’-wetgeving is daarom een goede investering, evenals het inzetten van oud-bankiers. Rechters en Officieren van Justitie zouden ook financieel opgeleid moeten worden, in plaats van naast de wet alleen maar het D66-programma te lezen. Toch zijn diezelfde multiculti-helden tegelijkertijd degenen die de rechterlijke macht zoveel mogelijk gesloten houden voor allochtone rechters. Van de rechterlijke macht een werkelijke afspiegeling maken van de bevolking gaat deze profeten van de multiculturele samenleving weer een stap te ver. Kennelijk gaan zij teveel uit van een bepaalde mal waarin slechts gelijkgestemden passen.

Vooral Officieren van Justitie moeten gepokt en gemazeld raken in de financiële wandel in het criminele circuit, waarin niet alleen geld wit wordt gewassen, maar ook zwart en grijs. Met andere woorden: er zijn verschillende technieken om geld dat van oorsprong ‘wit’ is toch aan te wenden voor criminele doeleinden, en dit is tot op heden niet strafbaar. Het is vreemd dat het in het reguliere circuit brengen van crimineel verworven geld wel strafbaar is, maar het investeren van ‘wit’ geld voor criminele doeleinden aan het oog wordt onttrokken. Zo komt het dat tot op heden bijvoorbeeld de wapenindustrie vrijwel niet wordt aangepakt. Wel is op basis van antiterrorismewetgeving hierin de laatste jaren verandering gekomen. Maar het is nog altijd zo dat een kleine klant bij een bank netjes moet aangeven voor welke doeleinden hij of zij zijn persoonlijke lening wil aanwenden, en een groot bedrijf met groot gemak leningen kan aangaan zonder daarover verantwoording af te leggen.

Dit gebrek aan controle heeft er mede toe geleid dat er allerlei financiële producten zijn ontstaan waarvan niemand wist waar uiteindelijk de geldstroom werd gegenereerd. Bij de speurtocht door misdaadbestrijders naar crimineel verworven geld geldt al sinds jaar en dag het adagium ‘follow the money’, maar bij ingewikkelde financiele producten gold dit niet. De economische crisis waarin wij ons nu bevinden heeft aangetoond dat kennis van hoe geldstromen lopen van levensbelang is voor onze economie. Nu de geschatte omvang van de criminele economie vele tientallen miljarden bedraagt, verdient dit thema juist nu meer aandacht dan welke het nu krijgt. Misschien kan Nederland dus toch nog wat anders van de Italianen leren dan culinaire hoogstandjes. De Italianen plukken niet alleen basilicum, ook weten ze als geen ander raad met het oppakken van criminelen. Met de zonnige groeten van Silvio Berlusconi.

Gebroken solidariteit

zee

De Nederlandse Bank (officieel geheten: DNB) heeft gefaald in het toezicht op de Uit de Hand Gelopen Hobby ter Persoonlijke Verrijking van voormalig directeur en grootaandeelhouder Dirk Scheringa (officieel geheten: DSB). Dat is althans de constatering die gemaakt kan worden na het faillissement van deze bank. Weliswaar kan worden gezegd dat DNB gebonden is aan wettelijke regels die te snel ingrijpen moesten waarborgen. Nu komt er een hopelijk eindelijk een echte parlementaire enquete naar de kredietcrisis en zullen Nout Wellink en Wouter Bos, de meesterspelers in het Nederlandse lokale versie van de internationale kredietcrisis onder ede moeten verklaren over de gang van zaken die aanleiding gaven tot het faillissement van de DSB, en – onder andere -de miljardensteun aan ABN AMRO.

Het is vreemd dat drie jaar na het ontstaan van de economische crisis in Nederland geen enkele functionaris, zij het bij de overheid, zij het bij het bedrijfsleven, aansprakelijk of zelfs maar verantwoordelijk is gehouden. De constatering dat iedereen een beetje ”fout” zat, welke de Commissie De Wit maakte na maandenlang onderzoek, heeft veel weg van het rapport van de Commissie Davids over het ingrijpen in Irak: waar allen schuld hebben, heeft uiteindelijk niemand schuld.

De gewone burger, tot voor kort laatdunkend gekenschetst werd als een ouderwets en burgerlijk en naar spruitjes stinkend soort mensen met ”onderbuikgevoelens” moeten, in tegenstelling tot de genoemde functionarissen, wel betalen voor de crisis. Het gehele stelsel van sociale zekerheid is het afgelopen decennium doelbewust in staat van afbraak gebracht. Nu worden de pensioenen ook nog minder en moeten we met zijn allen harder doorwerken tot 67 jaar, terwijl de bonussen van de genoemde functionarissen even hoog blijven als altijd. Wellicht houdt dit niet allemaal met elkaar verband, maar in deze tijd waarin het ”image” zo centraal staat is dit toch een zeer slechte marketing van de overheid. Intussen wordt onze post bezorgd door een bedrijf met de naam TNT waarvan niemand weet wat dit betekent en wordt de HEMA binnenkort, na te zijn leeggezogen door een private equity-firm, verkocht aan een buitenlandse geldschieter. Er wordt bij de HEMA al hard geprobeerd de bestaande werknemers binnen de grenzen van de wet de laan uit te sturen en te laten vervangen door 16-jarige goedkope scholieren.

Het eeuwige argument voor types die beweren dat dergelijke kritiek voortkomt uit reactonair gedrag of onderbuikgevoelens voeren daarmee een grote drogreden aan, die van het argumentum ad hominem, welke drogreden meestal het laatste redmiddel is als andere argumenten niet meer opgaan of geloofwaardig klinken. Ik heb ze in ieder geval nog niet gehoord. Er blijkt uit niets waarom de uitverkoop van ons land zo nodig is. Globalisering? De trend is juist dat nationale overheden diezelfde globalisering omarmen voor zover dit tot hun voordeel strekt en afwijzen zodra dit niet het geval is. In Nederland lijkt de globalisering echter vooral te worden omarmd om onszelf te benadelen, op een kleine elite na, die – niet geheel onverwacht- uit dezelfde rangen komen als de hiervoor genoemde ”functionarissen”.

De kleine pensioenspaarder kijkt daarom met lede ogen naar hoe deze elite zichzelf verrijkt en zijn geld stalt in buitenlandse nep-vennootschappen, terwijl op hun beurt buitenlandse nep-vennootschappen en investeerders met graagte worden binnengehaald in het Nederlandse belastingparadijs. Met als argument dat dit goed is voor de economie, terwijl geen enkele eisen worden gesteld aan diezelfde buitenlandse investeerders ten aanzien van het aantal werknemers dat zij zullen aannemen of enige lange-termijnstragetie binnen Nederland wordt vereist. De belastingwetgeving wordt zelfs aangepast om deze investeerders geheel te accomoderen zoals is gebleken bij het ‘bid’ om de FIFA binnen te halen voor het WK voetbal.

Alles wordt in het werk gesteld om zieltogende banken in leven te houden omdat de managers anders naar Londen of New York zouden vetrekken. De gewone burger wordt echter geacht om braaf in Nederland te blijven en de portemonnee te blijven trekken. Zogenaamd om de solidariteit te waarborgen met anderen, mensen die nog minder hebben. De functionarissen zal het weinig schelen, zij wonen niet in de oude wijken in de grote steden. Zij hebben de band met Nederland allang verruild met een vaag kosmopolitisme en stallen hun geld in Luxemburg of de Antillen en kopen huizen op het Franse platteland. Nederland is niet meer dan een middel, een vehikel geworden voor een elite. Het doet denken aan de Schotse adel vroeger in Londen resideerde en de hooglanden liet verkommeren. Nederland is voor deze mensen een burgerlijk rotlandje geworden en de opkomst van iemand als Geert Wilders bevestigt hun nauwelijks verhulde dedain voor dit curieuze landje aan de delta van Maas en Rijn.

Het doet denken aan de 18e eeuw, toen de Hollandse regenten iedere modernisering in Nederland probeerden tegen te houden. Incompetente stadhouders zorgden voor verdere stagnatie. De Nederlandse vloot werd verwaarloosd en zo kwam een einde aan het Nederlandse overwicht op zee. Het door 2 bijzonder actieve generaties in de 17e eeuw verdiende geld werd opgepot of in verfraaiing van grachtenpanden gestopt zonder investeringen in eigen land te doen. Stadhouders Willem V vluchtte naar Engeland toen de bodem hem de heet onder de voeten werden een droeg alle Nederlandse kolonien met een pennestreek over aan de Britten. Veel Nederlands geld verdween met hem naar Londen. Gelukkig  voor Nederland bleken de Franse bezetters nog niet zo slecht en vooral Koning Lodewijk Napoleon bleek een goed bestuurder. Met Frans elan stichtte hij vele nationale instituten waar het Oranjehuis vervolgens handig gebruik van heeft gemaakt alsof dit hun eigen vindingen betrof. Het rondmarcheren van Willem Alexander in uniform en vervaarlijke sabel is direct terug te voeren op de militaire traditie die is ingevoerd door de Bonapartes.

Wellicht moet Nederland weer door een buitenlandse macht worden bevrijd van haar moderne regentenelite. Het openbaar bestuur is net als in de 18e eeuw doortrokken van oligarchische trekken, zoals de benoeming van burgemeesters, de indirecte verkiezingen van de Eerste Kamer, de grote rol van het staatshoofd in kabinetsformaties, en de politieke onschendbaarheid van leden van het koningshuis, de indirecte Tweede Kamerverkiezingen waarbij de premier niet kan worden gekozen. Het is maar een greep uit vele voorbeelden die meerin de 18e eeuw passen dan in de 21e. 

In Frankrijk demonstreren mensen al massaal vanwege de verhoging van de pensioenleeftijd naar 62 jaar. Wie demonstreert hier te lande nog? Toen in de jaren ’90 neonazis in het Duitse Solingen hakenkruizen schilderden op immigrantenwoningen gingen we massaal de straat op en scandeerden ”Ich bin wutend”. Wie is er anno 2010 nog woedend op mensen die ons eigen land afbreken? We zitten op een breukvlak van de geschiedenis tussen de 20e en de 21e eeuw. Het oude gaat verloren, het nieuwe tekent zich langzaam af aan de horizon. Solidariteit is daarbij het eerste slachtoffer geworden, een holle politieke frase voor links, kleffe praatjes voor het midden, en een scheldwoord voor rechts. Ingeklemd tussen ideologie en de praktijk is dit beginsel allang kapot. En solidariteit gaat net als de kruik lang te water, maar eenmaal gebroken resteert slechts het water dat onverbiddellijk blijft stromen en het rulle zand op de bodem. Om daar te rusten en wellicht eens als archeologisch object ontdekt te worden door een toekomstige beschaving.

Pluriform, niet multiculti

Nieuw Rechts heeft een overwinning behaald in Zweden. Geheel Europa ondergaat een flinke ruk naar rechts. Nieuwe populistische rechtse partijen verschijnen ten tonele en verdrukken zowel de oude extreem-rechtse partijen als de traditionele partijen. Zoals Herman Wijffels zei in het programma Buitenhof is er een nieuwe verticale as aan problemen ontstaan die haaks staat op de traditionale horizontale as met de onderverdeling tussen links en rechts.

De nieuwe problemen immigratie, islam en het milieu, tegenwoordig ‘duurzaamheid’ geheten, trekken zich niets aan van de oude horizontale as tussen links en rechts. Naast de grote problemen rondom immigratie is er echter nog een andere dimensie in het spel die de opkomst van rechts stimuleert. En dat is een reactie op het van bovenaf gelegde multiculturalisme en Europeanisering. Europa heeft zichzelf gepositioneerd als een supranationaal stelsel waaraan de nationale staten ondergeschikt zijn. Het hypocriete aan het EU-project is dat er het hoogste niveau steeds meer macht naar zicht toetrekt zonder aan de voet democratischer te worden. De EU is een bureaucratische Moloch geworden en dat verklaart ook waarom Europa de burger koud laat.

Het van bovenaf opleggen van een verbeeld Europees eenheidsstreven werkt steeds meer averechts omdat het tegen het nationalisme is, en voor internationalisering. De EU probeerde de nationale identiteit van lidstaten te temmen. Een belangrijk punt van Europees beleid is het stimuleren van regionale ontwikkeling en samenwerking, als tegenwicht tegen het nationalisme. Net zoals de absolutistische monarchen de macht van de burgerij versterkten om zo de macht van de adel te breken, koketteren Europese instellingen met grensoverschrijdende initiatieven in de hoop dat de burgers ooit de beperkte nationale identiteit zullen verruilen voor een goedaardige Europees burgerschap. Volgens Europese federalisten heeft de natie-staat al vol voldoende ellende gezorgd in de Europese geschiedenis. Tragische finale van dit zogeheten concert der naties was immers de Tweede Wereldoorlog met als toegift de Bosnische Oorlog.

Nieuw rechts doet niet veel anders dan het terugclaimen van de natie-staat en daar is niets fascistisch of engs aan. Want de nationale staten hebben, althans in West-Europa – en daarin ligt ook het blijvende verschil met de oosteuropese landen- een lange ontwikkelingsgeschiedenis die niet genegeerd kan worden. Frankrijk en Engeland, en ook Nederland, kennen een langdurige parlementaire geschiedenis die geheel een eigen karakter kende. De monarchen die deze nationale staten opbouwden, beseften zich goed dat grenzen moesten worden gesteld aan particuliere groeperingen die de eenheid van de staat bedreigden. Zo scheidde Hendrik VIII van Engeland zich af van de Roomse Kerk om, onder ander, de invloed van de katholieke kerk in Engeland te beperken, waaruit de zelfstandige Anglicaanse kerk ontstond. De Franse Koning Lodewijk XIV schafte het Edict van Nantes af en daarmee de godsdienstvrijheid voor protestanten in het Zuiden van het land. Beide vorsten begrepen dat begrenzing van vrijheid noodzakelijk was. In Spanje waren al eerder de moslims verdreven, maar ook de joden en zelfs de joden die zich formeel tot het Christendom hadden bekeerd was hetzelfde lot beschoren. In de eeuwen die daarop volgden claimden burgers die vrijheid soms geleidelijk en vaak schoksgewijs terug, culminerend in de Franse Revolutie, die een supranationaal karakter had met waarden als vrijheid, gelijkheid en broederschap. Dezelfde waarden die nu ten grondslag liggen aan Europa.

De Franse Revolutie zorgde echter voor een tegenreactie in de vorm van de Romantiek aan het begin van de 19e eeuw. De generatie van na de Franse Revolutie was het gedachtgengoed van Napoleon die met zijn veldslagen het Europese toneel bijna twee decennia lang had bepaald nogal zat. Toch wilden de meeste Romantici niet terug naar het verleden, maar zochten zij vernieuwing door herinterpretatie van datzelfde verleden. Symboliek werd belangrijk. Datzelfde proces is nu weer gaande in Europa als reactie op het Europese internationalisme van een generatie geleden. Dat verklaart ook waarom de leiders van nieuw recht ook vaak jong zijn en energiek. Dit proces afschilderen als de opkomst van fascisme of rasicme doet deze ontwikkeling geen recht.

Het idee van de Europese eenheid gaat in feite terug op de Romeinse oudheid. Dat Rijk was net als de EU een multi-etnische staat en pluriform. Maar het Rijk was niet multicultureel, de Grieks-Romeinse beschaving voerde de boventoon. Als Nieuw Rechts zijn energie op goede wijze zal aanwenden, zal dit hopelijk leiden tot een nieuwe vorm van Europese samenwerking waarin pluriformiteit hoog in het vaandel staat. Waarin alle religies een plaats hebben, democratisch en multi-etnisch. Maar waarin een dominante cultuur bestaat, de Helleens-christelijke Europese beschaving die al sinds het Romeinse Rijk bestaat en die steeds weer vernieuwd moet worden. Andere culturen die inmiddels op Europese bodem zijn geworteld hebben daarin een blijvende plaats maar binnen zekere grenzen, die moeten worden getrokken daar waar zij de dominante cultuur aantasten.

Het is vreemd dat in de afgelopen decennia in het kielzog van het Europese internationalisme zo’n dedain is tentoongespreid voor de wortels van de eigen Europese beschaving. De Arabische beschaving grijpt immers ook en met gepaste trots terug op de bloeitijd van de islam in de 6e-9e eeuw n. Chr. Laat de Arabieren vooral op hun eigen manier zoeken naar de wortels van hun cultuur en zichzelf vernieuwen. De Chinezen noemen zichzelf sinds hun eigen versie van het Romeinse Rijk ”Han”, naar het vroegere Han-rijk (2e eeuw v. Chr.- 2e eeuw n. Chr.). Laat ook de Chinezen inspiratie vinden in dit grote verleden. Waarom zou Europa dan hetzelfde niet mogen doen?
Er zijn wel enkele verschillen tussen de Arabische wereld, China en Europa. Zowel Europa als de Arabische wereld en de Chinese wereld hebben perioden gekend van groei, internationalisering en fragmentering. Maar alleen in Europa heeft het idee van de Europese eenheid zo’n sterke concurrent gehad in het begrip ‘natie-staat’. Het vinden van de juiste balans tussen nationale staten en het eenheidsstreven is wat het Europese project zo uniek maakt. En ook richtinggevend voor de toekomst waarin andere landen ook steeds meer met elkaar moeten samenwerken, juist met betrekking tot thema’s als duurzaamheid en migratie. De Afrikaanse en Zuidamerikaanse politici kijken met grote belangstelling naar wat in het pluriforme Europa gebeurt, juist nu. De oude politieke partijen, van links tot (oud) rechts, doen er goed aan zich te beseffen dat zij binnenkort aan de achterzijde van de geschiedenis kunnen gaan staan als zij zichzelf niet blijven vernieuwen.

Boekencanon voor tijdens de coalitie-onderhandelingen

Geachte lezers,

Na een tijdelijke afwezigheid zullen hier binnenkort weer nieuwe artikelen verschijnen. Tijdens de zomermaanden die in het teken stonden van kronkelige coalitie-onderhandelingen is Palamedes op zoek gegaan naar de nodige literatuur die goed past bij deze periode van politieke en culturele verwarring. Palamedes wil een top tien van literaire boeken samenstellen die de huidige generatie van politici in ons land in de komende maanden zouden kunnen of moeten lezen ter lering ende vermaak. Geheel in de geest van de tijd noemen we dit een coalitie-canon van 10 boeken. Daarbij gaat het niet om boeken als ”Seven habits of highly efficient people” of andere managementboeken maar om fictie. Zo is Palamedes tot een -voorlopige top 2 gekomen. Palamedes nodigt hierbij de lezers van dit blog uit om andere suggesties aan te brengen om zo tot een echte top 10 te komen.

Doe mee met het samenstellen van deze canon en zend uw suggestie naar Palamedeslegal@aol.com!

Voorlopige Coalitie-canon:

1. Stad der Zienden – Jose Saramago. Een prachtig boek waarin wordt beschreven wat gebeurt als meer dan 80% van de bevolking blanco stemt. De overheid weet er geen raad mee. 80% van de bevolking wordt als ”terrorist” bestempeld. De staat van beleg wordt afgekondigd, en vele mensen in het gevang gezet. Tot verbazing van de politici blijkt de samenleving desondanks gewoon door te draaien. De mensen gaan gewoon naar hun werk, doen de was en de kinderen spelen door, de zon gaat nog steeds op en onder.

2. L’homme a la Colombe (vrij vertaald: De Man met de Vredesduif) – Romain Gary. Dit in 1958 geschreven boek gaat over de handel en wandel in de gangen in het VN Hoofdkantoor. Romain Gary was naast schrijver ook diplomaat. Het boek geeft een goede beschrijving van de holle symboolpolitiek van de VN en is tot op heden actueel: Op een dag wordt een man met een duif in zijn hand aangetroffen in een van de vele kamers van het VN gebouw. Daarna verdwijnt hij weer en duikt hij geregeld weer op in een andere ruimte ergens in het gebouw. Intussen groeit de reputatie van de man met de duif uit tot mythische proporties. Hij wordt gezien als een messias – of juist als een bedreiging. De Communisten zien hem als een westers complot. Het Westen ziet hem als een communistisch wapen. Vele vergaderingen worden gehouden om het fenomeen van de man met de duif te duiden. Als ultiem bewijs van saamhorigheid besluiten alle naties van de wereld om uit alle raampjes van het VN gebouw letterlijk vredesvlaggetjes te laten zwaaien. De man met de duif verklaart echter plechtig in een persverklaring dat hij symboolpolitiek zat is en dat hij de wereld echt wil verbeteren. Dit kan natuurlijk niet goed aflopen.

3 ….

Schip zonder stuur

stuur

De procedure tot uitzetting van de Roma uit Frankrijk stelt Europa voor nieuwe vragen en tegenstellingen. De Roma en Sinti, politiek incorrect de zigeuners genaamd behoren tot de laatste min of meer vrijwillige nomaden van Europa. Sinds de Middeleeuwen trokken zij rond, niet gebonden aan grond of landheer en wijdden zij zich net als de Joden die in Oost-Europa die evenmin grond mochen bezitten of pachten, aan het maken van muziek.

De rondtrekkende Jood, ofwel de ´lompenjood´ of in het Frans de ´Juif Errant´ zoals in het liedje ´le Meteque´van Georges Moustaki was een bekend verschijnsel in geheel Europa tot aan de Tweede Wereldoorlog en juist deze grote groep -onaangepaste- Joden zonder vaste verblijfplaats waren het mikpunt van een groeiend antisemitisme in de loop van de 19e eeuw. De Joden in de ghetto´s hadden het relatief veel beter dan degenen zonder vaste plaats, en zorgden voor weinig problemen. De rondtrekkende Joden waren een schamel zooitje dat niet veel verschilde van de Roma van nu en wekten ook de aversie op van de aangepaste Joden, die niets te maken wilden hebben met deze groep.

Toen de Franse journalist en wereldreiziger Albert Londres in 1929 door Centraal-Europa trok had hij al veel van de wereld gezien, van China tot het Midden-Oosten. Hij was toen al aan het einde van zijn carriere als oorlogsverslaggever bijna overal geweest, van het Franse front tot de verschrikkingen in de Sovjet-Unie. Toch was hij zodanig geschokt door de aanblik van de Joden in Tsjechoslowakije, dat hij slechts kon uitbrengen ´zes duizend mensen levend van gebed en van vuiligheid´.

Londres beschreef hun kaftans, baarden, hun lompenzakken op de rug, de gekromde ruggen en de oneindige triestheid van hun blik. Omdat de viool het lichtste instrument was, konden zij dit gemakkelijker meenemen op de vlucht. Want hun leven was niets meer dan een vlucht voor de pogroms. Londres beschrijft ze als wilden, als meelijwekkende verschoppelingen. Het romantische beeld dat Londres had van de ´Juif Errant´ bleek in werkelijkheid doffe ellende. Net zoals het geromantiseerde beeld van de zigeuners als in het boek van Prosper Merime en de latere opera ´Carmen´ van Bizet weinig van doen had met de realiteit.

Londres beschrijft hij hoe de sedentaire bevolking van Silezie tot aan Transsylvanie steevast dezelfde haat tegenover de Joden koestert. Hoe de aanblik van de kaftan, de pijpenkrullen en baarden de bevolking ´elektriseert´ en aanzet tot razernij. De lompenjood had uiterlijk veel weg van een bebaarde Talibaan in djellaba. Antisemitisme was in geheel Europa, en vooral in het Oosten eerder regel dan uitzondering onder alle lagen van de bevolking en niet slechts een bizarre uitwas van de Nazi´s zoals tegenwoordig nog weleens wordt gedacht.

De kloof tussen de gemiddelde lompenjood en mensen als Theodor Herzl was wellicht te vergelijken met die tussen de meest nobele kaste der Ariers in India en de onaanraakbaren, de paria. En zo werden de onaangepasten onder de Joden dan ook gezien, als paria die niet pasten binnen de moderne op eenheid gebaseerde Europese staten. Niet toevallig was de eeuw van het nationalisme tevens de periode waarin antisemitisme ontstond.

De nazi´s hadden het ook gemikt op de zigeuners. De wereldberoemde foto van een uitgehongerd meisje dat met grote ogen tussen de deuren van een trein naar de vernietigingskampen naar de camera staart, bleek tot latere grote consternatie binnen Joodse kringen een zigeunermeisje te zijn. Het wordt weleens vergeten dat ook de Roma en Sinti als ´Untermensch´ werden gezien en ook zij in groten getale zijn omgekomen. Minder rijk en georganiseerd dan de Joden, ontbrak het de Roma en Sinti aan goede belangenbehartigers om hun rechten op te eisen na de oorlog.

Terwijl de Roma nu onderwerp van gesprek zijn, wordt tegelijkertijd duidelijk dat het vrij verkeer van personen binnen de EU ook onder druk is komen te staan. Ook wordt het op pijnlijke wijze duidelijk dat de controle van immigratie naar en binnen de EU hapert. De illegale immigranten uit Afrika en Azie vormen nieuwe en heterogene groepen die buiten de wet en het gewone leven staan. De omgang met de ´oude´ groep nomaden zal dus wellicht een voorteken zijn van hoe in de komende decennia wordt omgesprongen met de ´nieuwe´ nomaden op het Europese continent. Alleen al daarom is het duidelijk dat de discussie over de Roma door Frankrijk iets is wat ons allen aangaat. Want niet alleen zijn grote groepen mensen aan de wandel, Europa zelf is ook op drift. Als een schip zonder stuur.

Bron voor dit artikel was mede de biografie van Albert Londres door Pierre Assouline, 1989.

 

Voetnoten in het Heelal

dky

De grootste misvatting binnen de huidige discussie over islam en religie in het algemeen is dat religie en geweld niets met elkaar te maken zouden hebben. Wel wordt dan vaak gesteld dat religies worden misbruikt door kleine groepen fanatici van alle soorten voor hun eigen doeleinden. Wanneer de zuivere leer maar gevolgd zou worden zouden er geen oorlogen uitbreken, omdat alle godsdiensten in hun kern vredelievend zouden zijn.

Het tegendeel is echter waar. Religie en geweld staan al sinds mensenheugnis -en dat is niet zo lang als we denken- ferm naast elkaar. Niet alleen werden oorlogen geinspireerd door religieuze overtuiging, ook binnen religies zelf is hard gestreden om de juiste interpretatie van de leer. Aan alle zijden van het spectrum zijn er in alle tijden mensen geweest die terugwilden naar de oorspronkelijke leer. Moslims worden zo salafisten, christenen hervinden hun geloof bij EO-bijeenkomsten. Het zwart-witdenken dat we in Nederland zo hard hebben geprobeerd uit te bannen, is geheel weer terug bij de jongere generatie moslims en christenen in Nederland.

Wat men ook vindt van deze ontwikkeling, de denkfout die deze mensen maken is dat indien zij terugkeren naar de oorsprong van hun religie, zij een zuivere kern zullen ontdekken die niet is vetroebeld door menselijk ingrijpen of machtsdenken. Het teruggrijpen naar het verleden geschiedt iedere generatie weer in een nieuwe vorm. De 19e eeuw zag een terugkeer naar een zuiverder vorm van protestantisme. Door middel van zending werd de inheemse bevolking van grote delen van Afrika en Azie de juiste leer bijgebracht door vrome types met de beste bedoelingen. Overigens hielp het wel dat de koloniale machthebbers de zendlingen rugdekking verleenden. De Renaissance greep terug naar de Oudheid, maar was slechts een interpretatie daarvan die weinig gemeen had met diezelfde Oudheid. Het Protestantisme van de 16e eeuw greep terug naar de oorspronkelijke Bijbeltekst. Maar deze protestanten leefden in een geheel andere wereld dan die van de eerste Christenen in de eerste drie eeuwen van het christendom tot aan Keizer Constantijn.

In een beginnerspoging om eens de Bijbel te lezen, begon ik zelf in de Hebreeuwse tekst van Genesis (oftewel ‘Bereshit’) met de Nederlandse vertaling ernaast. De welbekende overgeleverde tekst uit het scheppingsverhaal luidt: ‘In den beginne schiep God de Hemel en de Aarde’. Maar indien men een letterlijke vertaling zou maken staat er iets heel anders, namelijk: In den beginne schiepen de Goden de Hemelen en de Aarde. Nu werd er in een voetnoot – ongetwijfeld geschreven door een hooggeleerde Bijbelkenner- direct bijverteld dat het gebruik van het meervoud niet duidde op polytheisme. Kennelijk ging het om een soort koninklijk meervoud. Maar toch vond ik die redenering vreemd. Het is net zoiets als constateren dat de aarde in korte tijd enorm opwarmt, en toch blijven ontkennen dat dat door de invloed van de mens komt. Als de ‘Hemelen’ en de ‘Goden’ dan moet worden gelezen als enkelvoud, waarom staat de ‘Aarde’ dan wel gewoon direct in enkelvoud, zonder poespas? Dat is toch vreemd? De aarde is tenslotte in het scheppingsverhaal datgene waar alles om draait, samen met de Hemel. De sterren, het water en het licht kwam allemaal in de volgende dagen pas aan bod. Ik begon mij de storen aan de voetnoot: welk recht had die voetnoot om deze sociaal-wenselijke interpretatie op te dringen? Vervolgens begon ik aan het verhaal over Kain en Abel, nu in de gewone vertaling. Broedermoord of opoffering van eigen kinderen. Straffen en een ander de ogen uitsteken. Oorlog en geweld zijn alomtegenwoordig in de Bijbel. Net als in de Koran. Alleen het Boeddhisme wijst in zijn kern iedere vorm van geweld echt af, maar toch stond in Tibet (voor de Chinese invasie) de doodstraf op belediging van de juiste leer of een monnik. Met een vredige glimlach om het gezicht vonnisten de hooggeleerde monniken zo hun onderdanen direct het Nirwana in. Ach, het leven is toch maar tijdelijk. Samsara!

En het verhaal van de kruisiging van Jezus is zelfs zo wreed dat het vreemd is dat dit gewelddadige rotverhaal gedurende al die eeuwen mensen van inspiratie heeft voorzien. Joseph had beter een gewoon gezin kunnen beginnen met Maria met gewone gezellige kinderen. Maar ook de oudste christenen waren ook nauwelijks geinteresseerd in het kruisigingsverhaal. De Kerk vond dat later een geschikter verhaal om de mensen schrik aan te jagen dan het verspreiden van de goede boodschap zelf. Religie en geweld zijn sterk verweven, zowel in de leer als in de praktijk. De sekschandalen binnen de katholieke kerk passen opvallend goed binnen deze dubieuze mix.

De mens houdt nu eenmaal van geweld en macht. Welke religie we ook aanhangen, het doden zit in ons bloed. Het is een cliche dat zo waar is, dat we het liever niet meer horen.Voor onze eigen consumptie laten we dagelijke miljarden andere dieren doden. We zijn de heersers van onze planeet en we laten het merken door enorme hoeveelheden vlees van andere dieren op te peuzelen. Of we nu hamburgers eten of gezeten zijn in een sjiek restaurant, de geur van gebraden spieren doet ons watertanden. Het bevestigt onze superioriteit boven de andere wezens. Doden doen we met allerhande wapens, van de elektroplaat voor de koeien tot een sederend cocktailtje voor onze aaibare huisdieren.

We zijn niet zomaar de meest geslaagde dieren op deze kleine blauwe planeet geworden, die als een kleine knikker door het Heelal om zijn eigen lokale ster draait. Het doet pijn dat we zo insignificant zijn tussen al die miljarden andere sterren en hemellichamen. Wat graag zouden – als agressieve dieren die we zijn – die andere planeten koloniseren en andere melkwegstelsels willen onderwerpen. Maar gelukkig voor deze andere planeten kunnen we, zelfs als we met de snelheid van het licht konden reizen, de meeste van deze planeten nooit bereiken. Lekker puh. Planeten en sterren die nog nooit van onze zogenaamde Goden hebben gehoord lachen ons slechts uit om onze zielige bekrompenheid.

Wat zullen andere wezens op die verre planeten ons uitlachen om ons geneuzel over religie, vooral als ze zien dat de mensen al eeuwenlang – overigens slechts een fractie van een seconde gemeten in sterrentijd – vooral elkaar bevechten met steeds een ander boek of epistel in de hand. En met steeds de priester, imam of welke wijsgeer dan ook die beweert dat dit boek de opperste waarheid bevat. Al zijn we dan met bijna 7 miljard bijna een plaag op onze kleine planeet geworden, we verdienen niet eens een lullig voetnootje in het onmetelijke Heelal. De talloze Goden die de vele Hemelen en ook de Aarde schiepen hadden daar maar 6 dagen voor, niet eens een fractie van een miliseconde in Hemeltijd. En zelfs voor het schrijven van een voetnoot in mensentijd heb je toch minstens 30 seconden nodig…

De meervoudige erfenis van Adam Smith

 coins 

De 18e eeuwse Schotse moraalfilosoof Adam Smith (1723-1790) wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van de economische theorie en de geestelijke vader van het economisch liberalisme. Zijn magnum opus ’the Wealth of Nations” uit 1776- het jaar waarin de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring werd uitgeroepen- is zo geworden tot een soort Bijbel van het liberalisme, die politici als Margaret Thatcher en Ronald Reagan heeft geinspireerd tot verregaande economische liberalisering in de jaren ’80.

Heilige boeken worden vaak aangehaald maar zelden echt gelezen van A tot Z. En dat geldt niet alleen vor de Bijbel of de Koran, maar ook voor ”the Wealth of Nations”. Economische leerboeken vermelden steevast dat Adam Smith bij uitstek de voorstander was van ”laissez-faire, laissez passer”, waarbij de overheid terughoudendheid betracht en vooral de marktwerking zijn gang laat gaan, welke op haar beurt dan weer leidt tot een zo groot mogelijke rijkdom. Wie ‘the Wealth of Nations” leest, vindt echter nergens de woorden ‘laisser-faire’ terug, noch treft de lezer daarin ook maar enige vorm van liberaal dogmatisme aan. Smith erkent dat marktvrijheid tot excessen kan leiden, en is zich ervan bewust dat regelgeving noodzakelijk is om die mogelijke marktexcessen te voorkomen. Wel benadrukt hij het feit dat een zo efficient mogelijke verdeling van arbeid en productiemiddelen uiteindelijk de grootste factor is die kan bijdragen tot vergroting van de rijkdom en dat deze efficiente arbeidsverdeling gebaat is bij zo weinig mogelijk economische beperkingen. Smith zette zich daarmee bewust af van het tot in de 18e eeuw in zwang zijnde mercantilisme, dat uitging van het vormen van monopolies ter verzwakking van de concurrentie, zoals bijvoorbeeld de handelspraktijken van de VOC in de Oost.

Met zijn ”Wealth of Nations” en de nadruk op de factor arbeid was Smith niet alleen de geestelijk vader van het liberalisme, maar vormde zijn werk ook een directe inspiratiebron voor de Bijbel van het communisme, namelijk ”Das Kapital” van Marx en Engels.

Kritiek niet terecht

Degenen die Adam Smith dus graag aanhalen om kritiek te leveren op het neoliberalistische denken ten tijde van crisis, zouden er goed aan doen de de boeken van Smith goed te lezen en daarvan te leren. Hun anachronistische kritiek op het gedachtengoed van Smith doet geen recht aan de man zelf.

Ook de negatieve houding vanuit de moslimwereld ten aanzien van Smiths theorieen – om daarmee al dan niet indirect het westerse liberalisme te kunnen bekritiseren-  is niet gerechtvaardigd. Smith was behoorde nog tot het in zijn tijd al uitstervende ras van de ‘homo universalis’ en had als denker een grote bewondering voor de bijdragen van de islamitische beschaving aan de wereld. Zo schreef hij in een van zijn andere werken, ”The History of Astronomy”:

The ruin of the empire of the Romans, and, along with it, the subversion of all law and order, which happened a few centuries afterwards, produced the entire neglect of that study of the connecting principles of nature, to which leisure and security can alone give occasion.36 After the fall of those great conquerors and civilizers of mankind, the empire of the Califfs seems to have been the first state under which the world enjoyed that degree of tranquillity which the cultivation of the sciences requires. It was under the protection of those generous and magnificent princes, that the ancient philosophy and astronomy of the Greeks were restored and established in the East; that tranquillity, which their mild,37 just, and religious government diffused over their vast empire, revived the curiosity of mankind, to inquire into the connecting principles of nature. The fame of the Greek and Roman learning, which was then recent in the memories of men, made them desire to know, concerning these abstruse subjects, what were the doctrines of the so much renowned sages of those two nations.

They translated, therefore, into the Arabian language, and studied, with great eagerness, the works of many Greek philosophers, particularly of Aristotle, Ptolemy, Hippocrates, and Galen.38 The superiority which they easily discovered in them, above the rude essays which their own nation39 had yet had time to produce, and which were such, we may suppose, as arise every where in the first infancy of science, necessarily determined them to embrace their systems, particularly that of Astronomy: neither were they ever afterwards able to throw off their authority. For, though the munificence of the Abassides, the second race of the Califfs, is said to have supplied the Arabian astronomers with larger and better instruments, than any that were known to Ptolemy and Hipparchus, the study of the sciences seems, in that mighty empire, to have been either of too short, or too interrupted a continuance, to allow them to make any considerable correction in the doctrines of those old mathematicians. The imaginations of mankind had not yet got time to grow so familiar with the ancient systems, as to regard them without some degree of that astonishment which their grandeur and novelty excited; a novelty of a peculiar kind, which had at once the grace of what was new, and the authority of what was ancient. They were still, therefore, too much enslaved to those systems, to dare to depart from them, when those confusions which shook, and at last overturned the peaceful throne of the Califfs, banished the study of the sciences from that empire. They had, however, before this, made some considerable improvements: they had measured the obliquity of the Ecliptic, with more accuracy than had been done before. The tables of Ptolemy had, by the length of time, and by the inaccuracy of the observations upon which they were founded, become altogether wide of what was the real situation of the heavenly bodies, as he himself indeed had foretold they would do. It became necessary, therefore, to form new ones, which was accordingly executed by the orders of the Califf Almamon,40 under whom, too, was made the first mensuration of the Earth that we know of, after the commencement of the Christian Aera, by two Arabian astronomers, who, in the plain of Sennaar,41 measured two degrees of its circumference.

Zie http://oll.libertyfund.org/?option=com_staticxt&staticfile=show.php%3Ftitle=201&chapter=56020&layout=html&Itemid=27#c_lf0141-04_footnote_nt104

Smith en slavernij

Hoewel uit het bovenstaande citaat blijkt hoezeer Smith bewondering had voor de Arabische wetenschap, geeft hij ook een reden voor de stagnatie hiervan, in zijn woorden waren de Arabieren teveel een slaaf geworden van de oude wijsheden van de Grieken om er later van af te kunnen wijken (”They were still, therefore, too much enslaved to those systems, to dare to depart from them, when those confusions which shook, and at last overturned the peaceful throne of the Califfs, banished the study of the sciences from that empire’). En juist het durven afwijken van oude zekerheden is hetgeen wat de geest van de Verlichting en de kracht van Smith kenmerkt. Smith hield niet van slavernij, in letterlijke en figuurlijke zin. Hij wees op morele en economische gronden de slavernij af, en voorzag al in de 18e eeuw dat de op dat moment vele malen winstgevender Westindische eilanden uiteindelijk zouden worden ingehaald door de Noordamerikaanse kolonien aangezien deze (althans voor een groot deel) niet op slavernij waren gebaseerd. Hij vond slavernij voorts niet efficient omdat een slaaf nooit zo hard zou werken als een arbeider bij gebrek aan enig vooruitzicht op voordeel. Wellicht heeft de Amerikaanse Burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij ook wel te maken met het feit dat het Amerikaanse Zuiden niet enkel in economisch opzicht teveel afhankelijk was geworden van de slavernij, maar ook niet in staat was om zelf op eigen kracht die noodzakelijke afschaffing tot stand te brengen. Zo beschouwd was het Amerikaanse zuiden dus wellicht ook in figuurlijke zin verslaafd aan een in de 19e eeuw inefficient geworden economisch stelsel. En wellicht moeten wij daarom ook de ethische kritiek uit het Amerikaanse Noorden op de slavernij enigszins relativeren, nu deze kritiek ook deels werd gedragen door veranderde economische omstandigheden, die altijd aan een verandering in de tijdsgeest voorafgaan in plaats van vice versa. Hoe cynisch dit ook mag klinken, het geeft tegelijkertijd hoop dat zodra de economische basis verandert, de geestelijke ontwikkeling zal volgen. Ook dit beschrijft Smith in zijn ”Wealth of Nations”. En wellicht ligt in de voormelde redenering ook de kern van zowel het achterblijven van de islamitische wereld als de achterliggende redenen voor de Amerikaanse invallen in zowel Irak als Afghanistan.

Smith en de Islam

Niet alleen het westen maar ook islamitische wereld zal er beter aan doen de kanttekeningen van Smith uit de 18e eeuw serieus te nemen en -meer dan twee eeuwen na de dood van Smith- in te zien dat er lef nodig is om het juk van de geestelijke slavernij af te werpen. Daar is ook volgens  het gedachtengoed van Smith dus actief handelen voor nodig. Daar zit geen druppel ”laisser-faire” bij. Schotland was aan het begin van de 18e eeuw definitief onder Engelse hegemonie gekomen en tijdens het leven van Smith veranderd in een agrarische samenleving tot een industriele samenleving. Smith registreerde deze veranderingen in zijn eigen land en deze vormden de basis van zijn economische theorie. De profeet van het liberalisme wilde als een echte Schotse vrijdenker een zo groot mogelijke vrijheid voor iedereen, ongeacht waar ter wereld deze zich bevinden. Dat is de echte boodschap van Smith, ook na meer dan twee eeuwen tijd.

(Dit is het eerste deel van een vijfdelige serie op dit blog over ”oude” filosofen en hun invloed op de moderne tijd. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de oorspronkelijke teksten)

Bron: Adam Smith, An Inquiry into the Wealth of Nations, Oxford Classics, 2008.

 

Benelux: einde of nieuw begin? (deel 1)

rott 

Benelux: leef je nog? Jazeker. Ondanks de huidige obsessie binnen de Nederlandse politiek voor een binnenlandse aanpak van problemen als immigratie die slechts door samenwerking met het buitenland bereikt kunnen worden, heeft het vorige kabinet in 2008 samen met Belgie en Luxemburg in alle stilte een nieuw Benelux verdrag gesloten ter vervanging van de ”oude” Benelux. 

Het is de bedoeling dat dit nieuwe Benelux verdrag verder gaat op punten waarover binnen EU verband nog geen verregaande samenwerking is bereikt zoals op het gebied van binnen- en buitenlandse zaken alsmede op het gebied van economische samenwerking.

Het is de bedoeling dat de nieuwe Benelux dit jaar nog in werking treedt. In het huidige bangige politieke klimaat dient echter gevreesd te worden dat voorlopig weinig terecht zal komen van de verdergaande samenwerking die op papier wordt beloofd. Immers, Belgie dreigt uiteen te vallen en Nederland is niet in staat binnen afzienbare tijd een duurzame coalitie te vormen, laat staan om over de grenzen heen te kijken naar mogelijkheden. Als echte boekhouders zoeken de Nederlandse politici naar methoden om vooral de burger af te knijpen in plaats van het zoeken naar methoden om economische groei en broodnodige flexibiliteit te bewerkstelligen.

Dit alles terwijl de nieuwe Benelux ongekende mogelijkheden zou bieden, althans in theorie. Want de stroperige werkelijkheid binnen de Beneluxlanden is weerbarstig. Laten we bijvoorbeeld eens kijken naar de concurrentie tussen Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen. Deze drie grote havensteden zijn al sinds de 16e eeuw grote concurrenten van elkaar op de wereldmarkt. Uiteraard heeft deze concurrentie tussen deze havens ook positieve effecten gehad, en in het verleden heeft die onderlinge competitie grote vruchten afgeworpen. Ook de politiek heeft zich ermee bemoeid. Zeeuws-Vlaanderen werd zelfs veroverd op Vlaanderen om Antwerpen te beknotten. Inmiddels is die situatie verbeterd door een verdrag met Belgie over de Westerschelde. Maar dat de gemoederen in Belgie nog steeds hoog kunnen oplopen over deze kwestie bleek nog in 2009.

Rotterdam en Antwerpen zijn anno 2010 respectievelijk de eerste en de derde haven van Europa (Hamburg staat op nummer 2). Hoewel Rotterdam al is overschaduwd door Singapore, is Rotterdam nog altijd een ”mainport” op wereldniveau.

Het huidige beleid van de Rotterdamse haven is nog altijd om de concurrentie met Antwerpen scherp te spelen. Zou hier geen mogelijkheid juist tot samenwerking liggen? Immers, de beide havens liggen op slechts 100 kilometer van elkaar verwijderd, en gezamenlijk wordt vrijwel het gehele Noordwesten van Europa bediend door middel van de strategische posities aan de belangrijkste Westeuropese waterwegen als de Maas, de Rijn en de Schelde.

Tot heden ten dage is er echter weinig animo om samen te werken met de Belgen. Vaak wordt gewezen op de culturele verschillen en andere wijze van zakendoen in het zuiden, alsmede de specifieke gevoeligheden tussen beide landen.

Een kleine vergelijking met de regio Sjanghai biedt wellicht het juiste perspectief om de beperkte economische en politieke geesten binnen de Benelux wakker te schudden. Deze metropolitaine regio met meer inwoners dan de gehele Benelux bij elkaar, strekt zich uit over een veel groter gebied dan de regio Rotterdam-Zeeland-Antwerpen. De afstand tussen de stad Hangzhou in het zuiden van de regio Sjanghai tot het centrum van Sjanghai bedraag bijvoorbeeld al 180 kilometer. Vanaf het Noorden aan de Yangste-rivier tot Sjanghai centrum is het zeker ook nog 100 kilometer. Alleen de stad Hangzhou al kent op zich al 6,4 miljoen inwoners.

Het verschil in dialecten tussen de inwoners in de regio verschillen erg van elkaar, en vaak kunnen mensen uit de regio’s in China elkaar niet eens verstaan, ware het niet dat zij in zulke gevallen via het Mandarijn communiceren. De Rotterdammmers en Antwerpenaren kunnen elkaar daarentegen zonder al teveel inspanning prima verstaan. En de mentaliteit van Rotterdammers en Antwerpenaren verschilt niet zoveel en wordt gekenmerkt door nuchterheid en hard werken zonder zeuren. In zekere zin past de Rotterdammer beter bij de Antwerpenaar dan de Amsterdammer, die het liefst over alles klaagt en die nog altijd denkt dat Amsterdam het centrum van de wereld is. Zo onstond in de afgelopen jaren tot de crisis met veel bombarie en sjiek geborrel de Amsterdamse Zuidas met daarin de hoofdzetel van bijvoorbeeld staatsbank ABN AMRO, maar uiteindelijk verrees in Rotterdam zonder al teveel poespas of tamtam een echt internationaal profiel langs de oevers van de Maas met de Maastoren als hoogste gebouw van de Benelux.

 Tezamen vormen Rotterdam en Antwerpen de grootste haven ter wereld, zelfs groter dan Singapore. Het is maar een voorbeeld van een punt waarop binnen de nieuwe vorm van de Benelux mogelijkheden kunnen worden geschapen. Maar ik vrees dat het niet gebeurt en het nieuwe Nederlandse kabinet vooral binnen de Haagse stolp en op licht hautaine wijze – zoals bij ons betweterige noorderlingen nog altijd gebruikelijk ten opzichte van onze zuiderburen - ieder idee tot nauwere samenwerking bij voorbaat zal afwijzen. Dat is de Benelux-realiteit.

En intussen zal binnen enkele jaren Sjanghai de grootste haven ter wereld worden. In ieder geval hoeven we ons hier te lande over enkele jaren niet meer af te vragen hoe dat nou toch komt. Dan kunnen we na een lange zinloze rit eindelijk zeggen: ”eindbestemming bereikt/gare terminus.”

De woeste vernietigers van Oranje

Met de coalitieformaties aan de gang en de goede resultaten op het FIFA-WK voetbal krijgt de Nederlandse burger al snel het idee dat ons land in achting stijgt in de wereld. Immers, straks mogen we ons meten met Duitsland of Spanje. Dat Uruguay eerst nog verslagen moet worden, is in het collectieve bewustzijn al verdrongen. Immers, Uruguay is een klein Zuidamerikaans landje, ingeklemd tussen grootmachten. Gelegen aan de monding van een grote rivier. Een land waar je niet zoveel van hoort, eigenlijk een beetje het Nederland van Zuid Amerika.

Een tweede reden om te denken dat Nederland toch echt nog veel voorstelt, is de duur en de complexiteit van de coalitiebesprekingen. Het ingewikkelde schaakspel op het Binnenhof doet vermoeden dat hier mondiale belangen op het spel staan, alsof we de als overwinnaars na de Eerste Wereldoorlog in Versailles vredesonderhandelingen voeren. Mark Rutte als de Woodrow Wilson van Den Haag en Geert Wilders als de onverzoenlijke Clemenceau.

Tegelijkertijd zit de crisis op on netvlies gebrand: we zijn inmiddels zo gewend geraakt aan het woord crisis dat het ons niets meer doet. Murw zijn we ervan. President Obama wil de bonussen van Amerikaanse bankiers niet aanpakken met de bewering dat honkballers ook veel geld verdienen en hij deze ook niet kan aanpakken. Nout Wellink blijft lekker zitten bij DNB. En Gerrit Zalm, die zichzelf in 2008 nog trots een romantische boekhouder noemde heeft een metamorfose ondergaan naar realistische bon vivant. Dirk Scheringa geeft management cursussen aan werkloze ondernemers die de kneepjes van oplichting willen leren.

Wat ging er nou mis eigenlijk met de economie? Daarvoor zijn veel oorzaken te noemen. Maar in de eerste plaats ligt eraan ten grondslag een kokervisie, een beperking in ons eigen denken. Ik wil u niet vermoeien met weer een analyse over de crisis, maar iets wat ik nog nooit heb horen noemen als oorzaak is die van de mythe van creatieve vernietiging ofwel ‘creative destruction’ van de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter (1883-1950). Deze theorie gaat er in lekentermen (ik ben slechts jurist) ervan uit dat economische vooruitgang een proces is van voortdurende innovatie waarbij succesvolle toepassingen van nieuwe technieken de oude vernietigen.

Nu is er op zich niets mis met deze theorie, ware het niet dat de theorie van de creatieve vernietiging tot in het extreme werd aangehangen binnen de beleidsbepalende kringen in de Verenigde Staten. Alan Greenspan noemde nog in 2008 in zijn autobiografische relaas ”the Age of Turbulence” de theorie van de creatieve vernietiging als een grote inspiratiebron. Als ultiem en positief voorbeeld van de zegeningen van de creatieve vernietiging noemt hij de economische groei van de VS in de 19 eeuw. In een volledig liberale economie, en de overvloed aan vruchtbaar land, bouwden de Amerikanen in enkele decennia hun land op tot een wereldmacht. Ongeremd door overheidsinmenging of bedisselende regelgeving kon zo in de ogen van Greenspan een volledige mate van positieve concurrentie ontstaan. De verovering van het Wilde Westen bood het beste voorbeeld van de creatieve vernietiging: de huifkarren maakten plaats voor de trein, de postkoets werd vervangen door de telegraaf en deze maakte op zijn beurt weer plaats voor de telefoon.

Het feit dat de voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank nog in 2008 het Wilde Westen als een economisch ideaal aanhaalde, geeft weer hoe diep het idee is geworteld binnen Amerikaanse vooraanstaande kringen dat ”het oude” – dat automatisch wordt vernietigd door innoverende ontwikkelingen - iets is wat waardeloos is en rijp voor de prullenbak. Traditie en cultuur zijn in die visie slechts bijzaken die vernietigd mogen worden als maar innovatie plaatsvindt. Dat is de kracht van het Amerikaanse denken maar tegelijkertijd ook de zwakte.

Het ongebreidelde geloof in creatieve vernietiging heeft ertoe geleid dat iedere innovatie als positief werd verwelkomd zodra dit leidt tot economische groei. Zo heeft deze mythe ertoe bijgedragen traditionele kenmerken van het bankwezen als voorzichtigheid en risico-aversie als ”oud” te bestempelen en nieuwe financiele producten als credit default swaps en het opknippen en verkopen van hypotheken binnengehaald zonder onderzoek te doen naar de mogelijk schadelijke invloeden daarvan op de lange duur.

‘Die ontkenning van de negatieve bijeffecten van ”creative destruction” vormden de blinde vlek van de aanhangers van deze economische religie. Greenspan vergat in zijn boek de negatieve effecten te noemen van de creatieve vernietiging, zoals bijvoorbeeld in de context van het Wilde Westen de vernietiging van de Indiaanse volkeren die aanwezig waren op het Amerikaanse continent. De immense schade van deze Indiaanse genocide is onschatbaar.

Greenspan beschrijft in zijn boek overigens dat hij tijdens een bezoek aan Venetie een concert van Vivaldi bijwoonde en daarvan genoot. Daar in die omgeving kwam hij – al op gevorderde leeftijd – met een zekere schroom tot de conclusie dat ”het oude” toch ook een zekere aantrekkingskracht heeft, hoe futiel ook in economisch opzicht. En uiteraard staat Europa in zijn visie vrijwel gelijk aan ”oud”. Als Greenspan zich iets meer in de muziek van Vivaldi had verdiept, had hij wellicht kunnen ontdekken dat Vivaldi op musicaal gebied ook een vernieuwer was, maar dan binnen een bestaande traditie en zonder dat dit het ”oude” daarmee direct afdoet als afgedaan.

Misschien moeten we daarom als Europeanen een voorbeeld nemen aan Vivaldi en is het wellicht aan het Oude Europa om dit als een geuzennaam te dragen en  de wereld te tonen dat ”het oude”, en dus al dat wat dreigt te verdwijnen, zoals de natuur, culturen en tradities die in de verdrukking zijn, hun intrinsieke waarde hebben en dat deze factoren dus niet slechts in geld zijn uit te drukken. Dat zou een waar weerwoord zijn tegen de Amerikaanse beperkte visie. Europa heeft kortom echte romantische boekhouders nodig. Schumpeter – die overigens de ondergang van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie had meegemaakt en daar zelf toch ook enige moeite mee moet hebben gehad - had gelijk met zijn stelling dat innovatie nodig is om vooruit te komen, maar de negatieve gevolgen van onze handelwijzen moeten ook in aanmerking worden genomen. Zoals de vernietiging van de natuur, het verdwijnen van planten- en diersoorten, de verandering van het klimaat, de ongeremde bevolkingsgroei.

Maar goed, eerst maar eens kijken wat Mark Rutte doet en of we van Uruguay gaan winnen. Want als we winnen is dat goed voor de economie. En ten koste van wie gaat deze creatieve vernietiging? Ten koste van de economie van Uruguay natuurlijk!

 

Een merkwaardig onlogische redenering

sa

In de aanloop naar het WK Voetbal staat Zuid-Afrika weer volop in de belangstelling. Een welkome ontwikkeling want de aandacht voor het Afrikaanse land was in de afgelopen jaren tot een nulpunt gedaald, voor het eerst in de lange en bijzondere relatie tussen Nederland en Zuid-Afrika. Daar heeft de Apartheid en het Nederlandse schuldgevoel daarover grotendeels aan bijgedragen. De architect van de Apartheid, Hendrik Verwoerd, kwam immers uit Deventer en de Afrikaanse taal is immers een bastaard van het Nederlands.

Toch is het eigenlijk vreemd dat wij Nederlanders in al die jaren zo’n dedain hebben tentoongespreid tegenover de blanke Zuidafrikanen. Natuurlijk was de Apartheid verwerpelijk, maar Nederland zelf was nu ook niet het toonbeeld van tolerantie tegenover onze mede-Koninkrijksgenoten overzee totdat deze landen en gebieden onafhankelijk althans min of meer zelfstandig werden.

Indonesie werd immers nog in 1949 hard bevochten door de Nederlandse soldaten, en zelfs daarna bleven wij krampachtig vasthouden aan Westelijk Nieuw-Guinea totdat onder Amerikaanse druk ook dit gebied in 1960 werd afgestaan.  Het Zuidafrikaanse segregatiesysteem, dat in 1948 tot stand was gekomen, verschilde niet veel van de Nederlandse opvattingen in die tijd over Indonesie en de bevolking van de overige gebiedsdelen overzee.

De Nederlandse houding ten opzichte van de gekleurde inwoners van het Koninkrijk kenmerkte zich op zijn best door een goedhartig paternalisme. Nog in 1939, vlak voor de Tweede Wereldoorlog moest de Nederlandse regering zich bijvoorbeeld buigen over de invoering van de Wet op de Arbeidsovereenkomst, die in Nederland al in 1907 was ingevoerd. In Nederlands-Indie werd deze wet, die een belangrijke sociale verbetering voor de arbeider inhield, pas in 1927 ingevoerd en dan alleen voor de Europeanen die zich daar bevonden. De inlandse bevolking moest zichzelf maar redden.

Invoering van de Wet op de Arbeidsovereenkomst in de West werd door de regering nog op 7 oktober 1939 onwenselijk geacht. De Tweede Wereldoorlog was al begonnen de maand daarvoor, namelijk op 1 september 1939. Nederland had zich direct neutraal verklaard in de hoop net als tijdens de vorige wereldoorlog gespaard te blijven van economische schade. Terwijl Duitse troepenbewegingen al in de richting van de Rijnvallei vlak bij de Nederlandse grens werden gesignaleerd, oordeelde de Nederlandse regering in al haar kalme wijsheid dat de invoering van de Wet op de Arbeidsovereenkomst op Curacao niet wenselijk was, vanwege de aard van de ”Curacaosche neger”:

“(…) Een wet op het arbeidscontract moge een mooi en sociaal toe te juichen gebaar blijven; zolang de omstandigheden op Curacao niet veranderen, zal het bij een gebaar blijven. Het zal zelfs een gebaar zijn, dat in vrij sterke mate het gebrek aan plichtsgevoel in de hand zal werken. Want de arbeider, gedreven, op Curacao althans, door een dikwijls opvallend merkwaardig onlogische redenering, zal zich thans ‘beschermd’ wanen door een wetgeving en daarin des te meer aanleiding vinden om zijn plicht te verzaken, hetgeen hij betrekkelijk straffeloos kan doen daar andere werkgevers hem weer met genoegen aan het werk zetten, terwijl anderzijds een korte of lange rustperiode ook niet onwelkom is. Deze vakantie kan hij nemen, in de eerste plaats door de losse grondslagen, waarop hier het gezin berust, de krotachtige woning, waarmede hij zich tevreden stelt en de handvol foenchi, die hem tot voedsel strekt.” (citaat ontleend aan Recht Doen, geschriften van Mr. W.F. de Gaay Fortman, 1972)

De Memorie van Toelichting vermeldt vervolgens dat de Nederlandse regeling voor Curacao te ingewikkeld was omdat het rechtsgevoel van de Curacaosche neger nog niet voldoende was ontwikkeld: ”Althans voor zoveel betreft de huisbedienden, die over het algemeen nog geen blijk geven te begrijpen, dat tegenover rechten ook verplichtingen staan. ”

Het is niet zo vreemd dat mensen die in 1939 de tijd nog niet rijp achtten voor volledige emancipatie van de ”Curacaose neger” en zonder schroom dergelijke opvattingen openlijk in officiele stukken verkondigden, segregatie voorstonden. 

Apartheid was dus geen zuiver Zuidafrikaans verschijnsel, maar eerder een gewoonte in de gebieden waar de Europeaan zich overzee vestigde. De blanke Boeren in Zuid-Afrika konden echter niet de meerderheid vormen in Afrika, in tegenstelling tot de Amerikanen en de Engelsen in Australie die erin slaagden de lokale bevolking volledig te verdringen en in kampen op te sluiten. Het feit dat de Apartheid zo sterk – en terecht – in de jaren ’60 en ’70 is bekritiseerd heeft vooral te maken met de voortschrijdende tijdgeest en gewijzigde opvattingen in de internationale politiek van na de Tweede Wereldoorlog. Het Handvest van de Verenigde Naties is in hetzelfde jaar 1948 tot stand gekomen. Zuid-Afrika plaatste zich daarmee in bewuste oppositie tegenover het VN Handvest.

Het duurde echter nog meer dan 15 jaar na het VN Handvest voordat overal ter wereld de geesten rijp waren voor verandering. Waar blank en zwart naast elkaar leefden, ging deze verandering niet zonder slag of stoot. De segregatie in het Zuiden van de Verenigde Staten kwam bijvoorbeeld pas moeizaam en met geweld in de jaren ’60 tot een einde door grote druk van buitenaf, en leidde er zelfs toe dat Martin Luther King in 1968 werd vermoord. Op 30 mei 1969 brak op Curacao een ware volksopstand los na mislukte CAO-onderhandelingen bij Shell om betere arbeidsomstandigheden te bewerkstelligen. Deze opstand ging aldaar de geschiedenis in als de ”Trinta di Mei’ en er werd wel degelijk met scherp geschoten door de Nederlandse mariniers. De beroemde bezetting van het Maagdenhuis in eigen land door studenten was er kinderspel bij. Hier was heus een onderdrukt volk in opstand tegen de heersende elite, en dat in ons eigen ‘nette’ Koninkrijk! Nederland zorgde na deze opstand schoorvoetend voor een ”Antillianisering” van het lokale bestuur. En pas jaren na 1969 maakte de bestuurlijke elite op het eiland, die tot dan toe had bestaan uit enkel blanke en sefardisch-joodse families, langzamerhand enigszins plaats voor toetreding van de gekleurde eilandbewoners. Overigens heeft die trage machtswisseling - het moet worden gezegd – weinig verbetering gebracht voor de gewone Curacaoenaar.

Zuid-Afrika heeft het Apartheidssysteem zo lang kunnen volhouden omdat Zuid-Afrika, net als bijvoorbeeld Irak, een belangrijke bondgenoot was van de Verenigde Staten – en dus ook indirect Nederland – tegen de groeiende invloed van het communisme in Afrika (Angola, Mozambique). Che Guevara en kompanen trachtten de Cubaanse heilstaat ook in andere tropische gebieden te verspreiden maar hielden te weinig rekening met de complexe Afrikaanse situatie en de stammentwisten. Pas na de val van het communisme werd het Apartheidsysteem internationaal gezien onhoudbaar omdat ook de internationale bondgenoten van Zuid-Afrika het land nu echt niet meer konden blijven steunen. Apartheid was vanaf de jaren ’60 simpelweg niet meer in overeenstemming met de tijdsgeest, maar geenszins een uitzondering tot aan de late jaren ’60. Op Aruba, en naar ik aanneem op Curacao en Bonaire eveneens, kregen schoolkinderen nog tot ver in de jaren ’50 letterlijk een tik op de vingers als zij hun eigen taal -het Papiamento, ofwel ”Negerspaans” – onderling spraken op het schoolplein.  

Nederland, althans het gedeelte van ons Koninkrijk in Europa, bleef tot voor kort verschoond van problemen als raciale segregatie en ethnische spanningen. Langs het tuinpad van onze vaders stonden nog de hoge bomen en we gaven vooral aan de eettafel af op mensen van buiten de eigen vertrouwde zuil. Maar dat is veranderd nu 10 procent van de bevolking niet-westers van afkomst is. In plaats van ons af te wenden van Zuid-Afrika zouden we – van links tot rechts – ook eens kunnen kijken hoe het in dat verre land toch zover heeft kunnen komen, en allicht zouden we daarvan kunnen leren. Zonder het aloude opgeheven vingertje van links, en zonder de potsierlijke kopvoddentaks van de PVV. Realisme en zelfkennis zijn geboden want de immigranten gaan niet meer weg en hebben weinig boodschap aan de oude postkoloniale trauma’s van hun nieuwe land.

Wellicht ligt daar wel de aantrekkingskracht van iemand als president Obama. Weliswaar gekleurd, maar niet belast door een slavernijverleden. Zo kan hij zich zonder schuldgevoel of juist slachtofferschap over de slavernij of kolonialisme in alle kringen begeven. En het verwondert dan ook niet dat juist Obama zich zeer kritisch heeft uitgelaten over de manier waarop de Afrikaanse regeringsleiders in de afgelopen decennia hun eigen landen als persoonlijke wingewesten hebben beschouwd- een manier die veel doet denken aan de oude koloniale tijd- en de Afrikanen aangespoord om zelf ook eens verantwoordelijkheid te nemen. Een kritisch maar hoopvol geluid, want verandering begint bij verantwoordelijkheid nemen.

De praktijk van de Chinezen in Afrika dreigt echter de goede bedoelingen van Obama teniet te doen. Zo kopen Chinese bedrijven lokale productiebedrijven op om deze vervolgens op te doeken. Vervolgens wordt de Afrikaanse markt overspoeld met inferieure Chinese producten. Een mix van kolonialisme in zijn ruwste vorm en moderne economisch roofbouw. Op deze wijze worden Afrikanen eens te meer afhankelijk gemaakt van anderen en wordt het de Afrikanen onmogelijk gemaakt de voor hun eigen ontwikkeling broodnodige verantwoordelijkheid ook echt te nemen. 

 

De prijs van de eer

brion

Philippus Lodovicus Brion (1782-1821)  

De Nederlandse Antillen houden weldra op te bestaan. Weinigen zullen daarom treuren, vooral niet de Antillianen zelf. De bewoners van de Nederlands-Caribische eilanden zullen zich nu vooral kunnen richten op het eigen eilandsbestuur. Het koninkrijksland de Nederlandse Antillen als semi-zelfstandige staat was eigenlijk altijd al een vreemde postkoloniale constructie.

De band tussen Nederland en de Caribische rijksdelen is altijd in de overzeese delen als hechter ervaren dan hier in Nederland. Dit is overigens een bekend verschijnsel in de immer gecompliceerde relatie tussen moederland en kolonie.  Aan gene zijde van de oceaan bijvoorbeeld wordt Nederland gezien als een belangrijk en vooral een goed geolied land. Aan deze zijde van de oceaan wordt Curacao gezien als een slecht georganiseerd en corrupt eiland waar alleen maar ellende vandaan komt. 

In de lange koloniale geschiedenis van de Nederlandse eilanden in de Caribische zee, die begon in de eerste helft van de 17e eeuw, hebben gebeurtenissen op die eilanden weinig weerklank gevonden in het moederland. Dit in tegenstelling tot de ontwikkelingen in Nederlands-Indie. We kennen allemaal Multatuli en Max Havelaar, we eten rijsttafel en kennen termen als tempoe doeloe en Jappenkampen.

Hoewel het Indische verleden langzamerhand is verdwenen in de collectieve beleving, zijn de mooie maar ook de minder fraaie kanten van Nederlands-Indie ons nog steeds goed bekend.  Een goed voorbeeld van de Nederlandse focus op de ontwikkelingen in het oosten is de bekendheid van schrijvers uit de oost, voorop Multatuli.

Nu was Eduard Douwes Dekker zeker een groot schrijver en alle lof voor zijn pogingen om wantoestanden in Nederlands-Indie te doen keren is terecht. Max Havelaar-koffie is zelfs internationaal bekend. Wat echter niet vergeten dient te worden is dat Multatuli niet het koloniaal systeem in het algemeen of het cultuurstelsel in het bijzonder wilde aanklagen: zijn kritiek op de behandeling van de Javaanse inlander had vooral te maken met het feit dat de bestuurspraktijk in Indie afweek van de theoretische fundering van hetzelfde bestuur.  

Geen enkele Nederlander heeft zich in de 19e eeuw daadwerkelijk ingespannen om alle volkeren van de Indonesische archipel, en dus niet slechts de Javaan, maar ook de Sumatraan of de Molukker te bevrijden. De geestelijke verheffing van de inlander door middel van de na het verschijnen van de Max Havelaar geintroduceerde ethische politiek had niet tot doel de onafhankelijkheid van de inlandse bevolking te bewerkstelligen.

Nu pastte dat ook niet in de tijdsgeest van de 19e eeuw waarin Europees kolonialisme als een vanzelfsprekend gegeven werd beschouwd. Toch klopt het laatste niet helemaal. Juist Curacao biedt het bewijs dat in de overzeese gebiedsdelen wel degelijk vrijheidsgevoelens leefden. En wel in de persoon van wellicht de grootste Curacaoenaar aller tijden, Philippus Lodovicus Brion (ook wel op zijn Spaans ‘Pedro Luis Brion’ genoemd). Deze Curacaose grootgrondbezitter, avonturier en zakenman, geboren in 1782, maakte zich  al op jonge leeftijd verdienstelijk in de verdediging van de Bataafse Republiek.

Tijdens zijn veelbewogen leven onderscheidde Brion zich echter voornamelijk door zijn bijdrage in de Zuidamerikaanse onafhankelijkheidsstrijd waarin hij zij aan zij met Simon Bolivar streed. Later raakten de beide vrijheidsstrijders gebrouilleerd. Brion keerde in 1821 terug van het Zuidamerikaanse vasteland dat zich inmiddels min of meer had losgeworsteld van het Spaanse juk naar zijn geboorte-eiland Curacao en overleed vlak na aankomst.

Zijn gehele vermogen werd bij wijze van testament aangewend ten dienste van de voorzetting van de vrijheidsstrijd tegen de Spanjaarden. Van een dergelijke onbaatzuchtigheid kunnen huidige politieke “leiders” zoals Bos, Balkenende en Zalm nog wat leren. In 1829, acht jaar na zijn overlijden zou het noordelijke deel van Zuid Amerika,  Groot-Colombia geheten, onafhankelijk worden onder leiding van Simon Bolivar. 

Naaar zijn heldendom had Brion ook zijn duistere kant, die duidelijk werd in zijn optreden tegen zijn medestrijder en mede-Curacaoenaar Manuel Carlos Piar (1774-1817), die samen met hem had gevochten voor de vrijheid van het Zuidamerikaanse continent. Brion was namelijk een criollo, een blanke die was geboren in de koloniale streken en aldaar de elite vormde, en Piar was een mulat. Een grote sociale kloof scheidde de beide mannnen die dezelfde zaak dienden.  

Het streven van Piar naar een gelijke behandeling van de mulatten leidde ertoe dat hij al tijdens de vrijheidsstrijd een gevaar begon te vormen voor de criollo-elite waartoe zowel Bolivar als Brion behoorde. Veel criollos waren erop uit om de plek van de Spanjaarden in te nemen en het op raciale gronden gebouwde sociale pyramide-systeem in stand te houden voor eigen gewin. Piar werd daarom in 1817 voor het schavot gebracht op instigatie van Bolivar. Brion trad op als voorzitter van de krijgsraad die Piar ter dood veroordeelde. Al was Piar een mede-Curacaoenaar, dit kon hem niet meer baten. Bolivar noemde later deze episode een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van de Zuidamerikaanse revolutie. Zo biedt het kleine Curacao door middel van de levensverhalen van deze twee bijzondere mannen eigenlijk bij uitstek het verhaal van Latijns Amerika zelf en, in extensie, de derde wereld als geheel. De hoop, de vechtlust en de hypocrisie van ras, stand en machtsmisbruik van een heel continent in een notedop. Terwijl in dezelfde periode in de Oost een opportunistisch bestuurder als Daendels op Java de beroemde Postweg aanlegde, vochten deze twee Antillianen met al hun gebreken voor de bevrijding van een werelddeel en stelden hun gehele leven in dienst van dit nobele streven. Toch zijn beide Antilliaanse Nederlanders in de vergetelheid geraakt. Wellicht ook omdat zij geen schrijvers waren. Brion moet het doen met een plein in Willemstad dat naar hem is vernoemd en Piar geniet alleen in Venezuela nog enige bekendheid.

En zo kreef de Oost weer de meeste aandacht en kon Eduard Douwes Dekker, in wezen een gefrustreerde bestuursambtenaar uitgroeien tot een icoon van antikolonialisme. De West was misschien al in Douwes Dekkers tijd te frivool om daar eer te kunnen behalen en heeft ambitieuze Nederlandse bestuursambtenaren ook nooit aangesproken. Voor de mensonterende kanten van de slavernij hadden de verder zo godsvrezende Nederlanders al helemaal een blinde vlek. Revolutionair waren de Nederlanders al helemaal niet ingesteld. Het waren de dagen van Jan Salie. Terwijl in 1848 in geheel West Europa de generatie van Douwes Dekker (die was geboren in 1820) een schokgolf teweeg bracht en revoluties ontketende, beklom Douwes Dekker de rangen van het koloniale bestuursapparaat. De generatie die was geboren in de jaren 1820 was teleurgesteld door het verkwanselen van de idealen van de Franse revolutie in de eerste helft van de 19e eeuw. Maar het bleef in Nederland rustig. Douwes Dekker heeft in zijn typisch Nederlandse drammerige arrogantie van het gelijk nimmer blijk gegeven van enig revolutionair elan, hoewel hij gezien zijn geboortejaar wel tot de protestgeneratie van 1848 behoorde.

Douwes Dekker kreeg na het verschijnen van zijn Max Havelaar als poging tot eerherstel een betrekking aangeboden in de West, maar zag daar vanaf met woorden die veelzeggend zijn voor de neerbuigende wijze waarop er door bestuursambtenaren in de Oost werd gekeken naar functies in de West. Er viel daar niet veel eer te behalen blijkens de reactie van Douwes Dekker:  

“In Oost-Indië kon ik nuttig wezen. Eene eervolle functie dáár, zou het principe kroonen dat ik heb voorgestaan. Maar eene plaatsing in de West, hoe winstgevend ook, zou de prijs wezen mijner stilzwijgendheid, de prijs alzoo van mijne eer.

EMEA: De Derde Wereld versie 2.0

jeruzalem

 Jeruzalem: Het centrum van de oude wereld. Een permanent politiek obstakel en een symbool voor de in staat van stilstand verkerende EMEA-landen. 

Vroeger had je de eerste, de tweede en de derde wereld. Het westerse blok, de communistische landen en de ontwikkelingslanden. Natuurlijk was de werkelijkheid vele malen ingewikkelder, niettemin was deze classificatie handig en iedereen wist wat ermee werd bedoeld. De classificatie heeft inmiddels allang afgedaan. De term derde wereld is obscuur geworden.Maar ook de term ”ontwikkelingslanden” dekt allang niet meer de lading.

Tegelijkertijd zijn langzamerhand nieuwe werelden en nieuwe indelingen aan het ontstaan. De grootste waterscheiding, letterlijk en figuurlijk is nog altijd die tussen het rijke noorden en het arme zuiden. De grenzen tussen deze werelden worden getrokken in het Caribische gebied en de Middellandse zee. In het Aziatische werelddeel is de overgang minder duidelijk. Landen als India en Vietnam zijn weliswaar arm, maar kennen wel een flinke economische groei.

 De vraag is dan ook of de verdeling van de wereld in het rijke noorden en het arme zuiden nog wel overeenkomt met de werkelijke situatie anno 2010. Immers begint de waterscheiding tussen noord en zuid steeds meer poreuze plekken te vertonen. Met 40 miljoen Spaanssprekenden op een bevolking van in totaal 300 miljoen Amerikanen kan nauwelijks nog gesproken worden van een scheiding, eerder is sprake van een geleidelijke overgang. Californie, Texas en grote delen van het zuidwesten van de Verenigde Staten (Colorado, Nevada, New Mexico, Utah) waren bovendien tot 1848 Mexicaans grongebied en omvatte de departementen Alta California, Nuevo Mexico en Texas. Het huidige Florida, waar zich een grote Cubaanse gemeenschap zich bevindt, was al in de 16e eeuw een Spaanse kolonie.

De mijloenen Latino’s in de Verenigde Staten sturen in groten getale aanzienlijke delen van hun salaris via Western Union en andere ‘money angencies’ hun geld naar hun achtergebleven familie. In Europa is eenzelfde mechanisme aan de gang. Met zo’n 30 mijloen immigranten in Europa afkomstig uit Afrika en het Midden Oosten, is sprake van een grote wisselwerking tussen Noord en Zuid. Sterker nog: de gehele economie van grote delen van Afrika en het Midden-Oosten is vrijwel volledig afhankelijk van geldstromen van familieleden uit het rijkere Europa. Tegelijkertijd met de immigratie zijn zeden en gewoonten uit andere landen overgewaaid naar Europa. Het meest in het oog springende element is de definitieve komst van de islam in Europa. De islam zal nooit meer weggaan uit Europa en langzamerhand zal de Europese cultuur verislamiseren. De Europese islam zal voor komende Europese generaties een gegeven zijn.

Overigens was Spanje al ooit voor het overgrote deel onderdeel van het Emiraat van Cordoba en behoorde geheel Europa bezuiden de Donau tot in de 19e eeuw tot het Turkse rijk, dus de komst van de islam is niet nieuw en de relatie tussen de twee culturen is slechts een nieuwe fase ingegaan waarbij de islam weer een meer dominante positie zal innemen die het tot in de 17e eeuw al had en die slechts door de opkomst van de industriele revolutie in West Europa tijdelijk in een mindere positie heeft verkeerd. Zo zien de moslims het tenminste, en gezien het feit dat de overwinnaar de geschiedenis schrijft zullen zij in de toekomst gelijk krijgen.

Wat dat betreft zijn pogingen om de waterscheiding in stand te blijven houden niet meer dan achterhoedegevechten. De pogingen van de Verenigde Staten om met een hek de grens met Mexico af te sluiten en de weinig systematische wijze waarop zuideuropese landen samenwerken in het Middellandse zeegebied, hebben er niet toe geleid dat de in gang gezette processen zijn afgeremd.

In Azie is de situate geheel anders: de Zuid-Chinese zee is nooit een culturele barriere geweest, maar juist een domein van expanise geweest voor Chinese handelaars en kolonisten die zich vervolgens in geheel zuidoost Azie hebben gevestigd, van Singapore tot Maleisie en Indonesie en daar de belangrijkste economische klasse van handelaren en zakenlieden zijn gaan vormen. Tot ver in de 20e eeuw had China weinig oog voor deze buitengaatse Chinezen, die tot voor kort als minderwaardig werden gezien ten opzichte van de Chinezen uit het moederland. Inmiddels heeft de Chinese regering het potentieel van deze emigranten erkend en worden de netwerken van deze overzeese Chinese ruimschoots benut. De toenadering van China tot Taiwan en Australie dient ook in dit licht te worden gezien. In Azie is het proces dus tegenovergesteld aan de gang van zaken in Amerika en Europa: waar de Verenigde Staten steeds ‘Latijnser’ worden en Europa steeds islamitischer, wordt Oost-Azie steeds Chineser. En dat proces zal zich alleen maar versterken in de komende decennia, ook omdat deze processen een historische basis hebben.

 Als we in de toekomst dus weer zullen spreken over de eerste, tweede en derde wereld kunnen we de wereld beter onderverdelen in drie verticale kolommen:  (1) De beide Amerika’s, (2) Europa/Afrika/Midden-Oosten (vaak ‘EMEA’ genoemd: Europe, Middle East and Africa) en  (3) Azie en Oceanie. Amerika zal steeds Spaanstaliger worden, maar de Amerikaanse cultuur is voldoende veerkrachtig om overeind te blijven. De vele immigranten in de VS nemen het liefst alles over van de Amerikaanse cultuur. Europa zal blijven worstelen met de islam en het jodendom, omdat de Europese cultuur weinig aantrekkingskracht heeft op de meeste immigranten uit Afrika en het Midden Oosten. Azie kent meer inwoners dan beide andere werelddelen bij elkaar en is vele malen dynamischer en vitaler. En bovendien niet behept met ideologische en godsdienstige tegenstellingen, althans niet  zoals we die in Europa kennen. Welke van de drie werelddelen de beste kaarten heeft getrokken is niet moeilijk in te zien.

Er is in het westen al een generatie historici aan het ontstaan die de Chinese vlootvoogden uit de 15e eeuw erkent als de eerste ontdekkingsreizigers, die lang voor Vasco da Gama al de Kaap rondden. De eigen beschaving vervult de Europeaan met nu eens valse schaamte, dan weer met reactionaire agressie naar gelang het sociaal-politieke klimaat. De verschillende landen en culturen van de EMEA-regio zullen elkaar in al hun starheid nog lang bevechten om de eerste plaats in hun regio. Christenen, joden en moslims gaan dus als vanouds weer de concurrentie aan om de beste plek in de Hiernamaals. De Aziaten, en de Chinezen voorop glimlachen slechts wijs in al hun boeddhistische innerlijke rust. Zij zullen binnenkort de eerste wereld vormen. Amerika als goede tweede. En de EMEA-regio als de nieuwe derde wereld versie 2.0 waar joden, moslims en christenen elkaar al buitelend en vechtend elkaar het leven zuurmaken om de vraag wie nu als Uitverkoren moet worden beschouwd.

Back to the future: 1993

hk

Hong Kong: in 1993 een Britse kroonkolonie, nu een toevluchtsoord voor werkloze bankiers uit Londense City.

Het jaar 1993. Bill Clinton was net president geworden van de Verenigde Staten. Apart van dit feit wordt 1993 verder als ogenschijnlijk onbelangrijk jaar gezien. Vier jaar na de val van het communisme in Europa en in Rusland, was de wereld klaar voor een nieuwe tijd. Het westerse denken was overwinnaar geworden in de competitie met het communisme.  Alleen China en Cuba bleven vasthouden aan het communisme, maar hieraan zou snel een einde komen. Het einde van de geschiedenis was zogenaamd bereikt, maar al snel begon de nieuwe wereldorde zich op te dringen. De voorboden van de huidige tijd waren zeker aanwezig. Deze werden op dat moment echter niet als toekomstig gevaar gezien maar als restanten van een oude tijd gezien die weldra zouden uitsterven. Ook toen in februari 1993 een bomaanslag werd gepleegd op het World Trade Center in New York, ontstond geen wereldwijde paniek.

Goed beschouwd is het eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend om heimwee te hebben naar de zogenaamd rustige jaren ’90. Het geheugen is net als de verontwaardiging over misstanden altijd selectief. In Europa woedde een bloedige oorlog in het voormalige Joegoslavie. De bloedigste oorlog in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog, uitgezonderd dan van de koloniale conflicten die in de toen nog overzeese gebiedsdelen woedden en de Griekse burgeroorlog van 1946-1949. De Europese Unie, opgericht met het doel om voor altijd oorlog in Europa af te wenden door landen te dwingen tot samenwerking had geen antwoord op de oorlog in Joegoslavie.

De oorlog in het voormalige Joegoslavie en vooral de strijd in Bosnie-Herzegovina kreeg in 1993 internationaal veel aandacht. Maar op andere plaatsen laaiden conflicten op die internationaal veel aandacht kregen zoals jet conflict in Somalie. Somalische troepen gingen direct het gevecht aan met VN troepen die voornamelijk uit Amerikaanse soldaten bestonden. Dit was een grote schok voor de rasoptimist Clinton en dit werd als een grotere blamage gezien voor zijn buitenlands beleid dan de bomaanslag op het World Trade Center.  

Slechts weinigen hielden zich bezig met de opkomst van het islamitische fundamentalisme. Terwijl de signalen achteraf beschouwd ook destijds al zichtbaar waren. In Afghanistan waren de tot de tanden toe door de Verenigde Staten bewapende milities elkaar aan het bevechten nadat de Sovjets uit het land waren verjaagd. De voormalige Sovjetrepubliek Tadzjikistan, net 2 jaar tevoren onafhankelijk geworden raakte in de ban van het islamitische fundamentalisme. Een ware burgeroorlog brak uit. In 1993 voerden Afghaanse rebellen een aanval uit op een door de Russische troepen bewaakte grenspost. en pas enkele jaren later in 1997 werd een fragiele vrede bereikt door deelname van de islamisten in de regering. De islamisten werden echter snel de regering uitgewerkt door de ex-communist en huidige president Rahmon.

Is er 17 jaar later veel veranderd? Jazeker. Het conflict in het voormalige Joegoslavie is opgelost, min of meer. China en andere landen zijn een grote rol gaan opeisen op het wereldtoneel. Maar er zijn nieuwe conflicten bijgekomen, zoals die in de Kaukasus, Irak, enzovoorts. Somalie is er niet veel beter aan toe dan in 1993. En Tadzjikistan? De politieke macht mag dan niet meer in handen zijn van de islamisten, maar de invloed van de islam in het armste land van de voormalige Sovjetunie neemt gestaag maar zeker toe. En 17 jaar later bestaat het World Trade Center niet meer natuurlijk, vernietigd naar de tweede terroristische aanslag van 11 september 2001.

De wereld is chaotischer anno 2010 dan in 1993. Er zijn vele actoren bijgekomen, van grote zelfverzekerde landen tot middelgrote landen met nucleaire en politieke aspitaties op mondiaal niveau, regionale en transregionale terroristische netwerken. Het internet, oorspronkelijk bedoeld voor een snelle communicatie tussen de Amerikaanse strijdkrachten, biedt mogelijkheden tot communicatie als nooit tevoren in de geschiedenis van de mensheid. Maar het internet heeft geen nieuwer soort mens gebracht. Zoals altijd gebruikt de mens nieuwe technologie vooral om daarmee zijn eigen macht uit te breiden. In in het eeuwige machtsspel tussen groepen, beschavingen en wereldmachten kan de kleinste groepering of terroristische cel nu ontstaan en zich razendsnel verpsreiden. Maar dit is slechts een verandering in communicatie ten opzichte van 1993: de brandhaarden van 2010 waren in de kiem in 1993 allang aanwezig.

Laten we hopen dat Obama het werk verricht dat Bill Clinton heeft nagelaten te doen. Want als Obama het niet doet, zal niemand het doen. China is teveel met de eigen economische groei bezig, Rusland denkt nog steeds in termen van Koude Oorlog en ‘het Heilige Rusland’  en de ambtenaren van Europese Unie vergaderen zoals vertrouwd nu eens in Brussel, dan weer in Straatsburg of Luxemburg door totdat men uiteindelijk zoals altijd na een lange intensieve vergadering besluit om geen besluit te nemen.

 

Haiti eindelijk aan vergetelheid ontrukt?

toussainr

 Toussaint L’Ouverture (1743-1803), de bevrijder van de slaven in Hispaniola in 1799 en de Haitiaanse vader des vaderlands.  Uit vrees voor slavenopstanden in eigen land, werd Haiti pas in 1861 door de Verenigde Staten erkend.  

De Amerikanen hebben tijdelijk praktisch alle overheidsdiensten in Haiti overgenomen. Het is vrijwel opnieuw beginnen in deze typische ‘failed state’. De Amerikanen zijn, in tegenstelling tot de Europeanen al jarenlang goed op de hoogte van de penibele situatie in Haiti en herbergen dan ook miljoenen Haitianen. Geen wonder dat zij, ook mede gezien de geografische nabijheid, de eerst aangewezenen zijn om het heft in handen te nemen. De Fransen herinneren zich opeens dat Haiti ooit Frans grondgebied was, en beginnen typerend direct te protesteren zodra de Amerikanen het werk weer eens opknappen.

De relatie tussen de VS en Haiti is altijd al afstandelijker geweest dan men op het eerste gezicht zou denken. Hoewel de VS het eerste land was dat handelscontacten aanlegde met het land na de eerste geslaagde slavenopstand in de West onder leiding van Toussaint L’Ouverture in 1799, bleef het daarbij. Haiti riep zichzelf in 1804 uit tot de tweede onafhankelijke staat van het Amerikaanse continent en meer gedrevenheid voor de Haitiaanse zaak lag in de verwachting, maar al direct na het ontstaan van een onafhankelijk Haiti werden de verhoudingen tussen de VS en Haiti teruggebracht tot non-existent. De vrees dat de slavenopstand een precedent zou worden voor een mogelijke slavenopstand in de slavenrijke zuidelijke staten van de VS, zorgde ervoor dat eilandstaat door de VS -ondanks enige aldaar levende sympathie voor de Haitiaanse zaak- lange tijd aan zijn eigen lot werd overgelaten. De Fransen heroverden Haiti tijdelijk. Een definitieve herovering door Frankrijk bleef enkel uit omdat Napoleon te druk was met zijn oorlogen in Europa en de Restauratie teveel energie vergde van het oude moederland om zich volledig op Haiti te richten. Pas na de Bolivariaanse revoluties in Latijns Amerika in de eerste drie decennia van de 19e eeuw, kon Haiti zich enigszins gevrijwaard wanen van inmening door de oude Europese koloniale machten. Maar ook van Bolivar en de zijnen, kon Haiti uiteindelijk weinig meer verwachten dan een symbolische steun. De blanke elites in die landen die de macht hadden overgenomen van de Spanjaarden, hadden namelijk eveneens baat bij instandhouding van de slavernij. De Verenigde Staten erkenden Haiti officieel pas in 1861 -  althans de Noordelijke staten – tegen de achtergrond van de Amerikaanse Burgeroorlog.  Immers kon van een land dat de slavernij op eigen bodem wenste af te schaffen (de slavenhandel was al wel eerder afgeschaft) niet anders verwacht worden dan dat het de enige staat die door slaven zelf was opgericht zelf ook erkende.

Tegelijkertijd echter probeerde de Verenigde Staten in de eerste helft van de 19e eeuw een eindoplossing te zoeken voor de vrije slaven die vanuit het zuiden naar het noorden waren gevlucht. Het verzet tegen slavernij nam dan toe in het noorden, dit betekende niet dat de ex-slaven nu opeens moesten gaan participeren in de samenleving. Daarvoor werd de geestelijke ontwikkeling van de zwarte medemens niet rijp geacht. Zo werd in in die tijd vooruitstrevende sociaal-wetenschappelijke kringen het idee geboren om een ’thuisland’ voor de bevrijde zwarte slaven te ontwikkelen in Afrika genaamd ‘Liberia’. Dit land met als hoofstad Monrovia, genoemd naar president Monroe die enkele decennia voor de Burgeroorlog al dit plan had opgevat, werd zo het eerste ‘thuisland’ in de wereld zuiver gebaseerd op ras. Daarnaast werden de andere verliezers van de Amerikaanse expansie, de Indianen, natuurlijk ook heen en weer gestuurd, hun naties en culturen verwoest en de overlevenden in reservaten gepropt. Maar het verschil tussen de zwarten en de Indianen was, dat de laatsten werden beschouwd als andere – al dan niet vijandige – volkeren of naties die de opbouw van ‘God’s country’ in de weg zaten. Pas in 1924 werd dan ook aan alle Indianen het Amerikaans staatsburgerschap verleend.

Het begrip ‘thuisland’ is dan ook geheel een Noordamerikaanse uitvinding, die later model zou staan voor vergelijkbare experimenten met de Joden in Europa en met de zwarte bevolking in Zuid-Afrika. Een Amerikaanse trust kocht op grote schaal grond aan langs de Afrikaanse kustlijn om de overtollige zwarte bevolking daar te huisvesten. De meeste ex-slaven wilden liever vrijheid genieten op Amerikaanse bodem, maar degenen die naar Afrika gingen -sommigen gingen letterlijk terug, omdat hun zij zelf of hun ouders nog direct uit Afrika waren vervoerd-  deden dat met enthousiasme. De immigratie van Amerikaanse bevrijde slaven in het Afrikaanse land zorgde echter voor een nieuwe vorm van racisme: dat van de Amerikaanse ex-slaven die zich nu superieur waanden ten opzichte van de lokale ‘primitieve’ Afrikaanse bevolking. De terugkeer van de Amerikaanse slaven was kortom geen succes. Nu het Liberiaanse experiment schromelijk was mislukt, werd dit jonge land snel door de Verenigde Staten aan zijn eigen lot overgelaten, net zoals Haiti om politieke redenen doelbewust in de vergetelheid was gebracht.   

roberts

Foto: Joseph Jenkins Roberts (1809-1876), de eerste President van de in 1847 gestichte onafhankelijke republiek Liberia. De Europese staten erkenden het land direct al in 1847, de Verenigde Staten pas in 1862 – een jaar nadat zij Haiti hadden erkend.  

Terugkerend naar het Caribisch gebied: Terwijl het grootste deel van Latijns Amerika na 1830 onafhankelijk was geworden, bleven de koloniale machten Spanje, Engeland, Frankrijk, Nederland en Denemarken vasthouden aan hun suikereilanden in het Caribisch gebied. De suikerindustie op de eilanden ondervond echter grote klappen. Eerst door de opkomst van grotere plantages in andere tropische gebieden zoals Brazilie, maar later ook door de ontwikkeling van suikerwinning uit de suikerbiet. De industrie op de Caribische eilanden, inclusief Haiti, stortte daarom volledig in tegen het midden van de 19e eeuw. De Spanjaarden investeerden, ter compensatie van de verloren gebieden in Midden -en Zuid Amerika flink in hun laatste kroonjuwelen in de regio: Cuba en Puerto Rico. De Spanjaarden wilden, koste wat kost, deze relatief grote eilanden behouden. Daarom ontwikkelden de Spanjaarden een immigratiepolitiek naar de eilanden. Met belastingvrijstelling en gratis grond werden zo in groten getale Europeanen geworven voor de Spaanse eilanden. De Spanjaarden hadden daarbij een voorkeur voor katholieke immigranten. Dit is de reden dat veel Puerto Ricanen – maar ook Cubanen - een Ierse, Corsicaanse of Italiaanse achternaam hebben.

De Fransen voerden in Guadeloupe en Martinique de Bonapartistische vrijheden in en de bewoners van deze eilanden werden, al waren zij arm, daarom niet geheel aan hun lot overgelaten. De Engelsen maakten van Jamaica een speerpunt van hun aanwezigheid in de regio, en verwaarloosden de kleinere eilanden als Grenada, Antigua en de Virgin Islands in hoge mate. De Denen brachten Scandinavische nuchterheid naar de Deense Maagdeneilanden (verkocht aan de VS in 1917 en nu beter bekend als de US Virgin Islands). De Nederlanders hielden na de onderdrukking van de slavenopstand geleid door Tula in 1795 evenzeer vast aan hun Antilliaanse eilanden, eigenlijk vooral de status quo handhavend. De beperkingen op de slavenhandel na 1830 zorgde voor het opdrogen van de voornaamste inkomstenbron van de Nederlanders, die op de eilanden (in tegenstelling tot in Suriname) weinig aan plantagecultuur hadden gedaan, mede vanwege de daarvoor ongeschikte natuurlijke gesteldheid of te geringe omvang van de Hollandse eilanden.

Een nieuwe dynamiek in de Caribische regio zou aan het einde van de 19e eeuw komen door de groeiende invloed van de Verenigde Staten. Gelokt door de relatieve rijkdom en handelsmogelijkheden die de Spaans-Caribische eilanden boden, wierp de VS in de loop van de 19e eeuw een steeds begeriger blik op die eilanden. En in 1898 vielen zij, na een dubieus incident met het Amerikaanse fregat ‘Maine’, vergelijkbaar met het incident in de baai van Tonkin van de Vietnam-oorlog, trokken Amerikaanse troepen door de straten van Havana en San Juan. Zogenaamd om de eilanden te ‘bevrijden’ van de Spaanse overheersing. Eigenlijk ging het hier om niets anders dan hetzelfde imperialisme van de oude Europese machten, zij het met een andere boodschap. De Amerikanen waren namelijk overtuigd van hun missie om democratie en vrijheid te verspreiden in de wereld.

Dit typische Amerikaanse element van het imperialisme, was begonnen in het Wilde Westen. Pioniers en cowboys trokken naar het beloofde land ten westen van de Appalachen, en later de Mississippi, in de overtuiging dat dit ‘Gods’ country’ was. De mythe van het Wilde Westen is altijd levend gebleven. De mythe van de horizon die altijd weer verder verschuift en alle mogelijkheden biedt, en die ook de basis is geworden van het Amerikaanse neoliberalisme. De Amerikaanse historicus Frederick Jackson Turner, die het belang van de “Frontier” in de Amerikaanse geschiedenis uitdroeg, verklaarde in 1893, – drie jaar na de slachtpartij bij Wounded Knee - dat de ‘frontier’ was gesloten. De enkele nog rebellerende Indianen waren militair en spiritueel gebroken, nadat zelfs hun ‘Ghost Dance’ niets had geholpen. Maar aan de andere kant leefde de ‘cowboy spirit’ als nooit tevoren voort. Teddy Rooseveldt, een typische 19e eeuwse Amerikaanse macho, en de latere president van de Verenigde Staten, bevond zich onder de troepen die in 1898 door Cuba trokken. In volle overtuiging dat alles beter zou worden onder Amerikaanse hoede, zag hij in de Amerikaanse expansiedrift een vitale, moderne tegenhanger van het oude zieke Europese imperialisme. De frontier-gedachte begon samen te vloeien met de Monroe-doctrine die was geformuleeerd door de eerder genoemde president, die inhield dat -kortweg- de Verenigde Staten een bijzondere positie hadden om de andere gebieden in het Amerikaanse continent te beschermen tegen Europese inmenging.

roosevelt

Foto:  President Teddy Roosevelt, die in 1898 het regiment van de ‘Rough Riders’ in Cuba in 1898 leidde en aan de basis stond van de moderne buitenlandse politiek van de VS

In het kielzog van dezelfde strijd tegen de Spanjaarden veroverden de Amerikanen overigens ook nog even van diezelfde Spanjaarden de Filippijnen en Guam in de Grote Oceaan. Datzelfde jaar intevenieerden de Amerikanen op eveneens dubieuze maar energieke wijze in een opstand in Hawaii en maakten in hetzelfde jaar 1898 ook een einde aan de onafhankelijkheid van het Hawaiiaanse koninkrijk. Hawaii en Guam lagen uiteraard gunstig op de route tussen Californie en de Filippijnen. Zo kon de VS naast een sterke positie in het Caribisch gebied ook een serieuze speler worden in de Grote Oceaan. Enkele jaren daarna steunden de VS een opstand in Panama, dat toen nog een deel was van Colombia, om op deze wijze de controle te kunnen krijgen over het toekomstige kanaal langs de golf van Darien. De Republiek Panama werd zo in 1903 een onafhankelijke staat, onder Amerikaanse protectie. De Amerikanen behielden zelf de Panama-Kanaalzone.

Enkele jaren nadat de Amerikanen Cuba hadden bezet, verleenden zij het eiland autonomie onder Amerikaanse protectie in 1902. Hoewel Cuba formeel onafhankelijk was geworden, hadden de Amerikanen de echte touwtjes in handen gekregen, op een vergelijkbare wijze als nu in Irak. Cuba werd een soort Casablanca of Tanger van het westelijk halfrond: alles kon, niets moest. Er werd een pachtovereenkomst gesloten met de Cubaanse marionettenregering voor een baai in het oosten, genaamd ‘Guantanamo Bay’. Puerto Rico is tot op heden een Amerikaans territorium gebleven.

Het is een vreemde ironie van de geschiedenis dat de Amerikanen de aanval op het World Trade Center in 2001 het ‘Tweede Pearl Harbor’ noemden en de daders van die aanslagen nu in Guantanamo Bay vastzitten. Want Hawaii zelf was immers een onafhankelijke staat die door de Amerikanen op dubieuze manier werd geannexeerd, en Guantanamo Bay is op vergelijkbare wijze een gevolg van Amerikaanse imperialisme uit de laat-19e eeuw. Maar we beschouwen – vreemd genoeg - die uitingen van imperialisme als een klein euvel, omdat de mythe van de cowboy voortleeft dankzij de propaganda van Westernfilms: van de ranch in Texas van oud-president Bush tot ‘line-dance’ feestjes in Overijssel. En de mythe van de ‘frontier’ en de ‘cowboyheld’ leeft nog steeds, van Jack Kerouac, Ernest Hemingway tot Bon Jovi en talloze andere films en boeken.

queen hawaii

Foto: Koningin Lili’uokalani (1838-1917), de laatste koningin van het onafhankelijke koninkrijk Hawaii  

En Haiti? Al deze ontwikkelingen hadden geen invloed op het landje. Het staatje raakte in de vergetelheid na Toussaint L’Ouverture. De Amerikanen hadden er geen interesse voor, de Europeanen hadden hun eigen eilanden om zich op te richten en hun eigen sores, evenals de onafhankelijke Latijnsamerikaanse staten, die het druk hadden met zichzelf en elkaar. Zo bleef Haiti eeuwenlang een vergeten hoek, en treurig maar waar, werd het land in de Amerikaanse populaire cultuur vooral bekend om de ‘zombies’ en ’voudou’, nauwelijks verhulde racistische voorstellingen van Afrikanen. De zombies uit de videoclip ‘Thriller’ van Michael Jackson dreigen, heel symbolisch, de Amerikaanse zwarte Michael Jakcson die eigenlijk wit wil zijn, te vermoorden. Dit terwijl ‘voudou’ niets anders is dan de overlevering van Westafrikaanse tradities in het Caribisch gebied. Het feit dat de leider van de geslaagde slavenopstand van 1799 uiteindelijk als een held werd begraven in het Pantheon in Parijs heeft weinig opgeleverd voor Haiti. De enige trieste winst van de humanitaire ramp is wellicht dat de wereld nu eindelijk zijn volle aandacht eens op het land richt. Wellicht dat een moderne artiest - Wyclef Jean?- eens een mooi liedje ‘Haitian girl’ op de markt kan brengen, net als Michael Jackson dat deed met zijn ‘Liberian girl’. Maar dan hoop ik dat ze echt Frans-Creoolse teksten gebruiken voor het Haitiaanse liedje, en geen Swahili van de andere kant van het continent gebruiken zoals in het liedje van Michael Jackson.  

 

 

Laverende rechters in proces tegen Wilders

Het proces tegen Geert Wilders is begonnen. Wegens belediging, haatzaaien en aanzetten tot discriminatie, onder andere, door het maken van een vergelijking tussen ‘Mein Kampf’ en de Koran. Wilders heeft het enige verboden boek in Nederland op strategische wijze van stal gehaald. Maar is een bevolkingsgroep vergelijken met Nazi’s werkelijk een strafbaar feit? Dan zou Herman van Veen ook moeten worden vervolgd omdat hij de PVV met de NSB vergeleek. Als ik de SGP ‘vrouwenhaters’ noem, word ik ook niet vervolgd. En toch beledig ik daarmee, de logica van het Openbaar Ministerie volgend, wel degelijk een groep mensen.

Wat is er dan anders indien moslims worden beledigd in plaats van bijvoorbeeld de SGP? Dat is het feit dat de Islam instinctief als vreemd aan onze cultuur wordt beschouwd. En juist om die reflex te remmen, wordt er dan overgecompenseerd. Dat heet dan inderdaad politiek correct. Door een vervolging te stellen die eigenlijk beter achterwege gelaten had kunnen worden, zal de statuur van Wilders alleen maar groeien. Maar toch heeft Wilders naar mijn mening een groep beledigd. Indien iemand anders wordt vergeleken met een Nazi, is dat uiteraard een belediging. Maar dat komt dan doordat de Nazi’s een rassentheorie hadden, en miljoenen mensen de dood in hebben gejaagd. Maar als wij iemand een Nazi noemen, houdt dat een veroordeling in van de kennelijke intolerantie van die persoon. Anders was het immers geen belediging. We hebben dus met niets anders te maken van met een belediging van een bevolkingsgroep, en dat is niet hetzelfde als racisme zelf. Een racist is immers iemand die een bepaald mensenras (alsof er daarvan meerdere bestaan, wat biologisch onjuist is) a priori afwijst. En een racist is niet hetzelfde als iemand die discrimineert op basis van godsdienst. Want iemand die discrimineert op basis van godsdienst wijst een ander a priori op diens godsdienstige overtuiging af. En Wilders heeft de Koran gelijk gesteld met de Koran. Die uitspraken van Wilders vormen een duidelijke belediging van een andere godsdienst. Hij noemde de Islam zelf immers een bedreiging voor de Nederlandse samenleving. En belediging is volgens ons Wetboek van Strafrecht een strafbaar feit.

Maar om daarom een strafproces te beginnen, werkt wellicht averechts. Al is het maar om te toetsen of Wilders’ gedrag door de beugel kan, dient het strafrecht niet zomaar te worden toegepast. Wat ‘Fitna’ betreft, kan hierin onmogelijk een belediging van de Islam worden gelezen. Op verzoek van Moskowicz werd de gehele dagvaarding voorgelezen, en zo las de Officier van Justitie dus tijdens het proces heel ‘Fitna’ voor. Uiteraard lag dit in de strategie van Wilders. Want alle uitspraken die in die film worden gedaan zijn originele uitspraken door anderen, deze werden niet door Wilders zelf gedaan. En in plaats van die radicale moslims zoals die Fitna te zien waren te vervolgen, wordt Wilders, de grimmige boodschapper, nu zelf vervolgd. Ook werd Wilders door de rechters gevraagd waarom hij zo onbewogen bleef tijdens het proces, alsof Wilders een psychiatrische patient was. Terwijl Fitna niets anders betreft dan een compilatie van de extremistische boodschap van anderen. Weliswaar heeft Wilders daarmee weliswaar een onjuist beeld geschetst van een wereldgodsdienst, en een niet-representatieve selectie gemaakt van een aantal radicale imams, toch blijft het vreemd dat niemand die uitspraken zelf aan de kaak stelt. Want het feit dat die radicale imams niet representatief zijn voor de Islam als zodanig, doet niets af aan het feit dat die uitspraken zeer ernstig zijn. En Wilders heeft in zeker opzicht gelijk, in de zin dat de Islam als godsdienst in bewuste oppositie tegenover niet-gelovigen staat. En radicale imams buiten die situatie uit en maken van die godsdienst een karikatuur om zelf anderen te beledigen. Het ontkennen of wegmoffelen van die minder fraaie kant van de Islam, en het feit dat Fitna weinig anders behelst dan het citeren van die radicale uitspraken is de blinde vlek van de rechters in dit proces.

De media-aandacht rond het proces is enorm. En zo is al op de eerste dag van het proces duidelijk dat we inderdaad te maken hebben met een politiek proces tegen Geert Wilders. Niet dat de rechters zelf partijidig zijn, maar vanwege het feit dat de doos van Pandora hiermee in Nederland is geopend voor toekomstige processen tegen onwelgevallige meningen. De vertolker van het onheil wordt nu zelf vervolgd, zoals in het oude Griekenland de boodschappers van slecht nieuws werden gedood. En zo drijft het proces tegen Geert Wilders de Nederlandse stemmers langzaam vanzelf in de armen van de PVV. Het zal niet de eerste keer zijn dat goede bedoelingen averechtse gevolgen bewerkstelligen. En zo wordt alles uiteindelijk op scherp gesteld en zal de zwijgende meerderheid van moslims en niet-moslims vanzelf worden meegezogen in de steeds verder gaande verharding aan beide kanten. De rechters in dit proces zullen moeten laveren tussen deze uitersten, en recht spreken zonder een karikatuur van Wilders’ gedachtengoed te maken. Anders zal Wilders hier alleen maar garen bij spinnen. Het is, zoals Ed van Thijn ooit zei, de vraag of ‘de tolerantie de tolerantie zal overleven’. Steeds meer ziet het ernaar uit dat de Islam niet moderner wordt, maar de Moderniteit islamitischer van karakter wordt. De vraag of deze ontwikkeling al is ingezet, is vandaag met dit proces heel acuut geworden. De toon voor de 21e eeuw is gezet.

 

123456

Enseigner l'histoire au cyc... |
Anglais pour non-spécialist... |
videohistgeo6eme |
Unblog.fr | Annuaire | Signaler un abus | Le Lensois Normand
| Padiri Joseph FRAIPONT NDAG...
| cartes postales du morbihan